A- A A+

Header PKN

Gebeden en Overdenking n.a.v. van de Coronapendemie en Psalm 40.

Uitgesproken in de online-viering op zondagmorgen 19 april 2020 te Havelte door Vijko Top.

 

Gebed

Goede God, Schepper van liefde en leven,
de eerste schrik is voorbij en we gaan voorzichtig weer naar de toekomst kijken.
De eerste schrik is voorbij;
we krijgen langzamerhand een beeld van de verwoestende kracht
van zo’n klein virus.

En klein is het: een tienduizendste van een millimeter.
We zien het niet, we ruiken het niet en je kunt het ook niet vastpakken.
Maar de verwoestende kracht kan enorm zijn.
Het leed dat het virus aanricht kan enorm zijn:
het raakt ons diep als we met ons hart
bij de families zijn die een geliefde moeten missen
het raakt ons diep als we beelden zien
van zieke en verzwakte mensen op de intensive care
het raakt ons diep als we aan mensen denken
die geen bezoek meer kunnen ontvangen
van hun kinderen en kleinkinderen
het raakt ons diep als we de machteloosheid zien
van ondernemers, van zzp-ers, van werknemers die hun baan kwijtraken
en dat door een virus van een tienduizendste millimeter.

 

Goede God, Schepper van liefde en leven,
Maar tegelijkertijd beschikken wij als mensen over een ongelooflijke veerkracht.
een veerkracht die groter is dan we ooit vermoeden.
Een heilige veerkracht die ons leert dat we elkaar meer dan ooit nodig hebben
Een heilige veerkracht die ons leert dat we intens met elkaar verbonden zijn
via talloze onzichtbare lijnen.
Een heilige veerkracht die ons leert: jouw levenslot hangt af mijn levenslot
Jouw geluk is mijn geluk.
En als we dat beseffen en leven dan is het nooit teveel.
Want dan bent U in on smidden:
eindeloos, onuitputtelijk, onverwoestbaar, voor altijd.
Goede God, Help ons die Heilige veerkracht te ervaren en te leven.
Ontferm U over ons als we die veerkracht even niet ervaren. Amen.

 

Overdenking
Een man wordt in een put gegooid. Een diepe put van acht, negen, misschien wel tien meter diep. De bodem van de put bestaat uit slijk, modder. Ooit heeft men de put gebruikt om er helder en fris water uit te halen. Maar na tientallen jaren gebruik is het heldere, frisse water op. En wat er resteert is een dikke laag slijk op de bodem. Ideaal om iemand in te laten afdalen waar je vanaf wilt. Een lastpak, een crimineel, een onruststoker. Schreeuwen en roepen om hulp hielp niet. Men hoorde je gewoon niet. En zonder hulp kwam je er eenvoudigweg niet uit.
De profeet Jeremia werd in een put gegooid; men was zijn tegendraadse boodschap zat. Laat hem maar wegzinken en wegrotten in het slijk. Jozef, de geliefde zoon van Jacob werd in een put gegooid door zijn broers. Een beproefde methode om van een irritant persoon af te komen.

 

Het gevoel in een diepe put met slijk terecht gekomen te zijn klinkt in de Bijbel ook door als mensen het gevoel hadden klem te zitten. Gevangen. Ze hadden het gevoel in een diepe put met slijk gegooid te zijn. In werkelijkheid liepen ze gewoon vrij rond. Maar emotioneel voelde de levenssituatie aan alsof ze in een put waren gegooid.
De psalmist ook. Hij was één van de mensen die vanuit Israël naar Babylon gedeporteerd was. Hij was een krijgsgevangene. Alles was hem ontnomen. Eén troost: er waren meer Israëlieten die als krijgsgevangene naar Babylon waren afgevoerd. Hij was niet alleen. Maar zo voelde het wel.
Alle dagelijkse bezigheden - werk, een praatje met de buren, naar de tempel gaan om te offeren, te leren, te zingen, te bidden, boodschappen doen, activiteiten die in Israël zo vanzelfsprekend waren, - alle dagelijkse bezigheden waren hem hier afgenomen. Hij voelde zich verlaten door alles en iedereen. Hij zat klem.
Heel zijn lijf, heel zijn gemoed kwam in opstand tegen zijn gevangenschap. Hij voelde heimwee, verdriet, boosheid, radeloosheid, wanhoop, verstikking. En er kwamen prachtige herinneringen bovendrijven aan een mooie zonsopkomst in Israël, aan zwoele nachten samen met zijn geliefde, en nog veel meer. ‘Heb ik wel beseft hoe mooi mijn leven toen was?’ vroeg hij zich af. En des te meer hij zich zijn oude leven herinnerde, des te schrijnender werd zijn nieuwe situatie. Zijn lijf, zijn gemoed, zijn hele gestel kwam tot leven. Hij voelde de schoonheid en de wreedheid van het leven tot in zijn ingewanden. Het was alsof elke uithoek van zijn wezen tot leven kwam. Alles roerde zich. Niet echt aangenaam. Want wie kan zo scherp pijn én schoonheid ervaren? Het is toch veel prettiger om op te gaan in een mooie zonsondergang; het is toch veel prettiger om op te gaan in het dagelijks leven? Zonder al die heftige emoties? Gewoon gelijkmatig leven, evenwichtig, rustig, beheerst en kalm. Wie wil dat niet?


De psalmist voelde alsof hij in een diepe put was gegooid. Hij kon er aanvankelijk met niemand over praten. Hij zat wezenloos in de hoek. Maar na verloop van tijd – weken, maanden, jaren misschien – wilde hij zijn hart luchten. Met een medelotgenoot. En die bleek warempel hetzelfde te ervaren. Dat maakte zijn leed een beetje lichter. Er ontstond zelfs een gemeenschapje van lotgenoten. En dat deed hem goed.
Maar na verloop van tijd gebeurde nog iets. Na maanden, ik denk zelfs pas na meerdere jaren begon de psalmist een Licht te ervaren. Let wel: de wanhoop, het verdriet, de heimwee en de boosheid waren nog volop aanwezig. Maar het werd af en toe lichter in de put. En hij zakte niet steeds verder weg in het slijk, maar voelde een stevige bodem onder zijn voeten. Nogmaals het leed en verdriet waren er volop, maar tegelijkertijd ervoer hij Licht, een bodem. Sterker nog: het leek warempel wel of hij uit de put werd getild. En gewoon weer vrij kon rondlopen.


Het verdriet en de heimwee bleven. Maar die gevoelens overspoelden hem niet langer. Er kwam ruimte voor andere, positieve ervaringen. Hij kreeg weer oog voor de schoonheid van de schepping. Hij genoot van ontmoetingen en gesprekken. Die gesprekken waren anders dan voorheen: hij had behoefte aan diepgang. Hij wilde praten over wat hij had beleefd. Over wat hij ervaren had tot in het diepste van zijn ingewanden. En hij wilde praten over dat mysterieuze Licht dat hem had opgezocht in de put en dat hem had opgetild uit de put.
Merkwaardig genoeg voelde hij zich door deze ervaring een ander mens. Hij was completer geworden. Alsof alles in hem tot leven was gekomen. Hij leefde intenser en zag met nieuwe ogen. Hij wilde zingen, jubelen en God hiervoor danken.


In Israël beleefde hij God vooral in de tempel. Als de priester voorlas uit de Thora/ de Bijbel. In Israël beleefde hij God vooral als hij een dier offerde in de tempel. Hij kocht dan een duif in de tempel, liet het slachten en offerde het. Bijvoorbeeld als hij weer eens het gevoel had dat hij had gefaald. Een stomme streek had uitgehaald. En die misstap moest hij weer rechtzetten. Ook tegenover God. Anders achtervolgden zijn misstappen hem. En God misschien ook wel.
Maar in die ballingschap, in de put kwam hij erachter dat God totaal anders was. Om God te ontmoeten hoefde je helemaal niet naar de tempel, je hoefde niet te offeren, de aanwezigheid van een priester was zelfs overbodig. In de put, in de ballingschap was de psalmist erachter gekomen dat God hem opzocht. En dat God vooral tederheid is. Genegenheid. Hechtheid: God die mensen vaste grond onder de voeten geeft. Offeren, rituelen, grote religieuze samenkomsten: ze doen er eigenlijk niet toe.


Jij, Wezer (vertaling van de Godsnaam die ons oproept met de boodschap ‘Wees er!’ Suggestie Kees Waaijman) jij zult niet weerhouden jouw vertedering, zodat ze mij niet bereikt. Jouw genegenheid en jouw hechtheid zullen mij steeds weer behoeden. Ja, zelfs al grijpen kwaadaardigheden mij als slangen aan, zoveel dat ik ze niet kan tellen, en al kruisen ontsporingen mijn pad, , zoveel dat ik ze niet kan overzien, en al zitten deze rampen dichter op elkaar dan haren op mijn hoofd, en het is zover dat mijn hart het begeeft: ‘Wezer laat het jou behagen mij te redden, Wezer!, haast je mij te hulp!’ (vertaling Kees Waaijman)


Niet iets buiten mij, bijvoorbeeld een offer -, maar iets diep in mij en wezenlijk gebeurt met mij antwoordt op de goedheid van God/Wezer.
De verhalen en aanwijzingen in de Thora kunnen gemakkelijk buiten mij blijven: dan kun je nog zoveel studeren en lezen in de Thora, maar God / Wezer vindt daarin geen genoegen. De vertelling is over mij geschreven. Het doen van de Thora is een diep genoegen: zie psalm 1 en psalm 119. De Thora moet immers ook handen en voeten krijgen in mijn dagelijks eleven.
De Thora ervaren, beleven en toelaten tot ‘midden in mijn ingewanden’ duidt op een volkomen toeëigening van de Tora. Ze is mij volkomen eigen geworden. Ze is mijn vlees en bloed geworden. Zo krijgt de profeet Ezekiel een boekrol te eten om vanuit een volkomen toegeeigende boodschap te kunne spreken. Zie Ezekiel 3: 1- 3. De Tora moet vanuit de diepte van de persoon worden beleefd. Een diepe ontvankelijkheid die heel het lichaam doet meebeleven. En die aanzet tot aktie. Dat is ‘bewaring’ in Wezer. De bewaring van Wezer kan enkel bewaard worden in een diepe ontvankelijkheid voor Wezer tot in de persoonskern en in een handelen dat deze bewaring concreet maakt in de samenleving.
Wezenlijk is bewaring, dwz tot in zijn persoon zelf geraakt zijn, opengaan en zichzelf inzetten in waarheid. Geen godsdienst die delegeert, maar die aan zichzelf laat gebeuren.


Temidden van de Corona-pandemie wordt de vraag gesteld: ‘Waar is God?’
We kunnen de pandemie gelaten ondergaan. In een soort verdoving elke avond weer de getallen over ons laten komen: 250 ziekenhuisopnames, 85 doden, 40 IC-opnames. En straks: de cijfers van de oplopende werkloosheid en faillisementen. Het oplopende begrotingstekort.
Onderga je dit gelaten en in een soort verdoving? Of onderga de Corona-pandemie als een bang en trillend vogeltje? Of onderga je de huidige situatie met een mengeling van geduld en ongeduld? Nog even wachten en dan is alles weer zoals het was.
Psalm 40 roept op om met open vizier de situatie te ondergaan. Ervaar het met al je vermogens. Onderga en ervaar de wanhoop, het verdriet, de radeloosheid, het gemis, de heimwee én voel de waarde en de kwetsbare schoonheid van het leven en van de schepping. En handel vandaaruit.
De psalmist roept op tot een diep doorleeft geloof. Geen geloof dat delegeert, maar die aan zichzelf laat gebeuren.
En met dit nieuwe besef meenemen naar de toekomst. Niet de verdoving, het gemak en de gelijkmatigheid weer opzoeken zodra de Coronapandemie voorbij is. Maar met de opgedane ervaringen bouwen aan de toekomst. Want gemak, verdoving en comfort geven schijnveiligheid; wie echt stevige grond onder de voeten wil hebben leeft met al haar ervaringen en alle vermogens die in haar zijn. In godsnaam .
Amen.

Slotgebed
Goede God, Schepper van liefde en leven
Iedereen wil rustig, gemoedelijk, gelijkmatig leven
Iedereen zoekt naar rust en evenwicht
Geen gedoe met heftige emoties
die houden je ’s nachts alleen maar wakker
en bederven je energie overdag.
Iedereen wil rustig, gemoedelijk, gelijkmatig leven
Iedereen zoekt naar rust en evenwicht
we houden van een gelijkmatig ritme
een ritme dat bij ons persoonlijk past
een avondmens wil graag ’s avonds actief zijn
een ochtendmens is tijdens de ochtend actiever
we vinden een ritme met elkaar
in het eten, in het werk, vrije tijd, bezoeken, feesten en vrije dagen
Een ritme dat is aangepast aan de seizoenen,
de zon, de maan en de sterren.
En het is wel zo prettig als U daar rekening mee wilt houden.
En dat geldt ook voor het wereldgebeuren.
Maar ja, zo zit het leven nu eenmaal niet in elkaar
Het leven is beweeglijk, bedrieglijk en houdt niet altijd rekening met ons verlangen naar zekerheid en rust.
Goede God, Schepper van liefde en leven,
Help ons om met een open oog naar de wereld te kijken
Help ons om met open oren en een open hart naar de wereld te kijken
Help ons om door uw ogen naar de wereld te kijken
teder, liefdevol, barmhartig
maar tegelijkertijd ook moedig en stevig
Help ons om door uw ogen naar onszelf te kijken
teder, liefdevol, barmhartig
maar tegelijkertijd ook moedig en stevig
Opdat niet het verlangen naar rust en comfort de boventoon
voert in ons handelen en denken
Maar medemenselijkheid, betrokkenheid, hulpvaardigheid en barmhartigheid
ons leiden en sturen, in uw naam
en in naam van uw zoon Jezus Christus die ons dit voorleefde
bidden wij U. Amen.