A- A A+

Header PKN

Clemenskerk Havelte 30 juni 2019 met ds. Aukje Westra

 

Inleiding
De Nederlandse Josephine Rombouts verhuisde met haar gezin naar Schotland. Ze werd houskeerper op het plaatselijke kasteel. Daar werd ze geconfronteerd met de grote kloof tussen gewoon volk en de elite. Om een voorbeeld te noemen, personeel mag niet als eerste de kasteelheer of -vrouw aanspreken, het is eerst zij, dan jij. De kloof betreft ook de rijkdom van de aristocratie versus het sappelen van de gewone bevolking.

 

Op een dag ververste Josephine de snijbloemen in het kasteel en vond een paar takjes van de siererwt in de prullenmand. Ze waren nog niet verwelkt. Josephine nam ze mee en zette ze in een vaasje in haar werkkamer. De volgende ochtend waren ze verdwenen. De tuinman legde het Josephine uit. De bloemen zijn voor en van mevrouw, ook als ze in de prullenmand liggen. Zij had ze opgeruimd. Stikjaloers was Josephine, zelfs die paar weggegooide takjes mocht ze niet hebben. Tot ze een inzicht kreeg. Elke dag was ze bezig met de bloemen, mocht ze boeketten schikken, eraan ruiken, ervan genieten. Maar dat was niet genoeg. Ze moest ze zelf hebben, pas dan was het goed. Toen Josephine daarna de bloemen verzorgde, snoof ze vrijelijk de geur op en genoot ervan. Ze had genoeg. Wat een rijkdom is het als je genoeg hebt, ook als de ander meer heeft.

 

Voorbereiding op de Bijbellezingen
We lezen vandaag uit één van de geschiedenisboeken van het volk Israël. Het volk wordt geleid door rechters. Eén van deze rechters is Samuël. Samuël heeft Saul tot koning gekroond. Samuël vond het een slecht idee, maar het volk wilde het en God stemde ermee in. Saul wordt de eerste koning en zijn naam zegt het al: Van God gevraagd. Hij verslaat vijanden en wordt populair. Tot hij afwijkt van wat God van hem vraagt. De goede geest van God verlaat hem, een kwade geest begint hem te kwellen. Een jong ventje, David, wordt aangewezen als zijn opvolger. Hij begint zijn loopbaan aan het hof als wapendrager en harpspeler van Saul. Later wordt David aanvoerder van het leger. Hij is bijzonder succesvol en Saul wordt verschrikkelijk jaloers.

 

Bijbellezingen
Samuel 16: 21-23 David verdrijft de kwade geest van Saul
Samuël 18: 5 – 16 Saul bedreigt David

Overweging
Daar zitten ze dan tegenover elkaar, de gaande en de komende man. Saul op de troon, David op de grond tegenover hem. Ooit was Saul op zoek naar de ezelinnen van zijn vader. Maar de profeet Samuël zocht hém op, in het veld, en zalfde hem. De jonge Saul ging naar huis met de benoeming tot koning op zak. Saul was succesvol als koning, hij versloeg aartsvijanden van Israël. Alles ging goed tot hij de gunst van God verspeelde. Hij voerde oorlog tegen de Amalekieten en kreeg de opdracht iedereen te vermoorden. Het is de vraag of het volk Amalek ooit heeft bestaan. Amal betekent kwaad, de Amalekieten staan voor alles wat verderfelijk is. Ze brachten bijvoorbeeld kindoffers. Dat kwaad moet met wortel en tak uitgeroeid worden. Daarom kreeg Saul de opdracht alle Amalekieten te doden. Aldus geschiedde, althans gedeeltelijk. Het gewone volk ging eraan, maar Saul spaarde het leven van de legeraanvoerder en van de beste manschappen. Bovendien nam hij het beste runderen, schapen en geiten mee. Ieder die geen waarde had, maakte hij af, kinderen, vrouwen, oude mannen, maar de beste, sterke kerels, spaarde hij. Op dat moment liet God Saul in de steek. Een kwade geest laaide op in Saul. En nu zit David zit tegenover hem op de grond. David is in het geheim gezalfd. Het is de bedoeling dat hij de troon over gaat nemen. Het zondagskind staat tegenover een steeds verder verzurende man die zichzelf soms niet meer onder controle heeft. Saul is een hebberige en jaloerse man geworden.

 

Jaloezie verziekt je eigen leven en dat van anderen. Je wilt voor jezelf wat die ander heeft, omdat jij het gevoel hebt dat je tekortkomt. Het kan gaan om geld, spullen, maar ook over je uiterlijk of, vaak en vooral, over relaties. Bijvoorbeeld: Je vindt jezelf helemaal geen jaloers type, tot je collega de functie krijgt die jij zou willen hebben. Of neem het voorbeeld van een weduwe. Ze was een tevreden vrouw tot haar man overleed. “Je moet niet denken dat ik nog ga fietsen”, zei ze, “al die gelukkige echtparen vrolijk op hun e-bikes. Ik word er beroerd van.” Jaloezie, het roept een lichamelijke reactie op, je voelt een steek van jaloezie, je wordt er misselijk van. Je kunt groen zien van jaloezie.

 

Jaloers zijn we allemaal, het komt in de beste families voor. Het begint al bij het eerste gezin in de Bijbel. Adam en Eva krijgen twee jongens, Kaïn en Abel. Kaïn is jaloers op Abel en zijn jaloezie wordt zo groot, dat hij Abel doodt. Of denk aan het verhaal van Jozef en zijn broers. De broers zijn jaloers op Jozef om de kleren en de aandacht die Jozef van hun vader krijgt. Jozef is zelf trouwens ook geen lieverdje. Hij zorgt ervoor dat zijn broers wel jaloers op hem móéten worden: hij pronkt met zijn mooie kleren. Hij vertelt over dromen waarin de korenschoven van zijn broers voor die van hem buigen. Uit nijd verkopen de broers Jozef als slaaf. Dat jaloezie grote gevolgen kan hebben, blijkt ook uit het leven van Jezus. De priesters en de leiders van het volk brengen Jezus naar Pilatus om hem te laten kruisigen. Ze doen dat omdat ze jaloers zijn op Jezus.

 

De Bijbel schetst wat jaloezie met je doet. Jaloezie maakt meer kapot dan je lief is: ‘Een tevreden geest geeft een goede gezondheid, jaloezie knaagt aan je botten.’ Dit staat in het boek Spreuken. Bijbelschrijvers waarschuwen dat je jaloezie geen kans moet geven. Het staat in de 10 geboden: ‘Zet je zinnen niet op de vrouw van een ander, en laat evenmin uw oog vallen op zijn huis, of op zijn akker, zijn slaaf, zijn slavin, zijn rund of zijn ezel, of wat hem ook maar toebehoort.’ Jaloezie is niet goed, zoveel is duidelijk. Maar het was handig geweest als we er een handleiding hadden gekregen. Want jaloers zijn we gewoon af en toe. Vraag is hoe we ermee omgaan.

 

De Belgisch-Amerikaanse relatietherapeut Esther Perel schrijft over jaloezie. Een jonge man en vrouw hadden besloten te trouwen, want zij was, vrij onverwacht, zwanger geworden. Het bewuste weekend ging hij nog één keer naar zijn vrienden- en vriendinnengroep in de stad, zij had 50 kilometer verderop een werkweekend op het platteland. Aan het einde van de zondag pikte zij hem op en samen reden ze naar huis. Onderweg bekende hij dat hij die nacht gezoend had met één van de vriendinnen. Nou ja, gezoend, ze hadden bijna gevreeën, maar niet helemaal. De weg waarop ze reden voerde langs een meer en de vrouw moest zich inhouden om niet rechtstreeks dat meer in te rijden, zo gekwetst voelde ze zich. Ze werd letterlijk misselijk van jaloezie. Ze was woest op hem en tegelijk bang om hem kwijt te raken. Ze voelde zich vernederd en scheurde in haar verbeelding zijn mooiste overhemden doormidden. Want zo had hij haar doormidden gescheurd. En wat was dat, bijna gevreeën, maar niet helemaal? Allerlei beelden bestookten haar.

 

Jaloezie kan ons kapotmaken, ons verteren en zelfs tot fysiek geweld leiden. Denk aan mensen die hun ex gaan stalken en soms zelfs vermoorden. Niet voor niets is jaloezie in de Bijbel een slechte eigenschap. Maar wie tussen de regels doorleest, leert dat jaloezie dat het niet persé verkeerd hoeft te zijn. Jaloezie is de schaduw van liefde. Als je van iemand houdt, ben je ook jaloers. Dat kan niet anders. En het gekke van jaloezie is, schrijft Esther Perel, jaloezie kan ook de relatie redden. Want ineens zie je weer waarom die ander belangrijk voor je is.

 

In het geval van het jonge stel kwam het goed. Hij besefte dat hij bang was geweest om te trouwen, om zich vast te leggen. Hij had zich beklemd gevoeld. Zij realiseerde zich dat zij hem onder druk had gezet door half bewust, half onbewust zwanger te worden. De uitbarsting dat weekend en haar jaloezie had hen beide doen beseffen hoeveel ze om elkaar gaven. En dankzij de jaloezie laaide het vuur van de lichamelijke liefde ook op. Maar vier jaar later moesten ze de exercitie nog wel een keer overdoen. Deze keer had zij een scheve schaats gereden. Overspel slaat diepe wonden, je komt er nooit ongeschonden doorheen. Maar soms kan er iets goeds uit voortkomen. De jaloezie kan uiteindelijk, soms, iets goeds brengen. Het kan helpen om te weten waar ons woord jaloezie vandaan komt: het stamt af van het Griekse woord zelos, wat ijver betekent. Jaloezie geeft aan dat je niet alleen slachtoffer bent, maar dat er iets is om voor te vechten. Je ijvert ergens voor, voor je relatie, voor de liefde. In dit geval liep het goed af: beide partners werden zich bewust van wat er onderhuids bij hen speelde. Ze deelden het samen en groeiden in alle pijnlijkheid naar elkaar toe.

 

Jaloezie is niet iets om je voor te schamen. Jaloezie is iets om te onderzoeken. Jaloezie gaat niet alleen over die ander, maar ook over onszelf. Wij voelen ons tekort gedaan en worden jaloers op een ander. Het kan je ook overkomen als je als koning bent. Saul voelt zich bedreigd door David en werpt zijn speer, hij wil hem uitschakelen. Maar hij had de pijlen beter op zichzelf kunnen richten. Want al zou David gedood zijn, dan was zijn jaloezie nog niet over. De kleine jongen Saul is ooit koning geworden, heeft status gekregen. En om die status te bewaren verzamelt hij steeds meer sterke mannen, runderen, schapen en geiten om zich heen. Want van binnen is hij de onzekere jongen gebleven. Als hij goed nar zijn jaloezie geluisterd had, had die hem iets verteld. Niet over die stomme David, maar over zijn onzekere zelf, over zijn gebrek aan zelfvertrouwen.

 

Jaloezie gaat niet over die ander, maar over onszelf. Over het tekort dat wij ervaren. Dat geldt ook voor de schoonmoeder die niet uit fietsen ging. Haar boosheid betrof niet die andere echtparen. Haar jaloezie ging over haarzelf, over het gemis van haar overleden man. Na verloop van tijd ging ze er trouwens weer op uit, om juist dat gemis te doorvoelen en het zo al fietsend te verzachten.

 

Tenslotte, we hebben het niet van een vreemde. Volgens de Bijbel kan God er ook wat van, hij is een jaloers type, afgunstig. Na-ijver, noemde de vorige Bijbelvertaling het. Andere goden beloven je van alles, maar maken het niet waar. God kan ze niet verdragen. Ik grijp nog een keer terug op de Griekse stam van het woord jaloezie, zelos, wat wedijver én toewijding betekent. God ziet hoe we worstelen met ons tekort, hoe we het proberen op te vullen met sterke mannen, runderen, schapen en geiten. Maar God blijft ons toegewijd en vecht met en voor ons, net zo lang tot we het zelf ook geloven: Je hebt genoeg en je bent genoeg. Amen.

Bronnen
Preekwijzer, H. Jansen: Samuël 16: 23
Esther Perel: Liefde in verhouding. Een nieuw perspectief op trouw en ontrouw.
Josephine Rombouts: Cliffrock Castle. Werken op een kasteel in Schotland.