Afdrukken

Zondag 23 mei 2021 Pinksteren met ds Aukje Westra

Inleiding
Bent u een beetje woke? Woke betekent wakker. Het houdt in dat je je heel erg bewust bent van wat er speelt in de maatschappij. Het woord dook voor het eerst op in 2008 in een Amerikaans popliedje: Al ga je door strijd en zorgen, ik blijf wakker. Na de moord op Michael Ferguson in 2014 ontstond de Black Lives Matter-beweging kreeg de term woke nog meer lading. Het werd een actieterm. Activisten zijn woke en riepen anderen op to stay woke, wakker te blijven. De term duikt op in discussies over Zwarte Piet, feminisme, gender enz. Woke en Pinksteren lijken bij elkaar te horen. Gods goede geest schudt ons wakker en stuurt ons de wereld in.

 

Pinksteren valt op de Vijftigste dag na het Joodse Paasfeest. Dat is geen toeval, want dan vieren Joden het Wekenfeest. Ze denken terug aan het grote cadeau dat ze ooit kregen, het geschenk van de Thora, de vijf boeken van Mozes. Maar volgens de traditie gebeurde er op de dag dat de Thora aan het volk Israël gegeven werd iets vervelends. De mensen versliepen zich. Daarom blijven ze in de nacht voor dit Wekenfeest, in de nacht voor de Vijftigste dag, wakker.

 

Over wakker worden gaat het met Pinksteren. De vrienden van Jezus zijn verward, Jezus heeft hen alleen gelaten. Maar met Pinksteren worden ze wakker. Wat met Jezus begonnen is, gaat door, via hen, met hen. Een flinke bries verfrist hoofden en harten. Heilig vuur bezielt hen. Het wonder van Pinksteren geschiedt: mensen verstaan elkaar.

Bijbellezing Handelingen 2: 1-17 Het Pinksterfeest

 

Overweging
In de auto onderweg naar huis, luisterde ik naar een interview met Arita Baaijens. Arita Baaijens studeerde biologie en werkte zeven jaar als milieubioloog. Toen kocht ze kamelen en trok in een periode van vijftien jaar met haar eigen karavaan door de Sahara. Dat had geen enkele Westerse vrouw ooit gedaan. Daarna reisde ze door het Altaigebergte in Siberië. Ze zag hoe mensen daar omgaan met de natuur. Ze geloven dat de natuur bezield is, van bergen gaat een magische kracht uit, bomen worden geëerd. Nee, Arita ging geen bomen omhelzen, maar was wel geïntrigeerd. Het viel haar op dat wij in Nederland vaak praten óver. Zo had ze het als bioloog zelf ook geleerd, je bestudeert een plant, plakt er een naam op en klaar. Maar wat als je in gesprek gaat mét een rivier of een dier, zoals de Siberiërs doen? Dat je communiceert. Heel gek is dat trouwens niet. In de Bijbel kan er ook wat van. Rivieren klappen in hun handen en staan bergen staan te juichen.


Eenmaal terug in Nederland ontwikkelde ze samen met anderen twee zelflerende computers. AI, artificiële intelligentie. In de ene computer stopte ze beleidsstukken, waarin mensen schrijven óver de natuur. Dat is de taal van de beleidsmaker, functionele taal. In de andere stopte ze verhalen, romans en gedichten. Deze computer husselt al de woorden. Mensen kunnen nu via deze computer de zee een vraag stellen. Zo spreken ze niet meer óver de natuur, de zee in dit geval, maar mét. Iemand stelde bijvoorbeeld de zee deze vraag: ‘Beste zee, hoe kan de mens zich minder belangrijk maken?’ Na een poosje antwoordde de zee: ‘Gnabben, gnabben, gnabben, beter een steen begrepen te krijgen.’ Een onbegrijpelijk antwoord waar je niks mee kunt, maar waar je je wel van af gaat vragen: Wat bedoelt de zee eigenlijk? We hoeven we echt niet met de zee of met kamerplanten te gaan praten. Maar Arita Baaijens wil zo aantonen dat we twee talen hebben, de functionele taal waarin we praten óver en de invoelende taal van het in gesprek zijn mét. Welke taal spreken we? Kunnen we onszelf verstaanbaar maken? En verstaan we anderen? Het experiment van Baaijens is een Pinksterexperiment.


Spraakverwarring is een thema in de Bijbel. Het verhaal van de torenbouw van Babel vertelt wat er gebeurt als mensen zich boven elkaar gaan verheffen. ‘Ik heb de grootste, ik ben de sterkste.’ Dat betekende dat anderen dus kleiner en minder zijn. Het bracht ongelijkheid teweeg. Er werd spraakverwarring gezaaid, iets waar we tot op de dag van vandaag last van hebben.


En toen ontvingen de Joden de vijf boeken van Mozes en de Tien Leefregels. Deze aanwijzingen waren bedoeld om elkaar van mens tot mens te verstaan. ‘Blijf trouw aan anderen en aan jezelf.’ ‘Maak niemand tot slaaf en wordt zelf ook geen slaaf, van je werk.’ Eeuwen later trok Jezus rond, genas zieken, had ookgvoor achtergestelden. Hij was de Thora in levende lijve. Hij was woke. hij geloofde dat de goddelijke wet in de harten van mensen staat geschreven. Maar het duurde even voordat ook zijn leerlingen wakker geschud werden. Na Jezus’ Hemelvaart trokken ze zich terug in een bovenkamer. Ze en spraken functionele taal. Ze vergaderden en discussieerden over de samenstelling van hun groep.


Tot die Pinksterdag het heilige vuur bij hen insloeg en ze in vreemde talen begonnen te spreken. Mensen uit alle uithoeken van de toenmalige wereld voelden zich ineens begrepen. Ik denk dat de leerlingen geen vreemde talen spraken, maar een andere taal leerden gebruiken. Niet de taal van beleidsstukken, van discussiëren over, maar de taal van betrokkenheid en spreken mét. En die taal verstaat ieder mens. Het brengt een schok teweeg. Dat dit mogelijk is, Of zou er drank in het spel zijn? Eén van de leerlingen, Petrus, neemt het woord en vindt wat er gebeurt helemaal zo vreemd. De profeet Joël schreef het al: Mensen zullen woke worden. Ze zullen gevoelig worden voor de verschillen die er zijn, tussen jonge mensen en oude, mannen en vrouwen. En alle mensen zullen de taal leren die die verschillen overbrugt. Het is de taal van inleving, in gesprek zijn mét. De taal van begrepen worden.


Het wonder van Pinksteren beperkt zich niet tot die ene, Vijftigste, dag. Elke dag kan Pinsteren zijn. Bijvoorbeeld: Ik neem aan dat u ook geregeld in de supermarkt komt. De caissière en u spreken functionele taal: ‘Wilt u de bonuskaart nog even scannen?’ ‘O ja, bijna vergeten.’ ‘Doet u mee aan de spaaractie?’ ‘Nee’. ‘Dank u wel en tot ziens.’ ‘Jij ook.’ En zo gaat het de hele dag door voor haar, de caissière (of hem). Terwijl we de boodschappen inpakken kunnen we natuurlijk ook even de tijd nemen en vragen hoe lang ze nog moet., wat ze die avond gaat doen. Ons een moment inleven in haar. Haar taal spreken, de verschillen tussen klant en caissière overbruggen.


Of neem de toeslagenaffaire. Een lid van de Algemene Rekenkamer werd geïnterviewd en stak de hand ook in eigen boezem. De Rekenkamer had te weinig toezicht gehouden. En het systeem was niet goed, er werd subsidie gegeven en pas achteraf gecontroleerd of mensen er recht op hadden. Dat is vragen om moeilijkheden. Bij het terugvorderen werd etnisch geprofileerd. En toen deed hij een belangrijke uitspraak. Hij zei: Het ontbreekt aan empathische communicatie.’ ‘In plaats van te vergaderen over de missie of over stakeholdermanagement, is het beter alle energie te richten op het oplossen van de problemen voor de ouders.’ Niet praten óver, maar in gesprek gaan mét. Wie had gedacht dat zelfs de Algemene Rekenkamer zou pleiten voor Pinksteren? Zo ziet U maar, Gods geest waait waarheen die wil…. Amen.