A- A A+

Header PKN

Zondag 17 juni met ds. Aukje Westra

 

Bijbellezing Lucas 6: 14-17, 19-31 Rijkdom en gerechtigheid

 

Overdenking

Een zeilboot van elf meter, een vrouw zit aan het roer. Ze ziet de sluis van IJmuiden opengaan en vaart zo met haar man en twee kinderen de volle zee op. De motor mag uit, de boot komt op windkracht vooruit. Er is alleen het geluid van de golven die kabbelen, het spetteren van het boegwater. Wind in het haar, zon op je gezicht. Dit moment zou ze zich voor altijd herinneren. De vrouw vertelde het aan een onderzoekster van de Universiteit in Twente. De vraag die in het onderzoek gesteld werd was eenvoudig en steeds dezelfde: Stel dat je geheugen gewist wordt tijdens de overgang naar het hiernamaals. Maar je maar één herinnering meenemen die je dan tot in de eeuwigheid krijgt afgespeeld, welke zou dat dan zijn? Laat deze vraag even op u inwerken. Welke herinnering zou u meenemen naar het hiernamaals? Straks bij de voorbeden kom ik erop terug.

 

Honderd mensen werden er voor het onderzoek bevraagd. Totaal verschillende mensen, daklozen, bankiers, ouderen, jongeren. De herinneringen waren heel verschillend, maar ze hadden één ding gemeen: Ze gingen nooit over materiële zaken, over spullen. Een bankier vertelde van de dag dat hij thuiskwam uit zijn werk. Zijn vrouw had een verrassingsfeestje georganiseerd. Hij krabbelde net op uit een depressie en voelde zich bevrijd. Een dakloze vertelde dat hij ooit met een vriend in een bijna lege kerk zat. Er kwam een vrouw binnen met een kinderwagen. Ze vroeg aan beide mannen of ze wat op konden schuiven. Terwijl bijna alle banken leeg waren.

 

Wat daarnaast opviel is dat de helft van de ondervraagden een negatieve gebeurtenis koos. Zoals de man die van zijn ouders altijd alleen maar moest presteren. Toen hij dertien jaar oud was en zich verzette werd hij door zijn vader in de wurggreep gehouden. Waarom zou deze man zo’n beroerde herinnering meenemen naar het hiernamaals? Omdat dit voorval hem een enorm inzicht heeft gegeven. De jongen moest zich loszingen van zijn ouders. In de paar seconden dat zijn keel dicht werd geknepen begreep hij dat hij zijn eigen pad moest kiezen. Voordat zijn vader bovenop hem ging zitten wist hij ook wel dat hij weg moest. Maar dit moment was beslissend en daarom bevrijdend. Het gaat hier om een moment van inzicht.

 

Precies daar is Jezus op uit: hij wil dat wij inzicht krijgen in wat er werkelijk toe doet. Hij wil ons laten voelen wat onze bestemming is. Mooie herinneringen kunnen ons daarbij helpen, maar negatieve des te meer. Daarom vertelt Jezus een gelijkenis, een verhaal met een moraal.

 

Het begint als een sprookje. Er was eens… Er was eens een rijke man, altijd een Tommy Hilfiger shirt aan en geregeld met vakantie naar de Seychellen. De rijke man heeft geen naam. De man zonder naam. En er was een arme, deze heeft wél een naam: Lazarus. Lazarus betekent: ‘God helpt’. Lazarus ligt voor de poort van het huis van de rijke. Geen merkkleding voor hem, hij is halfnaakt en heeft een aangetaste huid, vol zweren. Hij ligt niet voor niets bij deze poort. Voor de deur van een gierig mens sterf je al gauw. Deze rijke heeft af en toe nog wat voor hem over. Soms kwam hij naar buiten met een kippenpootje of een restje wijn: ‘Kijk, geniet jij er ook maar eens van.’ De rijke man en Lazarus kennen elkaar. Dat wordt later in het verhaal nog duidelijk. Maar vaker dan de rijke man, komen de zwerfhonden langs. Ze likken de zweren van Lazarus likken. Erger kan niet, honden waren onreine dieren. Bovendien steken ze overal hun neus is, van hun likken wordt Lazarus nog zieker. Wat een ellende.

 

Maar dan gebeurt er iets. Zowel de rijke man als de arme Lazarus sterven. De rijke man wordt in een mooie koets naar zijn laatste rustplaats gebracht. Lazarus is op een platte kar de stad uitgereden en op het open veld in een kuil gekieperd. Denken wij. Maar dat staat er niet. In werkelijkheid wordt Lazarus door de engelen in de schoot van Abraham gedragen. Onze vader die in de hemelen zijt. Dat is dus vader Abraham. Lazarus rust in zijn schoot. De rijke sterft en arriveert in het dodenrijk. Hij wordt er gemarteld, helse pijnen heeft hij. En dan doet hij twee dingen.

 

De rijke slaat zijn ogen op. De rijke kijkt omhoog en ziet in de verte Abraham met Lazarus die tegen hem aanleunt. Blijkbaar zit de rijke beneden en Lazarus hoger dan hij. Dit is het omgekeerde van wat er tijdens hun leven gebeurde: Toen keek de rijke letterlijk en figuurlijk meer op Lazarus die daar bij zijn poort lag. Hij liep niet aan hem voorbij, nee, ze kenden elkaar. Maar de rijke keek op hem neer. De rijke doet daarna nog iets. Hij roept vader Abraham. Hij vraagt om medelijden. En of Lazarus naar hem toe kan komen. Lazarus moet het topje van zijn vinger in het water dompelen om de tong van de rijke te verkoelen. Hij lijdt in de vlammen. Helaas, vertelt Jezus, het is te laat. De bordjes zijn verhangen. De rijke heeft tijdens zijn leven zijn deel al gehad.

 

De rijke man heeft gruwelijk spijt, maar helaas, het is te laat. Er is een onoverkomelijke kloof. Abraham antwoordt: ‘Er is een wijde kloof tussen ons en jullie. Van hier kan niemand naar jullie toegaan en van niemand van jullie kan naar ons oversteken.’ Maar die kloof was er altijd al, alleen toen was de rijke zich er niet van bewust. Hij baalt. Had iemand het hem niet kunnen vertellen? ‘Stuur Lazarus naar mijn broers toe dat zij niet in deze situatie terecht komen van ‘Shit, te laat.’ Lazarus moet hen waarschuwen. En dan zegt vader Abraham: “Nee, zij hebben Mozes en de profeten.” Zij kunnen hen de ogen openen. Zij hebben al eeuwenlang laten zien voor hoe de verhoudingen werkelijk liggen. De rijke probeert het nog één keer: ‘Ja, maar als iemand vanuit de doden naar hen toekomt, dan…’ ‘Nee’, antwoordt Abraham, ‘als ze niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als iemand uit de dood opstaat en naar hen toekomt.’ En dit zegt Jezus zelf, van wie gezegd werd dat hij opstond uit de doden. Van zo iemand gaat iets uit, zou je denken. Maar nee dus.

 

Drie opmerkingen:
1. Jezus vertelt een verhaal in Rabbijnse stijl, vol overdrijving. We kunnen niet anders dan partij kiezen voor de arme Lazarus. De rijke man zit helemaal fout, de arme helemaal goed. Maar zo simpel als Jezus het vertelt, liggen de zaken in werkelijkheid niet. De rijke is niet helemaal fout en de arme niet helemaal onbesproken. Er is niet één Lazarus, het zijn er miljoenen. Italië wil niet dat een schip met vluchtelingen nog aanmeert. Emmanuel Macron, de president van Frankrijk, spreekt er schande van. Maar vluchtelingen die bij de Franse grens komen, worden zonder pardon teruggestuurd. Aan de andere kant is er Angela Merkel die iedereen nog steeds gastvrij wil onthalen. Uiteindelijk biedt Valencia uitkomst. Twee jaar geleden spoelde het strand van de Turkse badplaats Bodrum een dood jongetje aan. De kleine Lazarus lag niet op onze stoep, maar op het strand. De foto van het jongetje schudde ons wakker, ons hart ging open. We konden het vluchtelingenprobleem niet langer ontkennen. Maar daarna volgt een lange tijd van overleg en zoeken naar oplossingen. Wat is de roeping van een samenleving en wat is de draagkracht? Wat is de oorzaak? We schipperen tussen Merkel en Macron.

 

2. De omvang van de problemen kan ons cynisch of onverschillig maken. Het zal mijn tijd wel duren. Maar het kan ook iets in ons aanwakkeren. Daar doelt Jezus op als hij dit verhaal vertelt. Het leukste van leven is toch niet dat je in je stoel in de zon zit. Ja, af en toe, om bij te komen. Maar daarna willen we toch wel weer wat beleven. Bovendien jeuken onze handen en roept de wereld ons. Als je die roepstem niet volgt, krijg je later spijt en wroeging. Dat voelt als branden in de hel. Uw, jouw bestemming? Laat die ene herinnering weer boven komen. Wat is het kostbaarste wat jij ooit ervaren hebt? Dat kan positief of negatief zijn. Het moment dat je met man en kinderen de haven bij IJmuiden uitvoer. De stilte viel in en het zeilen ging als vanzelf. Zo’n herinnering geeft je richting. Niet dat we nu massaal aan moeten monsteren om te gaan varen. Dit gaat niet over welk beroep je kiest, maar over hoe jij in jouw leven kunt staan. Vanuit die rust je schoonmaakwerk doen, met die aandacht klagende klanten telefonisch te woord staan. Of denk aan het moment dat je vader je de keel dichtkneep. Daarom ben jij degene zijn mond opendoet als er op kantoor iets niet klopt. Je dierbaarste herinnering is je bestemming. Of het moment van vreselijke spijt.

 

3. De naam van Lazarus klinkt: God helpt. Niet Lazarus heeft hulp nodig, maar wij. God helpt ons door Lazarussen op onze stoep te leggen. Of dat nu de klimaatcrisis is of een lastige schoonvader. En God helpt ons, via dierbare herinneringen. Of omdat we spijt hebben. Zo leren we wat ons te doen staat. We worden bevrijd uit onze bubbel. We zetten de tanden in het echte leven, met en voor anderen. Niet zuinigjes, maar helemaal. Niet de ander als het ware een overgebleven kippenpootje toewerpen. Maar je in de relatie storten, met huid en haar. Moeilijk en prachtig. Het is het geheim van Jezus. Hij leeft ervoor en sterft ervoor.

 

We gaan luisteren naar een lied van Jon & Vangelis, I’ll find my way home. Het lied is uitgekomen in 1981. Het is alsof de rijke man in gesprek is met de arme Lazarus: ‘Je vraagt me waar te beginnen. Ben ik zo verloren in mijn zonde?’ Heb ik zoveel gemist? Maar hoe dan ook, ik zal mijn weg naar huis vinden.’ Het lied klinkt als een psalm: ‘Mijn zon zal rijzen in het oosten, mijn hart zal vrede vinden. En als je me vraagt waar ik begin, dan zeg ik bij het einde.’ Toen ik spijt kreeg, diepe spijt.’ Dan is het alsof Lazarus aan het woord komt: ‘Je weet dat je drang om vrij te zijn heimelijk verbonden is met liefde. Praat erover, het zal je gebeden veranderen.
Hoe dan ook, je zult ervaren dat je er bent. Je vriend is dichtbij je en spreekt een vreemde, oude taal. Over leven en avontuur en verbondenheid. Uit één wereld komen we voort, tot één wereld zullen we versmelten. Houd mijn hand vast en we zullen er zijn. Hoe dan ook, we gaan ergens heen.

 

Bronnen
http://www.jurgenvandenherik.nl/?p=2234
Jacky de Goor over haar promotieonderzoek aan de Universiteit van Twente in: Trouw, 21 april 2018