A- A A+

Header PKN

Zondag 2 juni 2019 met ds. Vijko Top

 

Overdenking

In dagblad Trouw is op de zaterdagen de rubriek ‘Moderne Manieren’ te lezen. Heeft u vragen over de omgang met buren, collega’s, familie, vrienden en kinderen? Stuur die vragen op en mw. Beatrijs Ritsema probeert een antwoord te geven op uw vraag. Op zaterdag 25 mei j.l. stond een interessante vraag. Met een interessant antwoord van mw. Beatrijs Ritsema. Ik lees vraag en antwoord voor.

 

De vraag:
De zeventienjarige zoon van mijn vriendin wil graag met vier vrienden bij haar thuis een spacecake gaan bakken en consumeren. Hij vraagt haar toestemming en wil er open over zijn in een sfeer van vertrouwen. Als ze geen toestemming geeft, zal het plaatsvinden bij zijn vader of heimelijk bij een van de vrienden. Wat te doen? Verbieden en weten dat het dan elders gebeurt of een veilige omgeving faciliteren en de zaak op de achtergrond in de gaten houden? Van te voren overleggen met de ouders van de vrienden? En wat is de rol van mij, de niet-inwonende vriend van de moeder? 


Antwoord:
Beste Spacecake faciliteren,
Als u wil weten wat ik zelf zou doen: ik zou geen enkel drugsgebruik van mijn kinderen faciliteren. Omdat ik geen heil zie in het gebruik van cannabis, cocaïne, gootsteenontstopper, xtc, mdma enzovoort. Ik zou mijn kinderen uitleggen waarom ik erop tegen ben en waarom ik er niets voor voel om onder mijn dak hun drugsgebruik te superviseren. En dan is er nog de leeftijdskwestie. Misschien zijn er zestienjarigen onder de vrienden. Het is nog een extra last om als toeziend ouder over hen de verantwoordelijkheid te dragen. Ze mogen nog niet eens alcohol! Laat de zoon maar wachten tot hij meerderjarig is en liefst tot hij zelfstandig woont.
Maar goed, misschien denkt uw vriendin toleranter over drugs. Spacecake is overigens linker dan gewoon cannabis roken. Spacecake is heftiger, de verhoudingen luisteren heel nauw, mensen reageren er verschillend op, sommigen heel extreem, het kan leiden tot hallucinaties of zogeheten bad trips. Niet aan beginnen zou ik zeggen! Als uw vriendin toch instemt met het plan van haar zoon, raad ik haar aan om de ouders van de vrienden van tevoren in te lichten. Als er met iemand van het gezelschap iets mis gaat, zullen de ouders van de betreffende jongen woedend zijn en zullen ze het de volwassene die dit heeft toegestaan buitengewoon kwalijk nemen.
U bent niet de vader van de zeventienjarige. U zou zich kunnen distantiëren van het plan en kunnen wegblijven bij de spacecake-sessie. Maar misschien wilt u uw vriendin bijstaan. Dat zou op zichzelf aardig van u zijn. Nadeel is wel dat u in dat geval als aanwezige volwassene medeverantwoordelijk en mede-aansprakelijk bent, wanneer er dingen uit de hand lopen.


Samengevat:
De zeventienjarige zoon van de vriendin gaat met vrienden spacecake eten. Het gaat hier om drugsgebruik. Die zoon vraagt of het bij zijn moeder thuis kan. En als dat niet mag gaat de vriendengroep die spacecake ergens anders nuttigen.
Beatrijs Ritsema adviseert om het niet te doen. Drugsgebruik is niet goed. En zegt ze: als je toestaat dat het in jouw huis gebeurt en er gaat iets mis dan kun je een hoop gedonder krijgen met de andere ouders.


Slecht advies: angst overheerst.
Ik vond het een slecht antwoord. Dit is geen opvoeden. En bovendien is het geen christelijk antwoord.
Ik ga mijn standpunt uitleggen aan de hand van mijn opvoedingservaring en aan de hand van de Bijbel. In dit geval een gedeelte uit het Johannes 14.
Eerst een persoonlijke ervaring:
Onze oudste zoon die ging experimenteren met drank en drugs. Zo rond z’n vijftiende. Met een grote vriendenkring. Ik vond het pijnlijk om te zien hoe hij de eerste keer aangeschoten was. Het deed me zeer om te zien en te horen hoe zij in een oud en vervallen fabrieksgebouw ’s nachts met elkaar gebruikten.
Maar ik besloot om mijn angsten en zorgen voor me te houden. Die angsten en zorgen moet ik zelf dragen. En niet vanuit die angsten en zorgen het drugs- en drankgebruik gaan verbieden. En vanuit die angsten en zorgen wijzen op de gevaren van drank en drugs. Het verbieden en boos worden en dreigen met strafmaatregelen. Ik besloot om mijn angsten en zorgen zelf te dragen. En vanuit vertrouwen en kracht met mijn zoon om te gaan. Dus bij ons in de tuin mocht er geblowd worden. Want ik wilde met mijn zoon in contact blijven. Wat er ook gebeurde. In contact blijven en in gesprek blijven. De deur open houden.
Sommige ouders van zijn vrienden reageerde uiterst boosaardig: boos op ons. En boos op hun experimenterende zonen en dochters: ‘We schoppen je het huis uit als we je jou betrappen op drugsgebruik.’ Dus experimenteerden die zonen en dochters ergens anders. Maar experimenteren deden ze. Ik vond en vind het een onvolwassen houding van die ouders: dit is geen opvoeden!
In diezelfde tijd gebeurde er iets vreselijks in onze Brabantse woonplaats: een jongen van achttien had eindexamen gedaan. Feestvieren natuurlijk. Zijn ouders waren op vakantie. Dus het hele huis was beschikbaar voor hem en zijn vrienden. Een totaal andere vriendengroep dan waar mijn zoon toebehoorde. Ze experimenteerden er lustig op los met drank en drugs. Hij overleed aan een overdosis. Ik snap de angst en bezorgdheid van ouders wel. Die heb ik zelf ook. Nog steeds. Maar angst en bezorgdheid mogen nooit overheersen.


Ik ben bang: Red je er maar mee!
Even terugkomend op die ingezonden brief: die zeventienjarige zoon heeft het lef en de openheid om het aan zijn moeder voor te leggen. Die moeder en haar vriend zitten er enorm mee in hun maag. Vandaar ook die ingezonden brief: ‘Help ons!’Hoe gaan we hier mee om?’ Die zeventienjarige zoon doet de deur open naar zijn moeder en haar vriend. Beatrijs Ritsema adviseert: verbieden. Mijns inziens sla je de deur dicht. Niet alleen als het gaat om het eten van spacecake. Maar je slaat de deur dicht op veel meer levensterreinen. Door simpelweg te verbieden, wetende dat die jongen en zijn vrienden toch gaan gebruiken, zeg je eigenlijk als volwassene: ‘Iik ben bang, ik vind dit te moeilijk. Ik kan niet met deze situatie omgaan. Red je er maar mee.’
Is dat een volwassen houding?


Stel dat God zo op ons zou reageren: ‘Wat je nu in een gebed aan mij voorlegt vind ik te moelijk. Ik ben niet thuis. Red je er maar mee.’
Stel dat Jezus zo op ons zou reageren: ‘Dit vind ik te moeilijk. Ik word hier bang van. Red je er maar mee.’
Toen Jezus in de bergen werd geconfronteerd met de waanzinnige man die Legio stemmen in zijn hoofd hoorde, zei hij niet: ‘Dit vind ik te moeilijk. Ik wil niets met jou te maken hebben. Contact met jou is slecht voor mijn reputatie.’
Toen Jezus de blinde Barthimeus ontmoette, zei hij niet: ‘Ik wil niets met jou te maken hebben.’ Toen Jezus de Samaritaanse vrouw ontmoette zei hij niet: ‘Red je maar. Jij bent tweederangs.’
Als wij ons in een gebed tot God richten omdat onze geliefde ernstig ziek is en wellicht stervende zegt God niet: ‘Vind ik te moelijk. Hier loop ik teveel risico’s. Red je maar.’
Jezus droeg de situatie. Ondanks alle risico’s. Hij droeg de situatie door zich te verbinden met mensen. In welke situatie zij zich ook bevonden. Jezus verbond zich met wat deze mensen voelden en beleefden. In het geloof en vertrouwen dat Gods grootheid ook in deze mensen zichtbaar kan worden.
Gods grootheid werd zichtbaar toen Bartimeus weer kon zien en daarmee een volwaardig lid van de gemeenschap kon worden. Gods grootheid werd zichtbaar toen de waanzinnige man, die geisoleerd en eenzaam ronddwaalde in de bergen, weer tot zinnen kwam en daarmee weer een volwaardig lid van de gemeenschap werd. Gods glorie en grootheid wordt zichtbaar waar mensen zich oprichten en met heel hun hart, met heel hun ziel, met heel hun verstand en met alle krachten en talenten die ze in zich hebben kunnen deelnemen aan de samenleving.
Het gaat om verbinding: God en Jezus zijn met elkaar verbonden. God , Jezus en de Heilige Geest zijn met elkaar verbonden. En zegt Johannes er uitdrukkelijk bij: God, Jezus, Heilige Geest zijn onlosmakelijk verbonden met ons, met alle mensen, in welke situatie ze zich ook bevinden. Verbinding, Verbond. Onlosmakelijk.
Onze God is geen God van de ivoren toren en het regeringspluche. Onze God is ook van het straatvuil en vooral ook aanwezig in onze schaduwkanten.
Jezus en God, een twee-eenheid schrijft de evangelist Johannes, willen uitdrukkelijk bij ons zijn. Ik welke situatie wij ook verkeren. God en Jezus willen uitdrukkelijk in ons en met ons zijn. Wat we ook doen en in welke situatie wij dan ook verkeren.
God en Jezus willen ons tot helper zijn met hun Geest; die voor altijd onder ons en ons leeft. Opdat uw hart niet verslagen zal zijn of verward. Niet weglopen. Maar erbij zijn. Ook als het verrekte moeilijk is.


Vanuit liefde.... kracht en vertrouwen....
Ik kom even terug op die zeventienjarige jongen. Als ouders en begeleiders gaat het erom dat je vanuit liefde geïnteresseerd bent in die jongen. Vanuit liefdevolle interesse vragen stellen als: ‘Waarom wil je drugs gebruiken? Wat denk je ermee te bereiken of te vinden? Komt dat verlangen naar drugs vanuit jezelf of vanuit de vriendengroep?’
En misschien net zo belangrijk is: achteraf vragen wat zo’n stuk spacecake met hem gedaan heeft. Wat voor effecten heeft die spaceake? Durf je met drank en drugs meer? Voel je meer? Durf je alleen met drank op naar een jonge vrouw toe te stappen en haar te vertellen dat je haar wel erg bijzonder vindt?
En ouders/begeleiders moeten vanuit liefde voor die jongen beseffen dat experimenteren met drank en drugs onderdeel is van het zogenaamde individuatieproces. Drank en drugs verdoven de stemmen van de ouders, van je lereren, van de reclameboodschappen, van de al die stemmen uit de samenleving die het beste met jou voorhebben. Drank en drugs openen de weg naar het ervaren van een groot verlangen.
In elk mens leeft een groot verlangen om met heel het hart, met heel je verstand, met heel je ziel en alle krachten die in je zijn een plek te verwerven in deze wereld.
Het is het verlangen om bij te dragen, met jouw talenten, aan het grote geheel. In elk mens leeft het verlangen om bij te dragen aan de samenleving. Om iets goeds te doen voor en met andere mensen.
Diep in elk mens leeft het verlangen om iets groots neer te zetten, waar je moeite voor moet doen, waar je je voor moet inspannen. Waar je veel moelijkheden voor moet overwinnen. Dat verlangen is de brandstof om in beweging te komen en in beweging te blijven. De ziel wil vooruit. De ziel wil ruimte. En de ziel verlangt naar God. De ziel wil zich verbinden met andere mensen. De ziel wil zich verbinden met God.
Heb je drank en drugs nodig om in contact te komen met dit verlangen? Nee, natuurlijk niet. Maar zo gaat het helaas wel vaak in onze samenleving.
Beter is als volwassen mensen jongeren helpen in de zoektocht naar dat heilige verlangen dat diep in elk mens zit.
Hoe kom je dat verlangen op het spoor? Helaas niet alleen door Bijbel te lezen, te bidden en naar de kerk te gaan. Was dat maar zo dat deze prachtige woorden van Johannes ons direct op het spoor van dat heilige verlangen zou brengen.
Dat heilige verlangen spreekt vooral ook in onszelf. Door onszelf. Door onze gedachten en gevoelens, door ons lichaam, onze dromen. Dat verlangen spreekt door onze mislukkingen, onze wonden en vermeende zwakheden.
De weg naar God gaat vooral via dwaalwegen – spacecake - en omwegen, via mislukkingen en teleurstellingen. Het is niet mijn deugd die me voor God opent, maar het is mijn zwakheid, mijn onmacht, en vooral mijn zonde die de weg naar God opent. Het verlangen om iets goeds en iets moois te doen voor de samenleving, het verlangen om waarachtig te leven gaat via stommiteiten, experimenten. En juist daar is God bij ons. Om ons de weg te wijzen naar een goed en waarachtig leven.
Amen.


Vijko Top