A- A A+

Header PKN

Kerkdienst Havelte Derde zondag van Advent 15 december 2019

Met ds. Aukje Westra

Liturgische kleur: roze
Hoop

 

Drempelgebed
Vonkje van hoop diep in ons,
goede God, wakker het aan
tot een vlam van vertrouwen.
Wakker aan, wakker aan,
dat wij gaan in vurige liefde.
Vonken die overslaan.
(naar lied 427)

 

Inleiding
Vandaag krijgt u een woord cadeau dat past bij Advent. Het gaat om het woord hoop. Wat is hoop? Waar is hoop? Wanneer hopen we? In het duister gloort een woord: hoop.

 

Voorbereiding op de Bijbellezing
Aurelius Augustinus was één van de eerste leiders van de christelijke kerk. Hij leefde in de vierde eeuw na Christus. Hij zei over de hoop: Hoop heeft twee prachtige dochters: woede en moed. Woede over hoe de zaken ervoor staan, en moed om te zien dat zij niet zo blijven. Hoop is geen woord, maar een houding.

 

We lezen een gedeelte uit het boekje van de profeet Micha. Woedend is hij zeker, om alle misstanden in zijn land. En hij geeft mensen moed: het zal zo niet blijven. Er zal verandering komen. Hij zegt: ‘Ik blijf uitzien naar de Heer, ik blijf hopen op God.’
En we lezen een gedeelte uit het Evangelie van Matteüs. Een man ligt wakker in de nacht, hij overweegt echtscheiding. Maar een engel brengt hem op andere gedachten.

 

Lezen uit de Bijbel
Micha 7: 1-7
Matteüs 1: 18-21

 

Overweging
Hoe oud was u veertig jaar geleden, zeg maar eind jaren zeventig, begin jaren tachtig? Hoe zag u eruit? Wat had u aan, hoe zat uw haar? Ik liep op goud geverfde klompen door Kampen en studeerde theologie. Het haar zo rood geverfd, dat de pedel, de concierge zich afvroeg of ik misschien met mijn hoofd in de prullenmand was gevallen. Toch viel ik niet echt op, er waren veel meer zoals ik. Het was de tijd van de punk, mensen met felgekleurde hanenkammen. Het was de tijd van verzet en nihilisme. De vorige generatie had grote idealen gehad, het was de tijd van de flower power, de verbeelding aan de macht. En toen brak de oliecrisis uit, de economie stagneerde en de werkeloosheid groeide. Een atoomoorlog dreigde. Jongeren hadden het gevoel dat er geen toekomst was en verzetten zich. Sindsdien is er veel gebeurd, hoopvolle gebeurtenissen, denk aan de val van de muur, en gebeurtenissen om wanhopig van te worden, denk aan de oorlogen in het Midden Oosten enz. Onze economie draait nu nog steeds als een tierelier, maar we zitten wel met brokken van onze welvaart, de klimaatcrisis, de Pfascrisis, jeugdzorg, onderwijs, politie en justitie zitten in de problemen.

‘We zijn cynisch geworden’, zegt Joris Luyendijk. Hij is journalist en tv presentator, pessimisme is de hoogste vorm van realisme geworden. Luyendijk schreef in 2015 een boek over de financiële sector, Dit kan niet waar zijn. Het bankensysteem deugde niet en deugt nog steeds niet. Dat leidde ertoe, zegt Luyendijk, dat mensen nu zeggen dat alles door en door rot is. Daarom zijn velen gaan verlangen naar een sterke leider die de boel eens lekker opschudt, met alle risico’s van dien. Tegenmachten worden gesloopt: het nepparlement, de neprechters, de nepmedia. Maar als je alles en iedereen zwart maakt, maak je meer kapot dan je lief is. Lyendijk zegt: ‘Als je hoopvol bent, tel je niet mee, dan zie je de dingen verkeerd.’ Hij vindt dat er een positief vergezicht moet komen. We moeten er iets tegenoverstellen. Daarom schreef hij een boek met als titel Hoop. Honderd wetenschappers, kunstenaars en ondernemers vertellen wat hen voortstuwt, wat hen in beweging zet. Hoop is hun brandstof. Luyendijk wil dat we weer ergens in gaan geloven. Met praktische en technische oplossingen alleen komen we er niet. We hebben iets nodig wat daarbovenuit stijgt of eronder ligt. Dat noemt hij hoop.

 

Zijn boek Hoop bestaat uit honderd interviews. Eén van de geïnterviewden is Annette Roeters. Zij is directeur van de raad voor de Kinderbescherming. Zij legt in het interview uit dat ouders die hun kinderen mishandelen bijna altijd als kind zelf ook mishandeld zijn. Maar er is hoop. Bij de Kinderbescherming vertellen ouders hoe vaak er vroeger bij hen thuis was. Soms wordt het zaadje van de zelfkennis geplant. Wat hen is overkomen, willen ze hun kinderen niet langer aandoen. Dat biedt hoop.

 

‘Maar’, zegt Luyendijk, ‘wees reëel, alles heeft zijn prijs.’ Wij willen dat grote ondernemingen meer belasting moeten betalen. Maar zijn we ook bereid tot een lager pensioen? Want als bedrijven meer belasting betalen, keren ze minder winst uit aan ons pensioenfonds. Ouders willen anders omgaan met hun kinderen. Dan is hoop alleen niet Als we bijvoorbeeld een groener land willen, zullen wij met z’n allen offers moeten brengen. Niet alleen de boeren, maar wij allemaal. Hoop zonder pijn, pijnvrije hoop bestaat niet.

 

En soms is hoop niet het goede antwoord. Als je ernstig ziek bent en er is geen perspectief meer, dan kun je beter tijd nemen voor een goed afscheid. In plaats van nog weer een kansloze behandeling. Hoop kan ook gruwelijk zijn. Kijk naar ouders van verdwenen kinderen. Je blijft hopen, maar de hoop wordt een kwelling. Wanner geef je op? En hoed u voor mensen die overal een oplossing voor hebben, overal een antwoord op hebben. Dat bestaat niet, ze geven valse hoop. Luyendijk zegt: “Ik ben alleen geïnteresseerd in problemen zonder oplossingen. Want dat is de realiteit en die is het interessants.’

 

Er zitten 25 eeuwen tussen Luyendijk uit Amsterdam en Micha uit Moreset. Maar hun insteek is hetzelfde. Ook Micha verzet zich tegen cynisme, het is niks en het wordt niks. Ook Micha wil dat we weer gaan geloven. Hoop doet leven. In het land Juda was in zijn tijd, de vierde eeuw voor Christus, veel veranderd. Er waren wetten die arme mensen moesten beschermen, maar niemand hield zich eraan. Een rijke koning kon zo het land van een naburige boer onteigenen. Gewone mensen waren weerloos. Grootmachten, zeg maar China, hadden buurlanden bezet. Micha voorzag dat Juda en Jeruzalem hetzelfde lot zouden ondergaan. Hij baalde van profeten die het volk voedden met valse hoop, namelijk dat Jeruzalem voor altijd van hen zou blijven. Alsof in de buurt van de heilige berg wonen je veiligheid biedt. Zijn tegenstanders leken hele gelovige mensen, maar hun geloof is een soort instant-religie: God redt, alles komt goed. Maar niemand is onkwetsbaar.

 

Micha loopt langs een wijngaard en mompelt: ‘Ongelukkige die ik ben!’ Niet omdat iemand hem iets heeft aangedaan, maar om wat mensen elkaar aandoen. Het oogsten van een wijngaard gebeurde in twee etappes. Eerst was de grote oogst, dan werd alles geplukt wat op dat moment rijp was. Een tijdje later werd de rest geplukt. Bij die tweede oogst zag een wijngaard er kaal uit, hier en daar nog een trosje. Dat ziet Micha ook voor zich als hij denkt aan zijn land. Het is een kaalgeplukt, uitgeknepen land. Hij geeft leiders en rechters ervanlangs. Ze laten zich omkopen, zeggen wat hen het beste uitkomt. Micha is een poëtisch profeet. De deugdzaamste van hen is als een doornstruik, erger dan een stekelhaag.

 

Als het hierbij zou blijven, zou Micha zo als perschef van Trump aan de slag kunnen, neprechters, nepparlement, nepmedia. Alles is waardeloos, dus ik ga mijn eigen gang. Maar Micha voegt iets toe, namelijk zijn eigen naam: Wie is als de Heer? Zijn naam is een vraagteken, Wie is als de Heer? Dit kan klinken als de valse hoop van zijn tegenstanders, ‘alles sal reg kom’, want God is de sterkste. Wij maken er een rotzooi van, God maakt alles weer beter maken. Wij fout, God goed. Maar ik denk dat het vraagteken in de naam van Micha is een vergelijking: ‘Wie is als de Heer, wie is als JHWH?’ Wie is de ware God? Wat is werkelijk van waarde?

 

Micha wijst haarscherp aan waar het misgaat. Waar mensen steekpenningen uitdelen en zo rechtszittingen winnen, daar is God niet. Waar mensen genocide ontkennen, daar wordt God verstikt. Maar, waarschuwt Micha, daar zul je dan ook de gevolgen van ondervinden. Als het lot van een ander jou onverschillig laat, zal een ander zich ook weinig van jou aantrekken. Dan gaat een land ten onder.

 

Micha pleit voor daadkracht, geloven alleen is niet genoeg, er moet gewerkt worden. Maar het belangrijkste is zijn visie. Praktische of technische maatregelen alleen zijn niet genoeg. We hebben iets nodig dat daar bovenuit stijgt of dat eraan ten grondslag ligt. We hebben hoop nodig. Hoop op God en hoop op ons mensen. Hoop is geen woord, maar hoop is een houding, een innerlijke gesteldheid. Blijven werken aan waar je voor staat. Hoop heeft twee prachtige dochters: woede en moed. Woede over hoe de zaken ervoor staan, en moed om te zien dat zij niet zo blijven. Het kan anders.

 

Ik eindig met een woord van de apostel Paulus uit de eerste eeuw na Christus: ‘Ellende leidt tot volharding, volharding tot betrouwbaarheid en betrouwbaarheid tot hoop.’ Hoop is geen gevoel, maar een houding. We houden vol, ook als het resultaat nog niet zichtbaar is. Dat maakt ons betrouwbaar en dan gloort de hoop. Ik denk dat de hoop roze is, zoals de dageraad.

 

God zal je hoeden, Christus je voeden,
Geest van hierboven geeft zin en zicht.
God schenkt je warmte, geneest en omarmt je,
Vriend in het duister en gids naar het licht.
(Lied 426)

 

Bronnen:
Preekwijzer
Trouw, 6 november 2019, Hoop, interview met Joris Luyendijk
Joris Luyendijk: Hoop. 100 wetenschappers. Kunstenaars en ondernemers vertellen wat hun hoop geeft. Amsterdam 2109.