A- A A+

Header PKN

Tekst kerkdienst zondag 3 mei 2020 Aukje Westra

Kort voor de Tweede Wereldoorlog was Londen in gevaar. De Engelsen waren bang dat ze aangevallen zouden worden door de Duitsers. En ze waren bang dat Londen dan een chaos zou worden. Er zou paniek uitbreken, mensen zouden gewelddadig worden. Op 7 september 1940 was het zover. Londen werd vanaf dat moment negen maanden gebombardeerd. 40.000 mensen kwamen om, huizen en gebouwen werden vernield. Maar er ontstond geen paniek, mensen werden niet gewelddadig. Kleine kinderen bleven spelen op de stoep, een politieman regelde het verkeer, saai als altijd. De Britten bleven hun theedrinken. Er was veel verdriet en woede. Maar de noodsituatie bracht niet het slechtste in mensen naar boven. Integendeel, ze werden juist socialer.

 

We kijken in deze dienst vooruit naar morgen, 4 mei, de dodenherdenking en vragen ons af: Is onze goedheid een dun vliesje en stuit je al gauw op een slechte kern? Of deugen de meeste mensen? Jezus gelooft het laatste.

 

Inleiding op de Schriftlezing
De oudste getuigenissen van het leven van Jezus zijn niet de Evangeliën. Jaren eerder schreef Paulus al brieven In een visioen sprak Jezus hem aan. Sindsdien is hij volgeling van Jezus. Hij reist rond en er ontstaan kringen van vrienden van Jezus. Maar dat vriend-zijn valt niet mee. In de kring in Rome bijvoorbeeld ontstaat heibel. Gelovigen van Joodse en niet-Joodse afkomst zijn het niet eens met elkaar. Wat mag je wel en wat mag je niet eten, met wie mag je wel en met wie mag je niet omgaan? Het is het jaar 56. Paulus wil naar Rome om de problemen op te lossen, maar heeft eerst elders nog een klus. Daarom schrijft hij de groep in Rome een brief. In die brief stelt hij de vraag waarom wij mensen het goede willen, maar toch het verkeerde doen. Zijn we in de kern goed of slecht?

 

Schriftlezingen Romeinen 7: 13 – 25

Stel, u neemt zich voor een dag lang niet te snoepen. Dat gaat aardig, maar ’s avonds, u heeft zich dan al urenlang ingehouden, gaat u voor de bijl en graait in de koektrommel.
Hoe graag u ook gezond wilt eten, u leggen het af tegen de gewoonte, de zin in zoetigheid. Onze wilskracht wordt wel een spier genoemd. Net als bij gewone spieren kan de wilskrachtspier vermoeid raken. Je hebt zo lang je best gedaan, maar dan ….

 

Dit is wat Paulus beschrijft. Met een sterke wil alleen red je het niet. En dan heeft hij het over meer dan alleen snoepen. Paulus is ooit in een visioen overrompeld door de liefde van Christus. In vuur en vlam trekt hij daarna rond om mensen van die liefde te vertellen. Als Jood volgde hij de voorschriften uit de Thora. Anderen niet aftuigen, goed zijn voor je ouders. Het zijn allemaal aanwijzingen voor een liefdevol leven. Maar Paulus ontdekte dat je er met voorschriften alleen niet komt. Met een sterke wil lukt gezond leven even, maar uiteindelijk verliezen we weer. Niemand redt het op wilskracht alleen. Dat komt omdat we diep van binnen slecht zijn.

 

Het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade dat ik niet wil, dat doe ik.’ Dat schrijft Paulus. Of, zoals in de catechismus staat: We zijn in zonde ontvangen en geboren en geneigd tot alle kwaad. In onze eigen natuur is het goede niet aanwezig. In onze kern zijn wij slechte mensen. En dan kun je nog zoveel goede voornemens hebben, nog zo je best doen, je verliest het.

 

Maar staat er echt dat wij in onze kern slecht zijn? Want hij schrijft daarna: Ik doe niet wat ik wil, maar dat komt niet door mij. Dat komt doordat de zonde over mij heerst. Het is de wet van de zonde. Het is een soort wetmatigheid. Altijd weer worden we naar beneden getrokken, het lijkt de wet van de zwaartekracht wel. Je zou er moedeloos van worden. En toch houdt Paulus vertrouwen. Want, schrijft hij, er is één iemand die mij kan redden, zegt Paulus, en dat is Jezus Christus. Omdat Hij geloofde dat wij mensen goed zijn. Hij heeft de zwaartekracht van de zonde overwonnen en leefde vanuit de wetmatigheid van de liefde.

 

Jezus wordt niet onze redder genoemd, omdat hij zoveel wilskrachtiger was. Integendeel, hij is een weerloos mens. Maar Jezus geloofde in de wet van de liefde, die sterker is dan de wet van de zonde. Hij vertrouwde erop dat de Gods goede geest in ieder mens kan waaien. In deze Corona-tijd krijgt hij gelijk. We zijn socialer geworden. Spontane hulpacties zijn opgezet, ouders zien de waarde in van tijd maken voor de kinderen. Zelfs de relatie met de meeste buren is beter geworden. Nu zien we dit wel vaker, in spannende tijden zijn we er voor elkaar. Denk aan iemand die ernstig ziek is, die krijgt veel kaarten. De vraag is natuurlijk wat er hierna gebeurt, als niets meer normaal zal zijn en grote groepen mensen in armoede zullen leven.

 

We wachten af, maar er is een kracht die sterker is dan de wetmatigheid van de zonde, dat is de wetmatigheid van de liefde. Met vertrouwen kom je verder dan met wantrouwen. Er valt veel tegenin te brengen. Ja maar, al die concentratiekampen dan, de eindeloze oorlogen in het Midden-Oosten. Of dichter bij huis, de pestkoppen die het voor het zeggen hebben op het schoolplein, de vechtscheidingen. We hebben van nature weerzin tegen agressie, maar de zonde haalt het slechtste in ons naar boven. Daarover een andere keer meer. Voor nu het geloof van Jezus: Goed zijn voor elkaar is geen zaak van pure wilskracht, maar zit ingebakken in ons. Probeer ijzervijzels maar eens weg te houden van een magneet. Ieder mens wil in harmonie leven. Volgens Paulus is Jezus onze redder, omdat hij de wetmatigheid van de liefde waarmaakte. Hij stelde vertrouwen tegenover wilskracht.

 

Maar nu het moeilijke punt, hoe maak je dit concreet? De groep Jezus-vrienden in Rome liep er al tegenaan. Joden en niet-Joden vochten elkaar de tent uit, terwijl beide partijen stonden voor een goede zaak. What would Jesus do? Wat zou Jezus doen? Hier de handreiking van Paulus: Wees in ieder geval eerlijk, eerlijk ten opzichte van jezelf. ‘Ik wil het goede wel, maar ik doe het niet.’ Peil jezelf, wat wil je werkelijk? Altijd oorlog in je hoofd vanwege de ruzie met de buren over de schutting? Of je verlies nemen met als winst dat je rustig in de tuin kunt zitten? Als leidinggevende er bovenop zitten met als gevolg dat ze je werknemers jou niet vertrouwen en er minder werk uit hun handen komt? Of je medewerkers eigen verantwoordelijkheid geven, hoe spannend dat ook is?

In alle gevallen Jezus’ adagium blijft gelden: de ander is een mens, net als jij. Morgen tijdens de dodenherdenking herdenken we de wet van de zonde én de wet van de liefde.

 

Bronnen
Ruter Bregman: De meeste mensen deugen.
Paul Visser: Het eerlijke verhaal.
https://www.alledagkerk.nl/sermons/ds-paul-visser-het-eerlijke-verhaal-n-a-v-romeinen-7-21-26/