A- A A+

Header PKN

Zondag 11 juli 2021 Wonderlijk ds. Aukje Westra

Inleiding
Drie Nederlandse mannen, een socioloog, een econoom en een ingenieur, werken in Saoedi Arabië. Hun basis, Riad, is op dat moment, de jaren zeventig, nog een primitieve stad. Op een dag moeten ze naar een oase diep in de woestijn. Ze gaan met een auto van de overheid. Voor vertrek, het is nog donker, controleren ze de auto. Die blijkt geen reserveband te hebben. De band wordt geregeld, maar dat kost tijd. Ze vertrekken uren later dan de bedoeling is geweest. Ze rijden 120 kilometer door de woestijn en vinden daar de oase, een schamele groep tenten. Ze worden er allerhartelijkst ontvangen, de bewoners hebben een uitgebreide maaltijd voor hen gemaakt. Maar de drie mannen willen aan het werk en diezelfde dag nog terug, dus ze slaan de maaltijd af. Dat is een grote belediging en de drie moeten hals over kop vertrekken.
Op het heetst van de dag rijden ze terug. En jawel, ze krijgen een lekke band. Er staat een gereedschapskist in de auto, maar de juiste moersleutel ontbreekt. Daar staan ze dan, in de hete zon, niet in staat om iemand te bereiken. Ze hebben weinig water bij zich en zitten op 40 km afstand van de bewoonde wereld. Hun situatie is hopeloos.
Eén van hen loopt een heuveltje op om een foto te maken voor als het misgaat. Plotseling ziet hij iets blinkends in het zand. Hij meent dat het een steen is, het is heet. Met zijn zakdoek pakt hij het op, het is een moersleutel, precies van het formaat dat ze nodig hebben.
Dit is de overtreffende trap van toeval. Dit is niet de verklaren, dit is een wonder.

 

Over wonderen wil ik het met u hebben. Het u ervaring met wonderen? Heeft u ooit een groot of klein wonder meegemaakt?

Voorbereiding op de Bijbellezingen
Vorig jaar was er in Utrecht een tentoonstelling ‘Allemaal wonderen’. Ter voorbereiding van de tentoonstelling deed men een onderzoek onder tweeduizend Nederlanders. Dit was de uitslag: 63% van de ondervraagden gelooft in wonderen. Dat zijn negen miljoen Nederlanders. Eén derde van de mensen gelooft niet in wonderen Eén op de vijf mensen heeft zelf een wonder meegemaakt. Hoe leger de kerken, hoe meer wonderen?

 

In het oude Griekenland en Rome van voor het begin van de jaartelling waren wonderen heel gewoon. Goden en godinnen waren dichtbij en hadden invloed op het dagelijks leven. Vliegen, over water lopen, op twee plaatsen tegelijk zijn, het kon allemaal. En iedere god had zo zijn specialisatie: Asklepios (esculaap) was betrokken bij genezingswonderen.

 

Ook in het jodendom speelden wonderen een belangrijke rol. In het Oude of Eerste Testament wordt bijvoorbeeld verteld over de profeet Elisa. Het water van de stad Jericho is vervuild en Elisa maakt het met een beetje zout weer drinkbaar. Als een stel jongens hem uitscheldt voor kaalkop, komen er twee beren uit het bos die de 42 kinderen doden.

 

Ook in het Nieuwe Testament, in de Evangeliën, komen veel wonderverhalen voor. Een zinnetje uit een boek over wonderen viel mij op: ‘Uniek waren deze verhalen niet. Overal in de antieke oudheid zijn paralellen aan te wijzen.’ Ik werd uit de droom geholpen. Blijkbaar was Jezus zo uniek niet? Maar waarom staan de wonderverhalen in de Bijbel? Het zijn ‘miniaturen van vertrouwen en verwondering.’ We leren onszelf en anderen op een nieuwe manier te verstaan. Denk na, onderzoek én gun uzelf het geloof in wonderen.

 

Bijbellezing Marcus 5: 1-20

 

Overweging
Een jonge vrouw heeft haar vader verloren aan wie ze erg verknocht was. Een jaar later gaat ze met haar man op vakantie in Turkije. Ze vraagt zich af of haar vader zou weten dat ze in Turkije is. Ze geniet van de zon en het strand en roept gekscherend naar de hemel: ‘Als je ons ziet pa, geef dan een teken.’ Na een tijdje staan ze op en ze twijfelen of ze linksom of rechtsom verder over het strand zullen lopen. Na een paar honderd meter ziet de vrouw een rode anjer voor haar voeten aanspoelen. En dan weet ze het zeker: Dit is het teken waar ze om gevraagd had. Bij iedere andere bloem die aan was gespoeld, zou ze dit niet gedacht hebben. Een rode anjer was speciaal. Haar vader was jarenlang bloementeler. Zijn specialiteit was het kweken van rode anjers.


De KRO zond van 2003-2007 het programma ‘Wonderen bestaan’ uit. Mensen konden brieven schrijven als ze een wonder meegemaakt hadden. Die verhalen zijn onderzocht door Anne Marie de Korte. Zij heeft ontdekt dat wonderen als die van de rode anjer het meest voorkomen. De wonderen spelen zich af in het leven van alledag. Het zijn huis-tuin-en-keuken wonderen. De meeste wonderen gaan over vertrouwen en verwondering. Iemand heeft zorgen en krijgt een teken of wordt geholpen. Een wonder heeft bijna altijd een positief effect. Tegenslag wordt overwonnen, angst verdwijnt, mensen hervinden het vertrouwen in zichzelf, in de medemens of in God. De onderzoekster noemt deze wonderen daarom miniaturen van verwondering en vertrouwen. Iemand kan zich openstellen voor anderen, kijkt voortaan anders tegen de dingen aan, hervindt vertrouwen. De meeste mensen vertellen of schrijven met schroom over wat ze meegemaakt hebben, maar willen hun verhaal wel delen.


Wonderen komen bijna altijd voor in crisissituaties. Zie het verhaal van de rode anjer. Dat komt door hoe onze hersenen werken, zegt neuroloog Michiel van Ek. In crisissituaties worden onze hersenen door elkaar geschud. We staan op scherp, we zien dingen die we anders niet zouden zien. We leggen verbanden die we anders niet gelegd zouden hebben. Na de dood van haar man springt er bij een vrouw een ree in de tuin. Dat is nog nooit eerder gebeurd. Een ernstig zieke ziet Christus aan het voeteneinde van zijn bed. Het wonder van deze gebeurtenissen is dat mensen er rust door vinden, dankbaarheid, troost en geloof.


Maar blijft de vraag. Is een wonder echt een wonder of uitzonderlijk toeval, zoals de moersleutel in de woestijn? Zijn wonderen uiteindelijk goed verklaarbaar? Grijpt God af en toe in in onze wereld of niet? Hoe het precies zit, weet ik ook niet. Ik geloof niet in een God die tegen de natuurwetten ingaat. Op afstand iets buigen had geen effect op onze theelepeltjes thuis geen effect. Over water lopen kan écht niet, een dode laten opstaan is gewone mensen nog nooit gelukt. Ik weet wel dat verwondering, wonderen durven zien, levensnoodzakelijk is. Echte grote geesten staan open. Ze timmeren hun wereldbeeld niet dicht, maar blijven nieuwsgierig. Ze denken na en durven te zeggen dat ze ook niet alles weten en kunnen verklaren. Het geloof in wonderen is tegengif tegen het fatalisme, van ‘het is niks en het zal ook niks worden’. Hoopvolle tekenen zien, dat is een wonder. God wordt almachtig genoemd, maar dat wil niet zeggen dat God expert is in speciale effecten. God is allemachtig liefdevol en dat is krachtig. Hij schenkt ons op wonderbaarlijke wijze vertrouwen, waardoor we onszelf en anderen op een nieuwe manier verstaan.


Daarover gaat het verhaal van de man die in grotten leefde. Geen contact met zijn gezin, met vrienden of familie. Want hij is gek. Maar op een dag verandert er iets. Kijk maar. Hij kan weer rustig voor zijn huis in de zon zitten. Hij kan eten zonder dat hij ineens wegrent van tafel. Hij kan op het land werken en ’s avonds vredig in slaap vallen. Maar het allerbeste wat hij kan is dit: hij kan zichzelf verstaan.


En dan zeggen wij: Wat is daar nou aan? Jezelf verstaan is geen kunst. Maar hij was er nog elke dag blij om. Daarom zei hij soms stiekem iets tegen zichzelf. Heel zachtjes, want anders dachten de mensen dat hij weer gek geworden is. Dan hoorde hij zijn eigen stem. Warm en helder, niet te hard. Hij had een hekel aan harde stemmen, vooral als het soldatenstemmen zijn. Stemmen die bevelen schreeuwden: ‘Hier komen! Weg, of ik maak je dood!’

 

Zulke stemmen hoorde hij. Nee, niet om hem heen, deze stemmen zaten in zijn hoofd. Alsof er een hele troep Romeinse soldaten in zijn kop was komen wonen. Zesduizend soldaten die allemaal tegen hem schreeuwden.

 

Hij was bang voor ze. Hij moest wel doen wat ze zeiden. En het ergste was dat hij zijn eigen stem bijna nooit meer kon horen. Alleen maar héél soms, als een kind wat aan hem vroeg of naar hem lachte. Die soldaten konden overal tegen, ze waren keihard, ze moordden en roofden. Maar tegen een kind konden ze niet. Hij had het een keer gezien, hoe een meisje van vier een soldaat tegenhield die een huis binnen wilde stormen. Ze lachte tegen hen en ze zei: ‘Papa?!’ De soldaat draaide zich om en ging weg.

 

Maar die soldaten in zijn hoofd waren keihard. Ze schreeuwden allemaal door elkaar: ‘Hierheen! Nee, daarheen!’ Gek werd hij ervan. Hij drukte zijn handen tegen zijn oren, maar dat hielp niet. Hij rolde over de grond, trapte alle kanten op, vloog iedereen aan. De mensen werden bang van hem. Ze bonden hem vast met kettingen en touwen. Hij rukte zich los, telkens weer. Hij woonde in een rotsgraf tussen de dode mensen. Hij gooide zijn kleren uit om die stemmen kwijt te raken. Maar ze bleven maar schreeuwen.

 

Niemand durfde naar hem toe te komen. Een enkele keer ging hij naar de stad toe. Daar probeerde hij te lachen tegen een jochie. Maar ja, hij had geen kleren aan en zag er zo wild uit. Dus dat jongetje dook weg achter zijn moeders rokken en zij siste naar hem: ‘Donder op.’ Ook die keer jakkerde hij weer schreeuwend de stad weer uit, het open veld in. Hij rende over de weg. Maar ineens kon hij niet verder. Er stond een troep varkens op de weg. En midden tussen de varkens liep een man, met een groep mensen achter zich aan. Die mensen deinsden achteruit toe ze hem zagen. De man niet. Die ene. Hij wandelde rustig om hem af. De wilde man viel voor hem neer en de stemmen in zijn hoofd hielden op met schreeuwen. Ze huilden alleen nog naar: ‘Wat wil je van ons? Jezus, kind van de allerhoogste God. O, doe ons toch alsjeblieft geen pijn.’

 

‘Hoe heet je?’, vroeg Jezus aan hem. ‘Zesduizend’, riep hij, ‘zesduizend soldaten! O help! Stuur ons toch alsjeblieft de afgrond niet in. Laat ons dan maar liever in die varkens gaan schreeuwen, alsjeblieft!’ Op dat moment werd het raar leeg in zijn hoofd. Ineens sloegen de varkens op hol en vlogen van de weg af, het veld in. En hij, hij kon zijn eigen stem weer verstaan. Hij praatte tegen Jezus, heel gewoon. Hij liep met hem en de anderen mee de stad in. Hij ging aan de voeten van Jezus zitten, net als zijn leerlingen.

 

Hij wilde wel met ze meegaan. Maar Jezus zei dat hij terug moest gaan, naar zijn huis. Vandaar dat hij daar nu zit. Hij zit rustig in de zon. En weet u wat hij allemaal nog meer kan?

 

Van het ene op het andere moment is de man door Jezus genezen. Vaak is de genezing het eindresultaat van een lang proces dat aan de genezing voorafging. Het sluitstuk, waardoor het licht definitief doorbreekt. Maar essentieel is daarbij dat iemand ons helpt om onszelf weer te verstaan. Dat de stemmen van ‘ik kan het niet, dit is teveel, het houdt nooit meer op’, zwijgen, op de vlucht slaan als een kudde wilde varkens. Dat we weer leven, anders en intenser dan tevoren. Dat we wonderen als tekenen zien: dat de goede God overwint. Gun uzelf het geloof in wonderen. Amen.

 

Luisteren naar Simone Kleinsma, Wonderlijk
https://www.youtube.com/watch?v=O7PvqG3150g

 

Bronnen
Gerrie Huiberts, Imme Dros. De man met de soldaten in zijn hoofd. Het hoogste woord. Bijbel voor kinderen.
Stephan de Jong. Een kleine geschiedenis van het wonder.
Bas Roetman. Wonderen bestaan zegt een meerderheid van de Nederlanders. Trouw, 21 februari 2020.
Tentoonstelling Catharijne Convent. Allemaal wonderen.
Wislawa Szymborska. De wonderkermis. Einde en begin. Verzamelde gedichten.
Arjen van Veelen. Gun jezelf het geloof in wonderen. NRC 21 december 2020.