A- A A+

Header PKN

Kerkdienst 4 maart 2018 met ds. Aukje Westra

Soms zijn we thuis aan het fantaseren. Stel we winnen een miljoen euro, wat zouden we doen? Eerst maar eens flink op vakantie? Een elektrische auto kopen? Stoppen met werken? Toen we weer eens op hol geslagen waren, vroeg iemand door. Denk eens verder. Stel, je wilt stopen met werken. Waar hoop je dan op? Dat je rust vindt? En als je rust hebt gevonden, wat dan? Meer aandacht voor je kinderen, voor je familie? Maar moet je daar eerst rijk voor worden?
Als je een droom hebt, zit daar meestal een diep verlangen onder. Als we bijvoorbeeld verliefd worden op een ander, zoeken we geen ander, maar willen we zelf iemand anders worden, vrijer, opener, levendiger. En we denken dat een andere partner dat kan bewerkstelligen. Soms moet je scheiden om te kunnen veranderen, soms kun je blijven.

 

Verlies jezelf niet in de oppervlakkige dromen, maar peil wat eronder zit. Dat is de boodschap van Jezus vandaag. We luisteren naar de Tien geboden, de tien woorden die aangeven waar het op aan komt. We luisteren naar een korte, moderne vertaling. Daarna horen we hoe Jezus tekeergaat in de tempel.

 

Schriftlezing Exodus 20: 1-17

 

Ken jij de tien woorden, de woorden één tot tien.
Laat ze dan eens horen, dat wil ik wel eens zien!
Deze woorden zijn gegeven als tien vrienden voor het leven:
Eén is God, die maakt je vrij. Er is geen ander zoals Hij.
Twee wil zeggen: God en jij, daar horen echt geen beelden bij.
Drie dat is Gods eigen naam, om met respect mee om te gaan.
De dag van God is nummer vier, bevrijdingsdag voor mens en dier.
Zodat je week’lijks even voelt, hoe God de schepping heeft bedoeld.
Vijf gaat om je ouders en jij, wees goed voor elkaar daar leef je bij.
Maak niet dood, laat zes je horen, knoop dat heel goed in je oren.
Een maatje is, zegt nummer zeven iets heel kostbaars in je leven.
Dus luister goed naar dit gebod en maak wat heel is niet kapot.
Acht zegt: stelen is niet cool, dan wordt het hier een beestenboel.
Negen: laat dat vals gepraat, waarmee je and’re mensen schaadt.
Tien zegt vaar je eigen koers. Wees dan vrij en niet jaloers
op wat een ander heeft of kan, daar wordt je ongelukkig van.
Dit zijn de tien woorden, de woorden één tot tien.
Je hebt ze kunnen horen, iets om te doen misschien?

 

Johannes 2: 13-22

 

Verkondiging

Ik las een interview met Olcay Gulsen. Olcay groeide op in Waalwijk, haar ouders waren veertien jaar toen ze vanuit Koerdisch Armenië naar Nederland kwamen. Een jaar later, ze waren dus nog maar vijftien, werden ze aan elkaar uitgehuwelijkt. Ze kregen zes kinderen, Olcay is er één van. In het interview vertelt ze hoe moeilijk haar jeugdjaren waren. Haar vader was de dorpsgek. Schizofreen, gewelddadig en verslaafd aan alcohol en drugs. Olcay schaamde zich voor de situatie thuis, nam nooit vriendinnetjes mee naar huis. Ze spijbelde, deed nergens naar best voor, het kon haar allemaal niet schelen.
Toen ze achttien was, ging ze naar Rotterdam om te studeren. Ze zette de knop om. Ze zegt: ‘Misschien ben ik toen doorgeschoten: nooit meer armoede, nooit meer schaamte.’ Ze wilde de top bereiken en wel zo snel mogelijk. Dat lukte haar. Ze werd modeontwerpster, presentatrice en ondernemer. Ze nam het modemerk Super Trash over en dat werd een groot succes.
Maar drie jaar geleden ging het mis. Ze was het contact met zichzelf en met haar omgeving kwijtgeraakt. Twee jaar lang sloot ze zich af voor alles en iedereen. Ze werkte wel gewoon door, maar zodra ze thuiskwam, kon ze alleen nog maar huilen. Ze schrok er zelf van, het was een hel.
Als ondernemer had ze naar een stip op de horizon gewerkt. Daar moest ze uit zien te komen. En toen ze er eenmaal was, bleek dat de rijkdom en het het succes haar niet echt gelukkiger had gemaakt. Beetje bij beetje krabbelde ze op. Ze zegt nu: ‘Succes is een gevangenis. Als mens ben je pas geslaagd als je een kring van vrienden en familie om je heen hebt verzameld.’

 

Na het lezen van het verhaal van Olçay Gulen, snapte ik waarom Jezus hardhandig optreedt in de tempel. Olcay had een droom, rijk worden, succesvol zijn. Dat is prima, het is geweldig om te slagen als mens. Maar onder haar droom zat een andere droom, ze verlangde naar geluk, naar vrijheid. De droom van succes zat het echte verlangen in de weg. Succes was niet voldoende om een gevoel van eigenwaarde te krijgen. Een relatie durfde ze bijna niet aan te gaan, aan kinderen krijgen begon ze niet.


Geld en succes je leven bederven, zegt Jezus. Op zich is er helemaal niks mis mee, tenzij ze iets van ze verwacht, wat ze niet waar kunnen maken: jou vrij en gelukkig maken. Jezus heeft, vertelt Johannes, net een bruiloft meegemaakt. Dankzij hem veranderde water in wijn. Iedereen begreep: Als Jezus erbij is, als je leeft zoals hij, dan krijgt het leven smaak. Het gewone wordt kostbaar. Na de bruiloft daalt Jezus met de mensen die hem volgen af naar het dorp Kafarnaum. Maar zo staat er, ze blijven er maar een paar dagen. Dat is een opvallend zinnetje. Ze blijven er niet lange tijd. Was het er ongezellig? Kregen ze ruzie? Ik denk dat het iets zegt waar Jezus voor staat, hij heeft een missie. Daarom rukt hij zich los en trekt hij verder. Hij moet laten zien wat echt van waarde is.


Jezus en zijn volgelingen lopen naar Jeruzalem. Of beter gezegd, ze klimmen op naar Jeruzalem. De stad ligt op een berg en de tempel torent boven alles uit. Vanuit de verte zien ze het imposante bouwwerk, het centrum van godsdienstig Israël. De plaats waar je God kunt ontmoeten. Als Jezus de trappen oploopt, komt hij eerst op een groot plein. Het was de voorhof van de heidenen, daar mocht iedereen komen. In de volgende voorhof hadden alleen Joden toegang. Vervolgens vielen de vrouwen af, in de ruimte waar het brandofferaltaar en het koperen wasvat stond, mochten alleen mannen komen. En dan liep je nog weer trappen op en kwam je in de eigenlijke tempel met een hal en de centrale ruimte, Het Heilige der Heiligen. Zuiverder kan niet. Daar woonde God, was de gedachte en daar kon je offers brengen, zoals was voorgeschreven.


Wie arm was offerde een duif, wie wat meer geld had offerde een schaap of een koe. Veehandelaren hadden een gat in de markt ontdekt: op het tempelplein verkochten ze vee. Dan hoefden de mensen hun dieren niet van ver mee te nemen. Zo werd het tempelplein een markthal. Joden uit het buitenland konden er hun geld wisselen en daarna tempelmunten kopen. Daarmee betaalden ze de tempelbelasting. Zeg maar, wat bij ons collectemunten zijn. Deze valutahandelaars maakten flinke winsten. Dat werd door de autoriteiten door de vingers gezien.


Jezus komt aan op het tempelplein en ziet de handelaren en de geldwisselaars. Het staat hem niet aan. Van touwtjes maakt hij een zweep. Zo geselt hij de schapen, koeien en handelaren de tempel uit. De tafels van de geldwisselaars keert hij om. Alleen tegen de duivenverkopers is Jezus iets vriendelijker. Duiven zijn het offer van arme mensen. Tegen hen zegt hij: ‘Haal het weg van hier.’ En hij legt het uit: ‘Maak van het huis van mijn Vader geen markthal’.


Het Bijbelverhaal lijkt een inkoppertje: het geloof moet zuiver blijven. De plaats waar je God vereert, moet niet bezoedeld worden met gedoe rond geld. In navolging daarvan heeft de kerk door de eeuwen heen afstand proberen te houden van aardse zaken. Kloosterlingen leggen de gelofte af van armoede, kuisheid of zuiverheid en gehoorzaamheid. Het idee is dat ze zich helemaal kunnen wijden aan God, zonder afgeleid te worden. In de tempel zie je hetzelfde, hoe verder je naar binnengaat, hoe meer afstand je neemt, hoe dichter je bij God komt. Let wel, dan vallen eerst alle buitenlanders af, dan de vrouwen en tenslotte mag alleen die ene priester nog naar binnen. Zo hebben wij het geloof vaak uitgelegd, hoe meer afstand van het gewone leven, hoe beter, hoe zuiverder. Maar die uitleg doet afbreuk aan het geschenk dat leven heet. Adam en Eva werden uit het paradijs verdreven, maar kwamen daarna niet in het klooster of het heilige der heiligen terecht. Ze werden de wereld ingestuurd. Ze kregen de opdracht mee om de aarde te bewerken en kinderen te krijgen. Kortom, iets maken van het leven, je in het zweet werken voor je hypotheek en in de armen van je man of vrouw een beetje bijkomen. Dat is heilig.


Jezus geselt de handelaren de tempel uit. Hij hangt blijkbaar dezelfde gedachte aan. Maar waarom mag er geen vee verhandeld worden? Waarom mag er geen geld gewisseld worden? Het is een service aan de tempelbezoekers. Ik denk dat het probleem is dat tempelbezoekers worden afgezet. Misschien is het niet zozeer de handel die Jezus dwars zit, als wel de woekerwinsten die gemaakt worden. Niet de handel zelf, maar de pervertering ervan, maakt Jezus woedend. Jezus wil terug naar de kern van het geloof, zoals die verwoord wordt in de 10 woorden: God maakt je vrij, er is geen als Hij. De handel op het tempelplein is misbruik van mensen. De handelaren menen dat veel geld hen gelukkig en vrij zal maken. De elite van stad en tempel profiteert ervan en de gewone man en vrouw zijn de dupe.


Het gaat Jezus niet alleen om het zuiver houden de tempel, maar om het zuiver houden van het leven. Later zegt hij ook: Jouw lichaam is de tempel van God. Jezus duidt op waar de tempel in Jeruzalem voor staat: in ons is een plek die zuiver is, die niet bezoedeld kan en mag worden. Als je goed nadenkt, weet je wat je echt gelukkig maakt. Werk daaraan en misbruik geld en goed. Iemand omschreef vrijheid eens heel mooi. Ze zei: Wij denken dat vrijheid is dat we alles kunnen doen wat we willen. Dat we kunnen kiezen. Maar vrijheid is dat je dat doet wat je werkelijk wilt. En dat is hartstikke moeilijk. Je bent vrij als je de afleiding van je smartphone kunt weerstaan en je wijdt aan je kinderen. Dat je je eerste impuls weerstaat en onderzoekt wat echt goed is voor jou en voor de mensen om je heen. Jezus pepert de handelaren deze boodschap met de zweep erin.


We hebben een leven lang nodig om God te naderen, om op zoek te gaan naar die zuivere plek in ons. Om te gaan doen wat we werkelijk willen, dat wil zeggen: verbonden zijn met anderen en jezelf niet kwijtraken. Jezus heeft er weet van. Kijk naar zijn reactie op de omstanders. Die vragen zich af op grond waarvan Jezus zo tekeer mag gaan. Hij zegt dan iets wonderlijks: ‘Breek deze tempel maar af en ik zal hem in drie dagen weer opbouwen.’ De Judeeërs snappen er niks van, zijn leerlingen gaan later inzien dat Jezus het over zichzelf heeft. Hij zal sterven en na drie dagen weer opstaan.


De reiniging van de tempel is een heftig gebeuren. Een innerlijke schoonmaak is een pittig proces. We worden geconfronteerd met onszelf of anderen zeggen ons de waarheid. Die confrontaties voelen als zweepslagen, maar blijkbaar kan het niet zachtzinniger. Opvattingen en gewoonten die in jaren gegroeid zijn gaan op de helling. Het is een pijnlijk gebeuren en kan lang duren. Maar luister naar wat Jezus zegt. De tempel die Hij was, werd afgebroken, maar na drie dagen weer opgebouwd. Gods aanwezigheid was niet te stuiten. Onze reiniging, onze afbraak, kan heftig zijn, opbouw lijkt op zich te laten wachten. Maar allengs groeit ons gevoel voor wat werkelijk vrij maakt. Gaandeweg leren we te gehoorzamen aan Gods stem die heel zuiver in ons klinkt. We gaan ervoor. Amen.


Bronnen:
Arjen Visser, Ik wil nergens omheen draaien, interview met Olcay Gulen, in Trouw,
24 februari 2018
Palmyre Oomen, Vrije wil: een hersenkronkel?