A- A A+

Header PKN

Zondag 9 augustus 2020 Sorry Met ds. Aukje Westra

De Amsterdamse gemeenteraad bood vorig jaar zomer excuses aan voor het aandeel van de stad. Premier Rutte bood excuses aan voor de manier waarop de Nederlandse overheid in bezettingstijd had gehandeld. De NS bood een compensatieregeling aan voor de transporten van Joden, Sinti en Roma. Langzamerhand erkennen we de verschrikkingen van de politionele acties in Indonesië. We leven in een tijd van sorry zeggen. De vraag aan u vandaag is: zegt u wel eens sorry? Waarom? En wat komt erbij kijken als we sorry zeggen?

 

 

Voorbereiding op de Bijbellezingen

We lezen vandaag een gedeelte uit het boek Jona. Het verhaal van Jona is overbekend. Jona krijgt een opdracht van God. In de stad Ninevé gebeuren hemeltergende dingen. De stad moet sorry zeggen en Jona krijgt de opdracht om hen dat aan het verstand te peuteren. Jona ziet het niet zitten en vlucht. Hij veroorzaakt daarmee een zware storm, een storm van protest. In de buik van de walvis schreeuwt hij het uit naar God. Jona zelf leert sorry te zeggen. Jona 2: 1-11.
De gedachten en woorden van Jona in de walvis, de roep in nood, lijken op de woorden van psalm 29. Huub Oosterhuis heeft die psalm bewerkt. U vindt het als lied 828 in het liedboek. Er is een stem die ons aanklaagt, een stem die ons vraagt: Wie ben jij? En mét wie ben jij?

 

Overweging

Leerlingen van Jezus onze Heer,

 

Het is al jaren geleden. Het stelde niks voor. En toch denkt ze er geregeld aan terug. Haar oma was overleden. Ze vroeg haar vriend om mee te gaan, maar hij had het druk. Twee dagen later had hij zijn theorie-examen zwaar transport. Daar was hij met zijn hoofd bij. Bovendien, ze zou niet alleen zijn, haar familie was er toch ook? En zo stond ze op een koude novembermiddag op het winderige kerkhof. Omringd door haar familie, maar voor haar gevoel alleen. Haar vriend is al jaren haar man, ze hebben het goed samen. En toch, als ze aan dit voorval denkt, gaat er nog steeds een steek door haar heen. Het stelde eigenlijk niks voor, maar toch. Het zou schelen als ze het er nog een keer over konden hebben. Dat zij kon zeggen dat ze zich toen alleen voelde. En dat hij dan sorry zou zeggen. Dan zou de wond genezen. En dan zou zei kunnen zeggen: Nou ja, ik begrijp jou ook wel, je was gestrest.

 

Een ogenschijnlijk kleine gebeurtenis kan verschrikkelijk zeer doen. Jaren later staan het voorval ons nog scherp voor ogen. Dat komt omdat we rekenen op steun van iemand en dan blijkt die persoon geen rekening met ons te houden. De ander beseft niet dat wij hem/haar hard nodig hebben. De verbondenheid wordt geschaad. Er gaat een alarmbel af, we zijn voortaan op onze hoede. De ander was er niet voor ons. Wát er precies gebeurde kan heel verschillend zijn. Een vriend reageert lauw als jij vertelt dat je kanker hebt. Je vrouw sjanst met iemand anders. De gemene deler is dat we ons in de steek gelaten voelen. Als we er achteraf over doorpraten, begrijp je de ander misschien ook wel. De vriend worstelde zelf met beginnende Parkinson, jullie relatie was ook niet zo goed. Maar dan nog. Een onopgelost trauma geneest niet vanzelf. Er is meer nodig. Het vertrouwen in de ander moet hersteld worden. Dat kan alleen als je samen praat over wat er gebeurd is. De één moet het aandurven om te vertellen wat er pijn heeft gedaan. De ander moet zich inleven en de pijn erkennen en oprecht sorry zeggen. Deze moeite doen we om het vertrouwen te herstellen. We kwetsen elkaar, maar we kunnen het vertrouwen in elkaar herwinnen.

 

Maar hoe groot is de kans dat gesprekken zo positief verlopen? Hoe groot is de kans dat iemand echt sorry zegt? Zo blij zijn we over het algemeen niet met kritiek. En stel, dit gesprek komt er nog even niet van. Maar een vriendin van uw vrouw komt naar u toe en zegt: ‘Ik heb met je vrouw gesproken en zij heeft nog steeds last van dat verhaal van het afscheid van oma. Je weet wel, jij was daar niet bij. Je moet er toch eens met haar over praten en je excuses aanbieden.’ Eerst denkt u misschien ‘Hè, waar heeft ze het over?’ En dan wordt u ongerust en kwaad: ‘Zitten die twee te kletsen over mij? Ik maak zelf wel uit waar ik thuis over praat en waar ik sorry voor zeg. Waar bemoeit ze zich mee.’ Kritiek van buitenstaanders is niet welkom.

 

Nu begrijpt u waarom Jona geen zin heeft om naar Ninevé te gaan. In die stad gebeuren ten hemel schreiende dingen en Jona heeft de opdracht gekregen om de inwoners van de stad daarop te wijzen. In de achtste eeuw voor Christus was het één van de grootste steden in het rijk van de Assyriërs. En de Assyriërs waren machtig en rijk. Rijk geworden van de oorlogsbuit. Een deel van die rijkdom werd omgezet in pracht en praal. In de hoofdstad verrezen enorme gebouwen die mooi versierd waren. En nu moet Jona de stedelingen tot de orde roepen. De Nineveërs moeten sorry zeggen en zich bekeren. In het beste geval sturen ze hem weg. In het slechtste geval lynchen ze hem voordat hij de poort door is. De Assyriërs stonde bekend om hun wreedheid. Als ze een land ingenomen hadden, deporteerden ze de inwoners. Konden ze niet meer in opstand komen. Het overkwam Israël zelf in de zesde eeuw. Op een reliëf uit die tijd dat teruggevonden is, zie je een vrouw met kind op een paard. Wuivende palmbomen op de achtergrond. Een liefelijk tafereel tot je oog valt op de soldaten aan de kant van de weg. Ze tellen de afgehakte hoofden. Vrouw en kind zijn gedeporteerd en Jona is bij dezen gewaarschuwd. De kans dat Assyriërs ooit sorry gaan zeggen is nul komma nul. De kans dat hij vermoord wordt 100%.

 

Jona vertrekt daarom gaat in tegengestelde richting, gaat het schip in en dan wordt het zwaar weer in zijn leven. Er is storm op komst en Jona zinkt dieper en dieper. In de buik van de vis moet hij zichzelf onder ogen komen. Hij had gehoord van de ellende in Ninevé, hij had zich het lot van vrouwen en kinderen, van mannen en jongens zelfs aangetrokken. Maar toen puntje bij paaltje kwam om er wat aan te doen, gaf hij niet thuis. Hij liet hen in de steek. Ongetwijfeld komen er in die buik van de vis nog andere voorvallen bij hem naar boven. Het angstige gezicht van zijn dochtertje die bang was voor spinnen. Hij lachte haar uit. Het wegrijden, terwijl hij een auto beschadigd had bij het inparkeren. Een stem als van een zee van mensen klinkt om hem en door hem heen. Stem van die drenkeling, van dat stuk wrakhout, dat mens blijkt te zijn en hem aankijkt.
Waarom heb je mijn angst niet serieus genomen? Waarom liet je geen briefje achter? ‘Sorry, sorry’, roept Jona uit. En hij verdrinkt bijna in zijn schuld. Maar dezelfde stem breekt zijn vliezen en bevrijdt hem. Jona beseft waar hij voor leeft: samen met en voor anderen. Onlosmakelijk verbonden. Stem als een specht die klopt aan zijn gehoorbeen: ‘Wees er voor mij.’ En in de diepste diepte slaat hij vuur uit steen. Zijn harde hart wordt vurig als hij beseft dat hij het kan: houden van, instaan voor, fouten herstellen. Hij voelt de moed groeien om zich ook uit te spreken als iemand hém gekwetst heeft. En niet langer achter de rug van andere om te mopperen. Wie durft er uit zijn hokje te komen? Het Woord dat aanhoudt is God die hem vasthoudt. Het heeft lang genoeg geduurd, Jona houdt het in de benauwde buik van de vis niet langer uit. De vis spuwt hen uit. Op het strand haalt Jona opgelucht adem. Frisse lucht, ruimte. Vol goede moed gaat hij op weg naar Ninevé.

 

Ninevé, alwaar het drama zich nog een keer herhaalt. Om Jona nogmaals wat te leren. Namelijk wat er na het sorry zeggen komt. Geen straf, zoals Jona hoopt, maar wel actie. De Nineveeërs zijn in zak en as en bekeren zich. Om het naar het nu toe te halen: er gebeurt iets bijzonders. Als je laat zien dat de pijn van de ander jou raakt, verzacht je het leed. De ander voelt jouw warmte. De verbinding kan worden hersteld.

 

Kinderen van NSB-ers hopen op spijt bij mensen die hen gepest hebben. Zwarte mensen eisen excuses voor de manier waarop ze eeuwenlang weggezet zijn. Indonesië. Sebrenica. Hoe geloofwaardig is deze golf van spijtbetuigingen en spijteisen noch? De gemeente Amsterdam geeft een handvat: Nadat er sorry gezegd is, is er wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de exacte rol van Amsterdam in de slavenhandel. Want ‘als je excuses aanbiedt, moet je wel precies weten waarvoor.’ Doe onderzoek naar wat er precies gebeurd is en wat het aandeel van ons land, van ons dorp, van ons gezin daarin was. Praat met de slachtoffers, leef je in en erken hun pijn. Schrijf samen het verhaal van hoe het misging, hoe je de kloof overbrugd hebt en hoe je het vanaf nu samen beter kunt doen. En ja, het is allemaal heel moeilijk en kan nog geld gaan kosten ook. Maar als Ninevé sorry kan zeggen, dan kunnen wij het ook.

 

Luisteren naar 3JS Watermensen

https://www.youtube.com/watch?v=OBbafE0MgzE

 

Onze ogen konden kijken,
sinds het licht ons land bescheen.
Maar na het breken van de dijken,
ging men denken naar ik meen.

 

Zolang golven overheersen,
wars van droogte en van tij.
Zo kan ik niet overleven,
in gewone zekerheid.

 

Refrein
Laat het water mij maar dreigen,
laat het me grijpen naar de keel.
Alleen voor ons wij watermensen,
wordt het water nooit te veel.
En als het water ons zal krijgen,
heeft 't lang genoeg geduurd.
Dan worden wij die watermensen,
naar een hoger plan gestuurd.

 

Tussen de zilvergrijze aderen,
leef ik in mijn waterland.
Ik kan strijden, ik kan varen,
en zet de zeeën naar mijn hand.

 

Onbedwingbaar is de woede,
en het vloeibare geweld.
Je zal vechten, je zal bloeden.
Watermens, mijn held.

 

Refrein 2x

 

Bronnen
Johnson, S. (2019). Houd me vast. Zeven gesprekken voor een hechte(re) relatie.