A- A A+

Header PKN

 

Zondag 24 mei 2020    ds. Aukje Westra    De wijngaard

 

Schriftlezingen
We luisteren naar een lied van de profeet Jesaja. God heeft een wijngaard, maar het is een grote teleurstelling. Jesaja 5: 1-4 Aansluitend luisteren we naar Jezus die een verhaal met een moraal vertelt. Een landeigenaar legt een wijngoed aan en gaat op reis. Hij laat het onderhoud over aan landarbeiders. Ook dit loopt uit op een teleurstelling. Of nog erger, op een moordpartij. Matteus 21: 33-41


Overweging

Het liedje werd in 1981 ontdekt door Radio Noord en werd sindsdien gebruikt als de begintune van de Tuinrubriek. Ik heb het over het liedje Mien toentFoto20200524.JPGje van de Groninger zanger Ede Staal. Ede Staal is in 1986 overleden, hij werd maar 44 jaar, maar zijn poëtische liedjes leven voort. Eén van de bekendste is Mien toentje. Ede Staal bezingt daarin zijn tuin. Op de Groninger klei kweekt hij waikschilde bonen, vrougen en sloat. Maar helaas, die waikschilde bonen die komen zo slecht op, vreterij in de woddels en de eerbeien onder ’t roet, waalse bonen onder de loezen en de slakken lachen mie oet. Maar wat is er mooier dan een huisje met een lapje grond. Geen kunstmest, maar van het paard of de koe echte stront. Ede Staal vraagt zich af wat het moet worden, maar met de opbrengst komen wie de winter wel deur. En het komend jaar giet de kop er weer veur.

 

Met evenveel liefde bezingt God zijn wijngaard, het is zien toentje. God heeft de wijngaard met liefde aangelegd, maar de teleurstelling is groot. Zure, wrange druiven. Van ellende ploegt zou hij de boel het liefst omploegen. Jezus is al net zo somber. Een landeigenaar investeert in een wijngaard en maakt er iets moois van. Hij moet op reis en laat het beheer over aan pachters. Maar als hij knechten stuurt om de opbrengst in ontvangst te nemen, worden die geslagen en zelfs vermoord. Zelfs zijn hoogsteigen kind wordt omgebracht.

 

De wijngaard is een oud beeld voor Israël. Mien toentje, zegt God liefkozend, het volk waar God veel van houdt. Maar de wijngaard is ook een Bijbels beeld voor mensen. Een beeld van ons leven, van wie wij persoonlijk zijn. Wij zijn als toentje van God zorgzaam aangelegd en ingezaaid. Als een wijngaard, op een vruchtbare helling, naar de zon gekeerd. Met liefde zijn wij opgevoed, door de generaties voor ons. We zijn zorgvuldig bewerkt. Onze talenten zijn als wijnstokken in onze grond geplant. Een omheining omgeeft ons, onze eigen huid. In de wijngaarden in het oude Israël stond ook een wachttoren. Vandaaruit kon je de omgeving in de gaten houden. Vergelijk die eens met onze ogen en oren. Die signaleren wat er om ons heen gebeurt. Bij een wijngaard hoort ook een perskuip, en stenen bak waarin de druiven met de voeten geperst werd. Binnen in ons zit als het ware ook een perskuip. Het is de ruimte in ons waar onze ervaringen verwerkt kunnen worden. We denken na over wat we meemaken, net zo lang tot onze ervaringen als mooie wijn worden.

Jezus vertelt dat de landheer de wijngaard aan de pachters heeft gegeven. Hij vertrekt naar het buitenland. Zo is het met ons. Wij zijn de pachters van ons leven. Wij zijn aan onszelf gegeven. U weet wat het verschil is tussen planten en dieren en mensen. We doen allemaal hetzelfde: opgaan, blinken en verzinken. Maar het bijzondere van ons mensen is dat we ons daar bewust van zijn. Wij beseffen dat we leven. Wij kunnen blij zijn met onszelf of ontevreden. Maar ik heb een paardenbloem nog nooit voor de spiegel zien staan en denken: Wat ben ik toch lelijk vandaag. Ik heb nog nooit een koe ontmoet met een identiteitscrisis, die zich afvroeg wie ben ik, waar moet dit met mij naar toe? Mensen hebben dat wel. Wij zijn aan onszelf geschonken, met alles erop en eraan. Glansrijk, kansrijk, maar ook zwaar. Want het moeilijkste is om dat geschenk dat we zelf zijn ook zelf te ontvangen. Het moeilijkste is om onszelf te aanvaarden. Jaren geleden kwam er een gedachte bij me op: ‘Dit ben ik, hier kom ik nooit meer los van. Wie ik ben draag ik altijd met me mee.’ Ik word daar niet altijd blij van.

 

We zitten met onszelf opgescheept. We hebben een wijngaard, ons leven, ontvangen, maar vaak willen we hem anders, mooier. Zoals bij de buren, onze kennissen, vrienden. Zoals wij zijn, dat moeten we niet. Het is onze belangrijkste vraag en worsteling: Ben ik goed genoeg? Zijn we thuis bij onszelf? Een vraag die zich in deze tijd van alleen-zijn des te sterker opdringt. Houden we het uit met onszelf?

 

Onzekerheid over onszelf kan ons agressief maken. We zien anderen als een bedreiging. Iemand vraagt belangstellend hoe het met ons gaat en wij weren haar af. Iemand corrigeert ons en wij voelen ons aangevallen. We scheppen afstand. Om in het beeld van de gelijkenis te blijven: ieder die ons te na komt, smijten we de wijngaard uit. We zijn een geschenk van God aan onszelf. We zijn een geschenk voor de mensen om ons heen. Op onze hoogstpersoonlijke eigen wijze zijn wij beeld van God, maar het gaat er niet in. Wij vernielen het mooie, het goede in onszelf, we smoren het in agressie naar onszelf of naar anderen toe. Kijk naar de gelijkenis: Toen de pachters de zoon, het beeld van God, zagen, vermoordden ze hem.

 

Maar liefde is sterker dan de afkeer van onszelf. De Schenker van het leven buigt onze angst om in liefde. Al die stemmen die zeggen dat we niet goed genoeg zijn, niet leuk genoeg, niet intelligent genoeg, niet evenwichtig genoeg, al die stemmen zal Hij met stomheid slaan. Er komen mensen op ons pad die in Godsnaam geduld met ons hebben en het vertrouwen herstellen. Dan kunnen we onszelf in liefde ontvangen. En kunnen wij anderen in liefde begeleiden. Dan kijken we niet meer naar onze eigenschappen, maar naar wie we zijn.

 

’t Is een wonder, dat toentje dat we zelf zijn. Het is niet perfect. Die waikschilde bonen die komen zo slecht op, mien vrougen stoan dun en mien sloat schiet al deur. As’t zo deurgaat din wurdt dat n strop. Maar wij zetten ons stoeltje in ons toentje neer en genieten van de zon en hopelijk binnenkort ook weer eens van regen. We komen met zien allen de winter wel deur en ankomend jaar din gaait de kop ter weer veur. Amen.


Bron
Kees Waaijman, Laat mij horen jouw stem. Zevenentachtig overwegingen.