A- A A+

Header PKN

Zondag 2 januari 2022

Bekering
Met ds. Aukje Westra

 

Inleiding
Het nieuwe jaar strekt zich ongerept voor ons uit, als een veld met pasgevallen sneeuw.
Vol goede moed en goede voornemens maken we de overgang van oud naar nieuw. Nu gaat het gebeuren: afvallen, minder drinken, meer bewegen, minder internetten, meer tijd voor mensen, minder klagen, meer dragen. Maar u weet net zo goed als ik dat het meestal bij voornemens blijft. Op 3 januari komt de klad er al in. Vandaag de vraag: Kan dat echt, opnieuw beginnen? Opnieuw beginnen wordt in de Bijbel bekering genoemd. Je omkeren en een nieuw spoor vinden. Maar het gaat niet zonder slag of stoot.

 

Voorbereiding op de Bijbellezingen
Wij stonden tegenover elkaar, mijn moeder en ik. De eerste regel uit het boek ‘Ik kom terug’ van Adriaan van Dis. Misschien komt het door de sneeuw dat ik me ’s morgens al zo moe voel uit. De eerste regel uit ‘Nooit meer slapen’ van Willem Frederik Hermans.
De eerste zin of in ieder geval de eerste bladzijde van een boek maakt nieuwsgierig. Je leest door. Of er gebeurt niks en je haakt af. De eerste zin is beslissend.
De eerste regel van het Evangelie van Marcus is kort en krachtig. ‘Het begin van het Evangelie van Jezus Christus, Zoon van God. Dat laatste, Zoon van God, is er trouwens later een toegevoegd. Het lijkt het opschrift van een beleidsstuk. Mattheus en Marcus vertellen uitgebreid over de gebeurtenissen rondom de geboorte van Jezus. Johannes opent met filosofische poëzie. Marcus zet in één regel het programma neer dat volgt: Begin. Goed nieuws. Jezus Christus. Een ommekeer.

 

Bijbellezingen

Jesaja 40: 1-5
Marcus 1: 1-8

 

Overweging
Stel dat iemand u deze vraag stelt: Bent u bekeerd? Wat zou u antwoorden? Ja? Dan wordt het tijd voor nader onderzoek. Naar welk geloof bent u bekeerd? Hoe is die bekering gegaan? Onze landelijke kerk heeft er een speciale onderzoekscommissie voor. Leden van deze groep gaan in gesprek met asielzoekers. De meeste van hen komen uit moslimlanden, met name Iran en Afghanistan. Ze werden christen en moesten daarom vluchten. Als er twijfel is, vraagt de IND aan deze commissie om het bekeringsverhaal te checken. Het is geen verhoor, zegt de voorzitter Arjan Plaisier, maar een intiem gesprek over geloofszaken. De IND is niet verplicht om het oordeel van de commissie over te nemen. De vragen die er gesteld worden, troffen mij: Hoe is de bekering gegaan? Waarom heb je je oude geloof verlaten? Hoe ben je in aanraking gekomen met het christelijke geloof? Wat denk je van Jezus als Zoon van God?

 

Ik denk dat de meesten van ons niet of alleen maar stamelend antwoord zouden kunnen geven. We zijn niet overgestapt naar een ander geloof, we zijn gewoon kerkelijk ingeschreven. En of Jezus de Zoon van God is, nou, in ieder geval niet letterlijk. Maar wel op de manier zoals Israël ook Zoon van God genoemd wordt. Erfgenaam, met als taak om zo goed mogelijk met de erfenis van God, liefde en gerechtigheid, om te gaan. Of die antwoorden voldoende zouden zijn voor de commissie, vraag ik me af.

 

Bekering wordt bij de IND en de onderzoekscommissie opgevat als de overstap van het ene naar het andere geloof. Precies die opvatting van bekering heeft een bijsmaak. Iets met dwang, anderen willen overtuigen van jouw gelijk. Hele volksstammen werden vroeger onder dwang bekeerd. Bekeerlingen zijn vaak mensen die overenthousiast jouw hun nieuw verworven geloof op willen leggen. Bekering is het kernwoord in het eerste hoofdstuk van het Evangelie van Marcus. Maar daar wordt niet de overstap naar een ander geloof mee bedoeld. Bij Marcus betekent bekering omkeer. In het Grieks staat er metanoia. Letterlijk betekent het na-denken of voorbij-denken. Anders denken dan je altijd gedaan had. Je verandert van denken waardoor je verandert van doen. Je slaat een andere weg in, gaat een andere kant uit. Er komt vaak berouw bij kijken, spijt over hoe je eerder gedaan of gedacht hebt. Johannes roept mensen op om zich te bekeren. Maar na hem komt iemand die nog meer vermag. Hij schenkt mensen een nieuwe geest, een nieuwe inborst.

 

Het opschrift van het Goede nieuws volgens Marcus luidt: Begin van het Evangelie van Jezus Christus – zoon van God-. Dat woordje ‘begin’ is vreemd. Bij Adriaan van Dis is de eerste zin tegelijk het thema van het boek: een zoon en een moeder die tegenover elkaar staan. Bij Willem Frederik Hermans begrijp je meteen dat het boek zich in de sneeuw afspeelt. Marcus schrijft: Begin van het Evangelie van Jezus Christus. Waarom staat dat woordje begin er? Dat klinkt net zo overbodig als dat er aan het einde van een boek ‘eind’ staat. Een boek houdt op waar de woorden ophouden en begint waar de woorden beginnen. Nou, het woord begin, archè, betekent ook oorsprong, oriëntatiepunt. Marcus kende veel verhalen over Jezus en vroeg zich af waar hij moest beginnen. Wat moest voor hem het begin, het oriëntatiepunt, het punt van uitgang zijn? Hij laat ons, lezers niet lang raden, maar zet ons gelijk op het goede spoor. Zijn oriëntatiepunt is de profeet Jesaja. Jesaja wijst het volk Israël op zijn roeping. De tijd dat zij als slaven leefden is voorbij. Terugkijken op het verleden waarin dingen misgingen hoeft niet meer. Een nieuwe tijd breekt aan. In de woestijn banen mensen een weg voor de Heer, in de wildernis maken ze een pad. Zo maken ze ruimte voor God.

 

Voor Marcus is alle land buiten Kanaän woestijn, onherbergzaam gebied. De mensen van buiten Israël wonen er. Althans, dat zou moeten. Maar ze zijn er niet, omdat het een wildernis is, waar wilde dieren mensen bedreigen. Het volk moet olifantspaadjes maken, sporen trekken, paden aanleggen, lanen maken, zodat God er langs kan. De bode moet de aarde vruchtbaar maken. Hun mismoedigheid, hun bangheid laten ze achter zich, ze gaan aan de slag. De eerste stap is het belangrijkste. Zoals het eerste steentje van een dominospel de hele rij kan laten vallen. De eerste die wild gras weghakt maakt het begin van een nieuwe weg. Johannes is zo iemand. Hij treedt op in de woestijn. Jezus weerstaat er een reeks verleidingen. Bekering is niet dat je aan ander geloof gaan aanhangen, maar dat je een andere weg inslaat. Bekering is niet de overstap naar een andere godsdienst, maar de overstap naar een andere overtuiging. Je angsten zijn niet langer de baas over je, maar vertrouwen word je nieuwe oriëntatiepunt. Voorbij-denken, verder, anders denken dan je tot nog toe deed.

 

We slepen allemaal beelden met ons mee die allang niet meer van toepassing zijn op onszelf. Alsof je uitgecheckt bent in de bus, maar je OV-kaart nog een hele poos in je hand houdt. Of je sleept beelden mee van anderen, terwijl die ook veranderd zijn. Je blijft gevangen in de blik van het verleden. Bekering begint als die beelden beginnen te knellen. Je lichaam verwaarlozen, je wordt het zat. Anderen mensen wantrouwen, je merkt hoe je vereenzaamt. Het knelpunt wordt een keerpunt. Als je mensen spreekt die hetzelfde hebben meegemaakt en zijn veranderd. Je vindt een nieuw oriëntatiepunt. In plaats van angst ontstaat er vertrouwen. In plaats van het verleden kijk je naar de toekomst. Zo maak je de weg vrij voor de Heer. Voor de liefdevolle aanwezigheid die je stimuleert en zegt: Leef! Wees er!

 

Marcus vertelt over Jezus. Jezus is voor hem en voor vele anderen een oriëntatiepunt. Dankzij Jezus hebben ze het vertrouwen in zichzelf teruggevonden en durven ze anderen te vertrouwen. Maar nu de bijsluiter. Hoe krachtig ons oriëntatiepunt ook, bekering kóst wat. Nieuw leven baren is geen pijnloze bevalling. Of het nu gaat om gezonder eten, meer bewegen (respect voor ons lichaam), om minder heftig uitvallen, minder wegduiken voor verantwoordelijkheid (respect voor anderen), minder uitstoot, meer groen (respect voor de samenleving), verandering kost tijd en energie en vaak ook nog geld. En veranderen lukt niet in één keer, voor de meesten van ons is bekering geen instant ommezwaai. Bekering is een leerproces, gaandeweg banen we ons een weg door de wildernis. Maar op die weg is een soort omslagpunt. Je merkt dat je nieuwe gedrag een vruchtbare gewoonte wordt. Dat het nieuwe leven beter is dan het oude. Je merkt dat je het niet alleen hoeft te doen, God wandelt met je mee op de weg van angst naar vertrouwen.

 

Brigitte Kaandorp heeft daar een mooi liedje over gezongen. Jaren geleden al, in 1998 toen ze als jonge vrouw op het podium stond. In 2017 zong ze het weer, als rijpe vrouw op het Knoop Gala. Ze zong het samen met Willemina van den Top, een jonge vrouw met een verstandelijke handicap. Want dat is het idee van het Knoop Gala over: jonge mensen met een verstandelijke beperking zingen samen met bekende artiesten en het Metropool orkest. Er wordt zo ook aandacht gevraagd voor de toenemende eenzaamheid onder deze groep jongeren.

In 2017 zong Willemijn van den Top samen met Brigitte Kaandorp het lied ‘Leven zonder angst’. Het is een beetje een maf liedje over iemand die niet kan slapen en dan denkt over hoe ze zou willen leven: Ik wil leven zonder angst, ik wil branden zonder blaren, ik wil geld zonder te sparen, ik wil feest zonder gedoe, ik wil zuipen zonder kater, een horloge zonder later, ik wil dansen zonder moe. Haar partner die naast haar ligt zegt: ‘Alles goed en wel, maar je woont niet op Soestdijk! In het zweet uws aanschijns zult gij uw brood verdienen.’ Dat weten Brigitte en Willemina ook wel. Hun lied is aan de ene kant een parodie op het leven van mensen die met de ogen dicht en zonder ongemak willen leven. Maar de ondertoon is ernst. Ze zingen niet over roekeloos leven, maar uiten hun verlangen naar een ommekeer. Ze zingen hun visioen: Ik wil leven, ik wil leven, ik wil leven zonder angst. Amen.

 

https://www.youtube.com/watch?v=yDS-yZ8ahfg