A- A A+

Header PKN

Zondag 7 maart 2021 ds. Aukje Westra

Ze hebben het allemaal: een evangelische school, het rietdekkersbedrijf, een man die Ernst heet, het brood van de in ons dorp aanwezige supermarkt en ook Jezus heeft het. Dan heb ik het over passie. De evangelische school zegt: Jouw bestemming, onze passie; het rietdekkersbedrijf adverteert met: passie voor riet, Ernst deelt zijn passie voor de onderwaterwereld en het brood bij de AH heet liefde en … passie. Passie is een clichéwoord geworden, het wordt zo vaak gebruikt dat het afgevlakt is geraakt. We worden er niet meer warm van. Terwijl het woord daarmee te maken heeft, met vurig verlangen, enthousiasme. Maar het woord passie heeft ook een andere kant, het betekent ook lijden. De laatste twee weken van de veertig dagen op weg naar Pasen heten van oudsher passietijd, lijdenstijd. Vandaag horen we wat passie ons geeft en wat het van ons vraagt.

 

Voorbereiding op de Bijbellezingen
Jezus richt een ravage aan in de tempel. De leerlingen vragen zich af of het wel goed met hem gaat. Hij is zo rigoureus, richt schade aan in de tempel, maar richt ook schade aan aan zichzelf? Kent hij zijn grenzen wel? Wordt hij misschien verteerd door zijn hartstocht, zijn passie?

 

Overweging

Een vraag aan de ouderen onder ons: Toen u opgroeide, vroegen mensen wel eens aan u: ‘Kind, wat is je passie?’ Werd er tegen u gezegd: ‘Volg je hart!’ Afgaande op de verhalen die ik zoal hoor, kwamen dit soort vragen en opmerkingen niet op in het hoofd van uw ouders en leerkrachten. De tijden waren anders, de vraag waar je enthousiast van werd niet gesteld, keuzes lagen vast. Meiden gingen hooguit een paar jaar naar de middelbare school om daarna als dienstmeisje aan het werk te gaan. Jongens traden in het voetspoor van hun vader, werden boer, arbeider, gingen de bouw of de bakkerij in. Of je nam het café over dat je ouders runden. Veel keuze had je niet. Het woord passie werd niet gebruikt. Velen van u kijken met een beetje spijt om. Als ik nu jong was geweest, dan had ik…. Maar de meesten van u zijn niet verbitterd geraakt. Het leven wás zo, je wist niet beter. En bovendien heeft uw bezieling, uw passie andere wegen gevonden. Boeken lezen kun je ook in je vrije tijd, bestuurlijk verantwoordelijkheid kreeg je in verenigingsverband, wat nu buurtzorg is, was toen noaberschap. Passie was er, het kreeg alleen die naam niet.

 

Tegenwoordig liggen de zaken anders. Het woord passie is overal. Jongeren moeten hun passie vinden. Er wordt gezegd: ‘Maak van je hobby je werk en je hoeft geen dag te werken.’ Ze krijgen het idee dat je iedere ochtend met grote blijdschap de kantoortuin instapt. Fluitend sta je om vijf uur op om de koeien te melken. Te weinig keuze hebben is veranderd in oneindig kunnen kiezen. Ook niet gemakkelijk. Als je het vroeger moeilijk had, kon je nog denken dat je ook niet voor dat bestaan gekozen had. Als je nu een poos niet geïnspireerd bent, is dat je eigen fout.

 

Soms denken mensen dat passie iets is dat in eens mens ligt te wachten. Een soort blauwdruk, die je kunt ontdekken door een beroepskeuzetoets te doen. Maar passie is geen kant en klaar pakketje dat je alleen maar open hoeft te maken, passie is iets dat moet groeien. Het moet gevoed worden. Nieuwsgierigheid is de Pokon, het groeimiddel. We zien dat bij kinderen. Ze onderzoeken van alles en proberen van alles uit. En zo ontdekken ze waar ze goed in zijn en waar niet in. Ik denk bijvoorbeeld aan een vroegere buurjongen die als achtjarige op zijn skelter reed. Zonder om te kijken kon hij op de stoep achteruit de bocht nemen. Hoe hij dat deed? Hij keek opzij en lette op de stoeprand, zei hij. Maar bij passie gaat niet alleen over iets kunnen. Want wat je niet kunt, kun je leren, tot op zekere hoogte. Doorzettingsvermogen speelt ook een rol.

 

Passie is ergens plezier in iets hebben en je daarin verder ontwikkelen. Passie is iets dat gestimuleerd, ontvouwd moet worden. Je moet eraan werken. En dan kom je ongetwijfeld dingen tegen die niet zo plezierig zijn. Maar je bent, zoals ze zeggen, van binnenuit gemotiveerd. Dat helpt je om de hobbels te nemen. Voor passie moet je veel doen en veel laten. Passie levert je veel op én kost je veel. Ook als je chauffeur wordt, examens doen, lange dagen maken, iedere week van huis zijn, is niet leuk. Maar je hebt het er voor over, want ja, het is je passie, het geeft je voldoening.

 

Jezus is geen beroepskeuzeadviseur. Jezus’ passie is niet wát je als mens kunt worden, welk beroep je moet kiezen. Zijn passie is wie we kunnen worden. Hij wakkert het heilig vuur in mensen aan. Het is niet de bedoeling dat we ons van ons bureau naar de bank slepen, Jezus wil dat we plezier hebben in wie we zijn en in wat we doen. Bezielde mensen die met hun vuurtje anderen het vuur van anderen aansteken. Mensen die dus aanstekelijk zijn. Dat is de passie waaruit Jezus leeft.

 

Het Joodse paasfeest is op komst. Jezus gaat naar Jeruzalem om het te vieren. Hij komt bij de tempel en treft er handelaren aan in runderen, schapen en duiven. Geldwisselaars oefenen hun beroep uit. Dat er markt in de stad is, is geen probleem. Het is zelfs een service aan de mensen die van verre komen en niet de hele tijd een koe achter zich aan willen slepen. Fijn dat ze een dier kunnen kopen, fijn dat ze geld kunnen wisselen. Maar het feit dat dit in de tempel gebeurt, dat is onvergeeflijk, vindt Jezus. En waarom? Omdat de tempel de plaats is waar God woont, waar het heilig vuur brandt. God vind je niet door een dier te kopen en dat te offeren. God vind je door jezelf te geven.

 

Jezus maakt van stukken touw een zweep en werkt marktkooplui en bankiers de tempel uit. Allemaal, inclusief hun beesten. Tegen de duivenverkopers houdt hij zich in. Duiven waren het offer van de armen, wie geld wisselde had behoorlijk wat te besteden. Jezus ontziet de armen. Met een ‘Weg ermee, het huis van mijn vader is geen bedrijf’, geeft hij aan dat ze moeten vertrekken. Maar de geldwisselaars krijgen de volle laag, hij smijt hun tafels op de grond, het geld rolt alle kanten uit. Ze pakken nog wat ze pakken kunnen en vluchten dan weg.

 

Alle vier evangeliën vertellen dit verhaal. De gebeurtenissen hebben blijkbaar diepe indruk gemaakt. Maar drie evangeliën staat het verhaal aan het einde, Jezus’ hardhandige optreden in de tempel vormt de aanleiding voor zijn arrestatie. Alleen Johannes vertelt het verhaal aan het begin. Zijn leerlingen en hij hebben net de bruiloft in Kana achter de rug. Daar heeft Jezus water in wijn veranderd. Waarmee hij wilde zeggen: het feest kan niet in het water vallen. Mensen kunnen denken dat zij geen passie, geen heilig vuur kennen, geen enthousiasme. Maar soms duurt het lang voordat jouw water in wijn verandert. Dus blijf nieuwsgierig, blijf jezelf ontdekken. Zo kan ook dat kleine vlammetje in jou een vuurtje worden.

 

Daarna volgt de grote schoonmaak in de tempel. Zelfde thema, andere invalshoek. Jezus is kwaad om het heilige besmeurd wordt. Passie is niet te koop, heilig vuur moet aangewakkerd worden. In de tempel gaat het om wie jij in de ogen van God bent. Een lamp zet je niet onder een korenmaat, je zet er geen stolp overheen. Een lamp moet shinen. In de tempel gaat her erom hoe we elkaar aan het licht kunnen brengen, hoe we bij elkaar het heilig vuur aan kunnen wakkeren. Het gaat niet om gaven, maar om overgave.

 

Zijn leerlingen slaat de schrik om het hart. Zij denken aan wat er in de Joodse Bijbel, in de Thora staat: ‘De hartstocht voor uw huis zal mij verteren.’ Ze zijn bang dat Jezus de dupe wordt van zijn eigen passie. Zo’n actie roept onvermijdelijk weerstand op. Hij maakt het zichzelf wel erg moeilijk. Zijn ze bang dat hij hetzelfde lot zal ondergaan als profeten voor hem. De klokkenluider is de klos. Wanneer is passie nog gezond en wanneer krijgt het ongezonde trekjes? Je kunt de dupe worden van je eigen passie. Denk aan topturnsters die alles geven en als ze nog geen 25 zijn voorgoed thuis zitten met een voorgoed beschadigde rug. Denk aan mensen die hun leven geven voor een ideaal. Hoe gezond is dat? Of anderen worden de dupe van onze passie. Denk aan mensen met een vurig geloof of een vurige overtuiging. Dat lijkt mooi, maar ruimte voor een andere zienswijze is er niet bij. Terroristen zijn gepassioneerde mensen, maar doen de wereld niet goed. Met deze vraag worstelen de leerlingen én de Judeeërs. Zij vragen Jezus welk recht hij heeft om zo tekeer te gaan. ‘Geef ons een teken, lever ons een bewijs.’

 

Jezus geeft een vreemd antwoord. Hij zegt: "Breek deze tempel af, en binnen drie dagen zal ik hem laten herrijzen". De mensen snappen er niks van en vragen: "Zevenenveertig jaar heeft de bouw van die tempel genomen, en jij zou hem in drie dagen laten herrijzen?" Dan krijgen we een soort voetnoot van de schrijver van het Evangelie, een verduidelijking voor de lezer. Nee, Jezus verwijst niet naar het gebouw, hij verwijst naar zichzelf. Het Heilige is te vinden in de tempel, inderdaad, maar dat is geen gebouw van steen. De tempel dat is Jezus, de tempel dat is de mens. Het heilig vuur brandt niet in een gebouw, maar in mensen. In ons moet soms een grote schoonmaak plaatsvinden om onze passie aan te wakkeren. Jezus levert kritiek op de Judeeërs, die het vuur in mensen verstikken door te denkend dat het om gaven gaat die gekocht kunnen worden. Het geloof gaat om overgave, aan jezelf, aan je hartstocht, aan anderen, aan God.

 

Zowel de bruiloft te Kana als de reiniging van de tempel zijn voorbeelden van Jezus’ mission statement. Of eigenlijk zijn passion-statement. Hij maakt duidelijk waar hij voor leeft en waar hij voor wil lijden. Zo ver gaat hij, omdat hij niet levend dood wil zijn. Omdat gepassioneerd leven zijn mission statement is, enthousiasme, overgave, plezier. Passie, die je veel kost én veel oplevert. En passie die niet uit te roeien is, ook niet als je sterft. De tempel die afgebroken wordt, zal verrijzen, al gaan we wel drie dagen overheen.

 

Met deze woorden geeft Jezus van wat ware passie is. Echte passie is compassie, compassie met jezelf en compassie met anderen, anderen die compassie hebben met jou. Sámen bezield zijn en sámen lijden. Het keurmerk van heilig vuur is dat het een lopend vuur wordt. Ook als Jezus er niet meer is, blijft het vuur branden dat hij ontstoken.

Amen.

 

Het lied werd in 1995 voor het eerst gespeeld door de band The Scene. In het lied hoor je als het ware de klok tikken. De uren tikken weg. Hoe lang wacht je nog? En dan wordt de muziek harder, alsof Jezus in de tempel tafels omgooit. Zijn oproep en blik zijn dringend: ‘Wanneer doe je iets, nu, hier, voor mij.’ Rigoureus misschien, rigoureus, maar altijd uit het hart.

 

Luisteren naar The Scene, Rigoreus

 

De klok zegt, tik, tik
Tikt al mijn uren weg
Voor wie wacht komt alles steeds te laat

 

De klok zegt, tik, tik
Op de witgestucte muur
Voor wie wacht komt alles steeds te laat

 

Ik weet wat jij verlangt
Ik weet wat jij verdient
Voor wie wacht komt alles steeds te laat

 

Je blik gericht op een plek op mijn lichaam
Het is alsof je zegt, doe iets, nu, hier, voor mij
En doe het rigoureus en onverwacht
Rigoureus en ondoordacht
Rigoureus door dik en dun
Rigoureus maar altijd uit het hart