A- A A+

Header PKN

 

Zondag 12 januari 2020 Inspiratie ds. Aukje Westra

 

Over geloofsopvoeding hebben we het vandaag. Geloof dragen we over door Bijbelverhalen te vertellen, samen te zingen of door naar de kerk te gaan. Zo wordt het geloofsverhaal doorgegeven. Maar zeker zo belangrijk is dat we kinderen meegeven wat zo belangrijk is aan die verhalen, aan die rituelen. Wat zeggen ze ons? Ik spreek daarom liever van geïnspireerd opvoeden dan van geloofsopvoeding. Bij geloofsopvoeding lijkt het alsof je een pakketje kunt overdragen aan je kinderen, Bidden, naar een christelijke school. Maar velen van ons hebben de ervaring dat hun ouders hen inderdaad een pakketje meegaven, maar toen ze het openmaakten bleek het leeg te zijn. De ouders hadden nooit verteld wat het voor hen betekende. Wil je inspirerend opvoeden, dan zul je zelf geïnspireerd moeten zijn. Of, zoals een deskundige in inspirerend opvoeden Wim ter Horst zegt: Vuur ontstaat alleen maar door vuur.

 

We lezen een verhaal uit de Bijbel over geloofsopvoeding of eigenlijk een gebrek daaraan. Jezus is twaalf jaar oud als hij met zijn ouders meegaat naar Jeruzalem. Ze komen er om te offeren in verband met het Joodse Paasfeest. Maar Jozef en Maria raken hun kind kwijt, alleen merken ze dat pas als ze al lang en breed op de terugweg zijn. Als ze hem terugvinden, maakt dit jonge kind hen een verwijt: ‘Ik was jullie niet kwijt, jullie waren mij kwijt. ‘

 

Lezen uit de Bijbel Lucas 2: 41-52 Op zoek naar inspiratie

 

Twee jaar geleden nam hoogleraar pedagogiek Micha de Winter afscheid. Hij was de laatste jaren onder andere betrokken geweest bij onderzoek naar radicalisering onder jongeren. Hij kon er met zijn verstand niet bij dat jongeren zulke extreme denkbeelden konden ontwikkelen en bereid waren om andere mensen te vermoorden. Van ellende liepen leraren van dit soort jongeren soms de klas uit. Maar de onderzoekers richtten zich niet op het gevaar, maar op de idealen van de jongeren. Op die manier kregen ze contact met de jongeren. Hun extremisme, ontdekte de Winter, komt voort uit een gevoel dat de wereld verrot is en onrechtvaardig. 'Je kunt van alles van hen zeggen’, zegt de Winter, 'maar niet dat ze passief zijn. Ze zijn in ieder geval betrokken op de wereld en niet alleen met zichzelf bezig'. Velen van hen hadden een beroerde achtergrond, maar er waren ook gewone kinderen uit gewone gezinnen bij. De jongeren wezen niet hun ouders aan als oorzaak, ze hadden zelf voor deze weg gekozen.

 

En dan zegt Micha de Winter iets essentieels: ‘Het helpt als ouders betrokken blijven bij hun kind. Het is de kunst om niet weg te lopen, maar te vragen wat hen drijft. Je moet ze bevragen, nieuwgierig en open, hun argumenten serieus nemen, maar ook tegenwicht bieden.’ Hij noemt dat bewustzijn creëren, andere gedachten bijbrengen. Het is niet gemakkelijk, maar als je geen hoop hebt, kun je beter ophouden. ‘De kunst is om kinderen en jongeren zo te begeleiden dat ze straks de toekomst kunnen vormgeven.’ Opvoeders moeten inspireren, hoop en perspectief bieden. Dit leerde de Winter van zijn ouders. Ze verloren in de Tweede Wereldoorlog allebei hun geliefde en familieleden. Tijdens zijn afscheidsrede toonde Micha de Winter zijn gehoor een foto van een hutkoffer. In de koffer zitten fotoboeken, een tasje dat het verlovingsgeschenk was van zijn moeder en een Jodenster. Twee levens bijeen in een koffer en toch. Na de oorlog inspireerden ze hun kinderen met hun levenshouding: Er is altijd perspectief, uitzicht.

 

Inspirerende opvoeders, die zoekt Jezus. De ouders van Jezus ieder jaar naar Jeruzalem gaan voor het Pesachfeest, het Joodse Paasfeest. De twaalfjarige Jezus is mee. Zijn leeftijd wordt niet voor niets genoemd, in het toenmalige Jodendom was je als 12-jarige volwassen en werd je geacht je te gaan verdiepen in de levenslessen van de Thora. Jezus brengt dat in praktijk, hij voegt zich bij één van de studiegroepen. Ze komen samen aan de voorkant van de tempel. In de schaduw tussen de grote pilaren studeren en debatteren ze. Ze zijn gedreven, willen weten hoe God, wereld en zij zelf in elkaar zitten. Hier gaat het hart van Jezus naar uit, hier komt hij tot leven. Hij heeft zielsverwanten gevonden.

 

Opvallend in het verhaal is dat zijn ouders, Jozef en Maria, lange tijd Jezus helemaal niet kwijt zijn. Ze missen hem pas als ze alweer op de weg terug zijn. Het zijn dan ook andere tijden. Ouders en kind leefden in grotere familieverbanden. Het kind kon gemakkelijk bij iemand anders zijn. Na drie dagen zoeken vinden ze hem, in de tempelgalerij. En ze zeggen wat alle ongeruste ouders zeggen: ‘Kind, wat heb je ons aangedaan. We waren doodsbang.’ Maar eerlijk gezegd zijn ze aan de late kant met hun ongerustheid en hun zoekactie. Waarom misten ze hem niet al veel eerder? Jezus antwoordt: ‘Waarom zocht je mij? Je kent me toch, je had kunnen weten dat ik bij die van mijn vader moest zijn.’ Hij heeft zielsverwanten gevonden. Dit zijn de mensen bij wie hij gaat horen.

 

Tegelijk wordt hier het probleem zichtbaar: Jozef en Maria kenden hun kind niet (meer). Hadden ze zich eerder verdiept in hun kind, dan hadden ze geweten waar hij vol van was. Dit gebeurt vaker in families, in gezinnen. Denk aan de radicaliserende jongeren. Een kind is al jaren geestelijk geëmigreerd, bezig met heel andere dingen, voordat de ouders hem/haar missen. Maar hij of zij miste hen al veel langer. Waar was de aandacht voor wat hem/haar bezig hield?

 

Dat is wat we niet willen, dat ons kind van ons weg groeit. Daarom is dit voor mij de kern van opvoeding en geloofsopvoeding: samen leerhuis zijn. Blijven vragen aan je kinderen: Wat maak je mee? Wat denk je? Wat bezielt je? Als ouders vertellen hoe wij de dingen beleven en zien. Meedenken met onze kinderen. Zo kunnen we Gods goede geest in onze kinderen aanwakkeren. Wie geïnspireerd is, kan anderen inspireren. En zij op hun beurt weer anderen. Dat is het bijzondere van inspiratie, je weet nooit precies waar die is. Inspiratie is bij jou en op datzelfde moment ook bij mij. Inspiratie, er gaat ons een goddelijk licht op.

 

Bronnen
Kees Waaijman, Laat mij horen jouw stem
Maaike Bezemer, Opvoeder moet vooral hoop en perspectief bieden. Afscheidsrede van hoogleraar pedagogiek Micha de Winter. Trouw, 1-06-2017