A- A A+

Header PKN

Zondag 23 augustus 2020 Met ds. Aukje Westra

 

Inleiding op het thema van de dienst

Fokke Obbema is een journalist. Hij is een fitte, hardwerkende man, maar krijgt als hij midden 50 in zijn slaap een hartstilstand. Gelukkig dat zijn vrouw nog niet echt sliep, zij redt hem van de dood. Het lichamelijke herstel gaat voorspoedig, maar geestelijk heeft hij meer tijd nodig. De dood heeft hem overrompeld. Hij wordt met zijn neus op de feiten gedrukt: je kunt er van het ene op het andere moment niet meer zijn. Na de schrik komt er verbondenheid. Hij wordt opener en aardiger. Hij leest niet alleen meer reportages over aanslagen in Irak en Afghanistan, maar ook de buurtkrant. En hij interviewt 40 mensen over hoe zij na een crisis zichzelf weer hervinden. De interviews zijn monumenten van kracht in kwetsbaarheid.

 

Voorbereiding op de Bijbellezingen
We lezen weer een deel uit het levensverhaal van Jezus, zoals dat is beschreven door Matteüs. Vandaag bevindt Jezus zich in Caesarea Filippi, een stad in de meest Noord Oostelijke hoek van Palestina, bij de grens met wat nu Libanon is. Er zijn daar bergen en bossen. In de zomer is het er heerlijk koel. Ver voor Jezus’ tijd vereerden de Grieken in één van de grotten in de rotsen de god Pan. Hij was de Griekse god van de natuur en het instinct van dieren. Hij zorgde in bossen voor vreemde geluiden, waar mensen van schrokken. Daar is het woord paniek van afgeleid. Vlakbij de grot van Pan werd later een beeld van de keizer neergezet.
Op deze plek zegt Jezus dat we onszelf, onze ziel, ons leven moeten verliezen om onszelf te vinden. Hij voorziet zware tijden, ook voor zichzelf, maar kijkt daardoor heen. Hij heeft ‘het’, kracht in kwetsbaarheid. Net la Jesaja, die het volk Israël zegt dat de woestijn een tuin zal worden. God die hulp biedt is al onderweg.

 

Bijbellezingen Jesaja 5: 1-3 Matteüs 16: 21-27

 

Overweging
Eén van de aangrijpende verhalen uit het boek van Fokke Obbema, is een gesprek met Metz. Yfke is geboren en getogen in Wapserveen en woont nu in Lelystad. Vanaf haar geboorte heeft ze last van jeuk, ondraaglijke jeuk over heel haar lichaam. Als kind stond ze soms met haar hoofd tegen de muur te bonken. De huid was zo geïrriteerd dat die op veel plaatsen stuk ging. Alleen al het verplaatsen van lucht door te lopen deed pijn. En ’s Nachts was haar leven helemaal een hel. Na de ontdekking dat ze intolerant was voor gluten en haar dieet veranderde werd het ietsjes beter. In haar wanhoop vroeg ze op een nacht aan God om haar te laten sterven óf beter te laten worden, want zo kin het niet langer. Ze voelde een hand op haar rug en hoorde een stem: Heb geduld. Ze leerde dat ze kon kiezen om dood te gaan, maar ook om te blijven leven. Echt beter is ze niet geworden, maar door tijdschriften te maken probeert ze anderen te steunen. En ze leerde naar zichzelf en naar haar te kijken. Liefdevol. Daarvoor had ze zich altijd lelijk gevonden. Maar ze wilde niet dat de kinderen op zouden groeien met een moeder die zich schaamde voor zichzelf.. Dus besloot ze van zichzelf te gaan houden. De jeuk is nog steeds een beproeving, maar ze heeft kracht in kwetsbaarheid gevonden.

 

Je kwetsbaarheid tonen, dat is de weg naar verbondenheid en betrokkenheid. Vindt Jezus. Hij voorziet dat er ingrijpende gebeurtenissen plaats zullen vinden. Hij beseft wat hem te wachten kan staan. Jezus weet namelijk hoe het zijn voorgangers, de profeten, is vergaan. Maar dat weten van Jezus gaat over meer dan lijden en moeite alleen. Het gaat ook over vertrouwen. Op de derde dag zal hij opstaan. Er is een weg door de dood heen. De beweging die Jezus in gang zette, zal niet doodbloeden, maar doorgaan.

 

Maar Petrus kan de dreigende dood van Jezus niet verdragen en neemt hem apart. Hij gaat voor Jezus staan en blokkeert hem de weg. Letterlijk vertaald zegt Petrus: ‘Zoek verzoening Heer, dit mag jouw lot niet zijn.’ Petrus wil voorkomen dat Jezus gaat lijden. Hij adviseert Jezus zich een beetje in te houden en zo zijn vege lijf redden. Hij ziet Jezus op de afgrond afstuiteren en wil hem redden. Het is liefde die Petrus ertoe brengt. Zoals wij uit liefde onze kinderen opvoeden. Komen ze op een dag toch thuis met een vriend of vriendinnetje waar wij onze twijfels bij hebben. We willen hen ellende besparen, dus gaan we recht voor hen staan en waarschuwen. Hun reactie is dezelfde als die van Jezus: ‘Waar bemoei jij je mee?’ We blokkeren hen het uitzicht, zoals Petrus Jezus’ uitzicht blokkeert. Jezus draait hem de rug toe en zegt: ‘Ga weg daar achter mij, satan. Je bent een struikelblok, omdat je met je hart niet bij de zaken van God bent, maar bij die van mensen.’

 

De gedachtegang van Petrus staat hem niet aan. Want het ontbreekt Petrus aan vertrouwen. De god Pan, van paniek, regeert. In zijn angst neemt Petrus de houding aan van de keizer aan: Volg mij, ik weet de weg. Hij wil verdere ellende voorkomen, maar blokkeert de toekomst. Dan spreekt Jezus de bekende woorden: Wie zijn ziel wil behouden, die zal hem verliezen. Maar wie hem verliest omwille van mij, die zal hem behouden. Vooral dat omwille van mij intrigeert. Hoezo je ziel verliezen omwille van Jezus? Met deze woorden spreekt Matteüs zijn lezers moed in. De eerste christelijke gemeenschap leed onder vervolgingen. Mensen werden door Joden met de nek aangekeken en door de Romeinen gemarteld en gedood. Jouw trouw zal beloond worden, zegt Matteüs. God laat je niet in de steek.

 

Maar wat mij betreft gaat het over meer dan dat. Ik denk dat Jezus zegt: Gun jezelf je verlies. Gun de ander zijn of haar verlies. Of, dat is niet goed gezegd, want verlies is vreselijk. Maar, gun jezelf het leven, een levende ziel. En soms, vaak is daar verlies voor nodig. Demp het verlies niet te snel, maar bedenk naar verloop van tijd of je er anders tegenaan kunt kijken. Het is en blijft verlies, vreselijk. Maar als je er dwars doorheen gaat, gaat er misschien ook iets bij je open. Het is en blijft een gevaarlijke opmerking, voor je het weet wordt het een cliché: een crisis is een kans. Je kunt kapot gaan aan een crisis. Maar, toch, je kunt ook aan diepgang winnen. Zie het verhaal van Yfke Metz. Zij heeft het opgedaan, kracht in kwetsbaarheid. Zie het verhaal van Raynor en Moth, beschreven in het boek ‘Het zoutpad’. Ook zij hebben ‘het’.


‘We lopen het pad. We hebben de hele weg wildgekampeerd.’
‘Dat kan ik zien. Jullie hebben het over je.’
‘Het?’
‘Ja, het. Het heeft jullie aangeraakt. Jullie stralen het uit, jullie hebben de hand van de natuur gevoeld. Dat raak je nooit meer kwijt. Jullie zijn gezouten.’

 

Het is een heldere ochtend in Portheras Cove. De vijftigers Raynor en Moth lopen al maanden dag in dag uit langs de ruige Engelse kust. Ze volgen het South West Coast Path, 1014 kilometer, met niets meer dan een tentje, twee lichtgewicht slaapzakken en 115 pond op de bank. En het vonnis van een dodelijk ziekte op zak.
Maanden eerder raakten Moth en Raynor in een week alles kwijt. Na een jarenlang juridisch gevecht over schulden door een foute investering werd eerst hun boerderij in Wales in beslag genomen. Weg was hun steen voor steen zelf gerenoveerde woning, de tuin met de grote es waar de kinderen hutten in bouwden, hun B&B, hun schapen. Opeens waren ze dakloos.


Vijf dagen daarna krijgt Moth in het ziekenhuis te horen dat hij aan corticobasale degeneratie lijdt, een slopende hersenaandoening die zijn lichaam en zijn geest zal vernietigen. De trillingen en spierkrampen in zijn ledematen zullen verergeren. Hij zal gaan dementeren. En na een tijdsbestek dat geen arts kan voorspellen, zal hij stikken in zijn eigen speeksel. Tot die tijd moet hij rustig aan doen, zeggen de artsen. Heel rustig.


Maar wat doen Raynor en Moth in 2013? Ze schrijven zich niet in voor een sociale huurwoning en wachten niet op de dagen die hen dichter bij zijn ondergang brengen. Ze gaan lopen. Het South West Coast Path. Het is dom. Onverantwoord. Maar ze moeten. Eigenlijk is het simpel: ze willen niet zitten, ze willen bewegen. De ene voet voor de andere zetten, hoe moeilijk dat ook zal gaan. Langs de kust. Op een meedogenloze strook land van wilde kliffen en ruige, lege vlakten. De wind heeft er vrij spel en slaat het schuim van de Atlantische Oceaan razend tegen de rotsen aan. Het pad is vaak maar dertig centimeter breed. En het kent zoveel hoogteverschillen dat het pad lopen gelijkstaat aan een slordige vier keer de Mount Everest beklimmen.


In ‘Het zoutpad’ doet Raynor Winn, die niet eerder schreef, twee jaar later nauwgezet verslag van hun tocht. Hoe ze in hun tentje liggen, kou lijdend op stenige grasveldjes, parkeerplaatsen of verlaten, stille stranden. De adembenemende vergezichten, de voorbijschietende strandlopertjes, de traag langszwevende valk. De monotonie wordt prettig. En steeds, als een soevereine, geruststellende kracht, is daar die ondergaande en weer opkomende zon. Is er de wind, het water. Moth die eerst huilt van de pijn, zich langzamerhand beter begint te voelen. Raynors zorgen, twijfels, angsten.


Dit verhaal is een voorbeeld van je leven verliezen en het vinden, van kracht in kwestbaarheid. Raynor en Moth wordt alles uit handen geslagen. Maar ze kiezen hun eigen weg, hoe zwaar die ook is. Wanneer mensen een gesprek met hen beginnen, maar dat abrupt afbreken als ze horen dat ze dakloos zijn. Of wanneer ze honger hebben. Ze moeten rondkomen van 30 pond in de week. Ze eten wekenlang noedels en af en toe een karamelreep. Als ze eindelijk weer eens een pasty kunnen kopen eten ze die op een bankje op. Helaas komt er een meeuw van achteren aanvliegen die er met de helft vandoor gaat.

 

En toch, er gebeurt iets. Er gebeurt iets met hen tweeën. Er begint zich iets in hen te verdiepen. En dat gebeurt met de lezer ook. Opeens heb je ‘het’ ook. Alsof je bent verdwenen maar tegelijkertijd meer aanwezig bent dan ooit. Alsof je niet alleen met de eentonigheid van de bewegingen van dit dappere koppel maar ook met de bewegingen van de natuur begint samen te vallen.


In plaats van zich slachtoffer te voelen, tonen ze kracht in kwetsbaarheid. Winn beschrijft het zo: ‘Ik kon de lucht, de aarde, het water voelen en blij zijn, zonder dat zich een afgrond van pijn opende bij de gedachte aan het verlies van onze plek daarbinnen. Ik was deel van het geheel. Ik kon in de wind staan en ik was de wind. De regen, de zee, het was allemaal ik en ik was niets. Mijn wezen was niet verloren. Het was doorschijnend, ongrijpbaar, maar aanwezig en werd sterker met elke landtong.’ Ze hebben ‘het’. Ze leven, gezouten en al. Amen.


Luisteren naar Marco Borsato, De Bestemming.

 

Bronnen
Fokke Obbema: De zin van het leven. Gesprekken over de essentie van ons bestaan.
https://www.trouw.nl/nieuws/hoe-een-barre-voettocht-langs-een-kustpad-tot-verdieping-leidt~b61d5512/
Sytze de Vries: Zo komen wij er niet. In: Kind op Zondag, nummer 6, jaargang 88. Vertel! Verhalen uit Matteüs.
Raynor Winn: Het zoutpad. Over oude wege naar een nieuw begin.