A- A A+

Header PKN

Overweging 18 maart 2020

God en het virus

In het Oude Testament staat een interessante tekst: ‘Tijdens een veldtocht tegen de vijand moet u zich in acht nemen voor onbetamelijkheden. Zo moet een man die ’s nachts door een zaadlozing onrein is geworden het legerkamp uit gaan en buiten blijven. Tegen het vallen van de avond moet hij zich baden; na zonsondergang mag hij het kamp dan weer binnenkomen.
Buiten het kamp moet een gelegenheid zijn om uw behoeften te doen. U moet een tentpin bij uw uitrusting steken, die u kunt gebruiken om een gat te maken waar u boven hurkt, en om uw uitwerpselen te bedekken. Want de Heer, uw God, is tijdens zo’n veldtocht in uw midden, om u te beschermen en u te laten zegevieren over uw vijand. Daarom moet u het kamp rein houden, opdat hij niets onbetamelijks bij u aantreft en hij zich niet van u afkeert.’ Deuteronomium 23, 10 -15.


In de tijd van het Oude Testament wist men niets van bacterieën en virussen. Wel wist men van infectieziekten. En men wist dat het iets te maken met alle -vloeibare – afscheidingen van het menselijk lichaam. Bloed, zaad, urine, ontlasting, ovulatievocht en wondvocht waren verdacht.
Vooral in legerkampen, waar mannen dicht opeen sliepen, aten en werkten kwamen infectieziekten voor. Het is een historisch feit dat de Assyriërs de belegering van Jeruzalem opgaven, vanwege een groot aantal doden en zieken in het Assyrische legerkamp. Flavius Josephus (1e eeuw na Chr.) schrijft de doden niet toe aan een engel, maar aan de pest. Maar dat is voor de Bijbelschrijvers hetzelfde.
Tot in de negentiende eeuw stierven er tijdens oorlogen meer soldaten aan ziektes en epidemieën dan aan de gevolgen van wapengeweld.
In de Bijbel leren we God kennen als degene die hartstochtelijk voor latrines pleit. En zo voor een betere bescherming van de soldaten zorgt.
Bovenstaande is te lezen in ‘Het oerboek van de mens’. Geschreven door Van Schaik en Michel. Een interessant boek.

 

In het Oude Testament, met name in het boek Leviticus, worden veel adviezen gegeven die ziektes buiten de deur moeten houden. Ook toen werden mensen bewust buiten gesloten en in quarantaine geplaatst. Mensen met melaatsheid mochten niet in dorpen en steden komen en moesten afstand bewaren tot andere mensen.
Ondertussen weten wij meer van infectieziekten af. Ze worden veroorzaakt door een uitwisseling van ziektekiemen tussen mensen onderling en tussen mens en dier. Een epidemie of een pandemie is geen straf van God. Daarin verschillen wij van opvatting met de mens die leefde in de tijd van de Bijbel. Maar wat wel overeenkomt met de tijd van de Bijbel is dat er nog steeds infectieziektes bestaan. En ook voor ons is de vraag: hoe beschermen we ons tegen bijvoorbeeld het Coronavirus?
Die eeuwenlange zoektocht naar de oorzaken van en bescherming tegen ziektes zorgden voor een enorme innovatie. Nog steeds. En net als vroeger komen we er steeds weer achter dat we met elkaar naar oplossingen moeten zoeken.
De Nederlandse socioloog Abram de Zwaan beschrijft in één van zijn boeken de omgang met ziekten in de tijd van de opkomst van de industrie. De rijken verschansten zich in versterkte burchten en steden, ze hoopten daarmee immuun te blijven voor de ziektes die de armen nogal eens plaagden. De armen woonden apart van de rijken in kleine en slechte huizen, met hun dieren. Daar hadden infectieziektes vrij spel. Maar ja, fabrieken kunnen niet draaien als de arbeiders massaal ziek zijn. Dus moest er geïnvesteerd worden in betere huizen en gezondheidszorg voor de armen.

 

Ook nu beseffen we maar al te goed dat we verbonden zijn met elkaar. Een besmetting op een Chinese markt kan een paar maanden later leiden tot een volledige ontwrichting van ons sociale en economische leven.
Het coronavirus dwingt ons om te innoveren. Het dwingt ons om sámen te innoveren. Wereldwijd. De nadruk ligt nu op de zoektocht naar een vaccin. En ondertussen wordt er ook nagedacht over hygiëne tijdens het slachten van dieren, het bewaren van voedsel, controles tijdens het vervoer. En hoe begroeten wij elkaar in de toekomst?


En wat is de rol van godsdienst?
Voor mij zijn drie aspecten belangrijk.
Ten eerste: al duizenden jaren hebben mensen – wereldwijd – mystieke ervaringen. Een kenmerk van een mystieke ervaring is het ervaren van een overweldigend besef van verbondenheid met álle levende wezens. Met mensen, fauna en flora.
Ten tweede klinkt in een mystieke ervaring een heilige opdracht mee: bescherm het leven! Want jouw levenslot is nauw verbonden met het levenslot van je naaste, dichtbij en veraf. Mijn welzijn én welvaart is nauw verbonden met die van mijn naaste. Deze tijd bewijst dat maar weer eens.
Het derde aspect: de onderlinge verbondenheid en de onderlinge verantwoordelijkheid ‘dwingt’ tot innovatie. Kennis die welzijn en welvaart bevordert. We hebben de – medische - wetenschap hard nodig. De mystiek erkent dit.
In de kerk wordt nogal eens krampachtig vastgehouden aan verouderde denkbeelden. Kerk en wetenschap hebben een moeizame verhouding met elkaar. Andries Knevel veroorzaakte in orthodoxe kringen nogal wat onbehagen door te suggereren dat de aarde misschien niet door God geschapen was. De kerk heeft te lang vast gehouden aan het beeld van een almachtige God die hemel en aarde regeert. Dat was en is nog steeds een belangrijk uitgangspunt voor veel kerken. Immers, als je echt wilt weten hoe het leven in elkaar steekt dan kom je bij God terecht. En de kerk weet precies hoe God denkt, voelt en handelt. De kerk meende de waarheid in pacht te hebben. Dat gaf de kerk ooit veel macht en status. Gelukkig brokkelt dit ‘geloof’ af. Ook de kerk is gedwongen om te innoveren. De kerk is gedwongen om in de leer te gaan bij wetenschappers. Ook de kerk is gedwongen om samen te zoeken naar een oplossing voor de Corona-pandemie.

 

God kan niet leven in gestolde opvattingen. Gelovigen zijn mensen die net als ieder ander ook leven met angsten, verdriet en zorgen. Gelovigen dragen ook littekens, maar gelovigen durven ook te vertrouwen op een visioen. Bijvoorbeeld het visioen van de apostel Petrus in Handelingen 10.
Een visioen waar een laken met reine en onreine dieren uit de hemel neerdaalt. De gelovige Jood Petrus heeft geleerd afstand te houden van onreine dieren, zoals het varken en de kameel. Die eet je niet. Maar een hemelse stem beveelt hem niet alleen de reine dieren te slachten en te eten, maar ook de onreine.
De betekenis van dit visioen is: God maakt geen onderscheid tussen reine en onreine mensen. Petrus moest als gelovige Jood accepteren dat hij niet beter was dan de Samaritaan, de Griek, de Romein, de Egyptenaar. De hemel leert ons dat we verbonden zijn met elkaar. Jouw levensgeluk is nauw verbonden met mijn levensgeluk.


Vijko Top

 

P.S.
Ik maak vraag me af hoe het visioen van Petrus er nu uit zou zien. Zou er nu misschien een laken uit de hemel neerdalen met dieren en vleesvervangende producten? En met veel groenten en fruit?