A- A A+

Header PKN

31-12-2017 Oudejaarsdienst in de Clemenskerk te Havelte met ds. Aukje Westra

 

Inleiding

Een oudejaarsdienst met teksten en liedjes van Herman Finkers. Herman Finkers (63 jaar) is een Nederlands cabaretier en zanger uit Twente. Hij was twintig jaar actief, tussen 1979 en 1999. Daarna trok hij zich uit het theater terug. Hij was ziek, lymfeklierkanker. De voorspelling was dat hij nog 10 jaar te leven had. Maar dankzij betere behandelingen leeft hij nog steeds. In 2007 keerde hij terug met zijn voorstelling Na de pauze. Herman Finkers houdt van de Twentse taal én van de Rooms Katholieke kerk. Over zijn eerste stappen in op geloofsgebied vertelt hij in een programma het volgende:

 

Zijn ouders gaan voor het eerst naar een ouderavond: “En? Hoe gaat het met ons Herman op school?”
“Nou, uw Herman heeft een sterke fantasie. Maar maakt u zich niet ongerust, dat krijgen we er nog wel uit.”
“Ik zat,” gaat Herman Finkers verder, “in Almelo op een rooms-katholieke jongensschool. En op de rooms-katholieke jongensschool werden we doodgegooid met dogma’s. Het dogma van “1+1=2”. Het dogma van “iets is in wezen niets anders dan…”: “Een boom is in wezen niets anders dan een zuurstoffabriek.” Die zuurstoffabriek benauwde mij en verstikte alle poëzie.
Tot op een dag de kapelaan in de klas kwam. De kapelaan vertelde ons: “Er is maar één God… en Hij bestaat uit drie personen.” Ik dacht: “Goddank, eindelijk iemand met wie je fatsoenlijk kunt praten.” ….

 

Beleving en niet berekening, het mysterie van God, de wonderlijke taal van het geloof, de klassieke liturgie, Gregoriaans. Dat zijn dingen die Herman Finkers intrigeren. Vorig jaar is er in Oldenzaal een door hem geregisseerde Gregoriaanse mis opgevoerd.

 

Schriftlezing Lucas 2: 22-40

 

Overweging

Op 18 juni 2015 schoot een jonge blanke man in de Amerikaanse methodistenkerk te Charleston negen zwarte mensen dood. Wereldwijd heerste verontwaardiging over deze daad van racisme en agressie. Eén van de slachtoffers was dominee Clementa Pinckney. President Obama hield een speech op zijn uitvaart. Obama kende de dominee nog van vroeger. Hij gaf een lovende beschrijving van deze bijzondere man. En Obama sprak over wapenwetgeving, racisme en slavernij. En toen begon hij te zingen: Amazing grace how sweet the sound that saved a wretch like me. Wonderlijke genade die een stakker als ik redde. Alle aanwezigen stonden op staan en zongen mee: I once was lost, but now I'm found. Ik was blind, maar nu kan ik zien. Na zijn toespraak was hij stil. Die stilte doorbrak hij voorzichtig. Hij begon met zingen. Zingen dat steeds zekerder werd. Iedereen mocht en wilde meedoen. Een lied zingen werd een ritueel. Iets van het mysterie van kracht en troost werd voelbaar.

 

Herman Finkers begon zijn oudejaarsconference van 2015 ermee. Een gewoon lied was een ritueel geworden. Een ritueel is een plechtige handeling. Je doet iets en je doet het niet zomaar. Waar woorden te kort schieten, daar is het ritueel. Als we ziek zijn, komt iemand om bezoek, mét een bos bloemen. Tijdens een rouwdienst laten we de lievelingsmuziek van de overledene horen. Er zijn hele gewone rituelen, het jaarlijkse Kerstdiner van het bedrijf waar je werk, het uitblazen van de kaarsjes op de verjaardagstaart. En er zijn heel veel religieuze rituelen, Christenen laten hun kinderen dopen, Joden dekken Shabbatstafel met een kommetje zout en een schoteltje water, moslims vasten tijdens de Ramadan. Een ritueel verheft je, maar een ritueel kan ook mislukken. Aan bloemen deed mijn schoonvader niet. Maar op een dag kwam hij toch thuis met een bos. Mijn schoonmoeder helemaal blij. Tot hij zei dat hij ze gratis bij het tankstation gekregen had. Ze dumpte de bloemen in de vuilnisbak.

 

Herman Finkers houdt van kerkelijke rituelen en van zingen, vooral in het gregoriaans. Van Evangelische liedjes moet hij helemaal niets hebben. Hij heeft er een liedje over geschreven. Vader die na jaren weer eens naar de kerk gaat en daar leuke liedjes hoort, te gek joh, Jezus leeft. Compleet veranderd komt pa die ochtend thuis. Hij smijt het bankstel met een rotklap door de ruit en bedreigt de kat met een mes. Het moderne kerklied. Gregoriaans zingen is voor Herman Finkers een manier om dichter bij God te komen. Hij is lid van het gregoriaanse koor van de Rooms Katholieke kerk in Hengelo. En om gregoriaans te kunnen zingen in een gewijde ruimte, hoeft hij niet van huis. In de kelder heeft hij een kapel laten bouwen. Hij zong soms zo lang achter elkaar, dat zijn vrouw Hetty hem begon te missen. Ze zette voortaan de kookwekker.


Gevoel voor liturgie heeft Finkers altijd al gehad. Als jongen was hij misdienaar in de Tridentijnse mis, een mis die helemaal in het Latijn werd opgevoerd. Hij vond het prachtig om mee te doen, maar als hij geen beurt had, was het saai. Het zegt iets over rituelen: je moet meedoen, wil het interessant worden. Met moderne kerkliederen heeft Herman Finkers niet zoveel, ze zijn zo tijdgebonden. Hij houdt van het tijdloze Gregoriaans. Daarom organiseerde hij op zondag 9 oktober een mis in de basiliek van Oldenzaal. Vorig jaar Kerst was deze mis op tv te zien. Er werd in het Latijn gezongen door een koor en de kerkgangers. Toen er uit de Bijbel gelezen werf, gaf Finkers er een vertaling in het Twents bij. In het liturgieboekje stond ook wat de kerkgangers bij ieder onderdeel hoorden te doen: staan, zitten, knielen, het hoofd buigen, een kruis slaan. De preek was een korte duiding der mysteriën. Her koor zong, de preek stond in het liturgieboekje. In een preek moet je niet uitleggen wat mensen moeten doen, hoe ze moeten leven. In een preek hoef je niet meer doen dan het verband leggen tussen de lezingen en wat er gezongen wordt. Want zo legde Finkers uit: „Er is een Geheim, dat niet valt te begrijpen of benoemen. Je moet een vorm vinden om je aan dat Geheim te kunnen overgeven.”

 

Je moet een vorm vinden om je aan het geheim over te geven. Daarom hebben wij rituelen. Om vorm te geven aan wat we in woorden niet kunnen zeggen. Kijk naar wat Maria en Jozef doen. Ze dragen Jezus de tempel binnen. In de eerste plaats is daar Simeon. Over zijn leeftijd wordt niets gezegd. Wel dat hij rechtvaardig is en vroom, een tsaddik en een chassid. Hij kijkt uit naar de verlossing van Israël, daarom woont hij ook in de hoofdstad Jeruzalem. Een zeer betrouwbaar mens. Hij gaat naar de tempel en ziet Maria en Jozef binnenkomen met het kind in haar armen. Simeon looft God, eindelijk is waar geworden waar hij al die tijd naar uit gekeken heeft.

 

En dan is daar ook nog de profetes Hanna. Zij is van goede komaf, op hoge leeftijd, weduwe na zeven jaar huwelijk. Alsof hier gezegd wordt: ze heeft het geluk geproefd, maar het is op de dood uitgelopen. Het kan een verwijzing kunnen zijn naar de nieuwe weg die zij in moet slaan. Het hart van het geloof klopt niet in regels, maar in mensen. Lucas zet Hanna naast Simeon. Dat is een gebruik bij Lucas. Hij zet naast de manfiguren altijd een vrouw: Zacharias en Elisabet, Maria en Jozef. Ook Hannah herkent het kind als de Messias. Zoals Simeon zingt: Dit kind wordt een licht voor heel de wereld. Zijn manier van leven brengt redding. Simeon en Hannah geloven in dit kind. En Simeon voorzegt Maria ook veel pijn. Alsof er een zwaard door je hart gaat. Hij zal een teken zijn dat betwist wordt.

 

Iedere zondag herhalen we hier dit ritueel. We dragen onszelf en de wereld op aan God. Wij zijn een teken dat betwist wordt. Zoveel van Gods glorie straalt er niet van ons af en ook niet van de wereld om ons heen. Er is wreedheid, hardheid en lelijkheid. Maar er is ook die andere kant van zorgzaamheid, zachtheid en schoonheid. We worden opgetild door een lied of een gebed. We geven ons over aan het geheim. God kunnen we niet direct ontmoeten. In de kerk leren we hoe we door de week God kunnen ervaren.

 

Herman Finkers begint en eindigt ermee. Aan het slot van zijn ouderjaarsconference vertelt hij over geloof, hoop en liefde. Hij weet dat dit soort tv veel waardering scoort, maar minder kijkers trekt. Daarom belooft hij dat er, terwijl hij spreekt, een blote dame genaamd Corry op zal komen. Over de hoop zegt Finkers: De tijd trekt zo over 20 minuten opnieuw de jas van de tijd uit. En staat weer kwetsbaar, naakt en hoopvol voor ons. Vooral hoopvol. De grondlegger van de hoop was Benedictus van Nursia. Ondertussen roept hij Corry dat die nu toch echt op toneel moet verschijnen, omdat het nu wel heel serieus wordt. Dan vervolgt hij: Benedictus heeft ons ook nu iets te zeggen, omdat we allemaal aan het multitasken zijn. Benedictus zei: Niet doen. Nooit meer dan één ding tegelijk willen doen, want anders krijg je snel het gevoel dat het leven zinloos is. Je wordt zinloos geboren, je leeft zinloos en je gaat zinloos dood. Maar Benedictus heft die zinloosheid op. Hij zei: de wereld is niet perfect, dús heeft ons leven zin. Om te proberen meer kwetsbaarheid, meer kracht en meer schoonheid de wereld iets mooier te maken dan die is. Aan een perfecte wereld kun jij niets toevoegen, dan is je leven zinloos. Maar de wereld is imperfect. Dus kunnen wij aan de slag met kwetsbaarheid, zachtheid en schoonheid. Zonder deze drie gaat het niet. Volgens het Kalifaat is er in een perfecte wereld geen muziek en ook geen vrouwelijk schoon. Ondertussen danst Corry rond. En een dominee op de radio zei dat God niet zingt. Nee, Allah houdt niet van muziek, God zingt niet. Maar hebben ze dan nog nooit een vogel horen fluiten, de wind horen ruisen door de toppen van de bomen, nooit het klokken van een baby gehoord aan de borst van zijn moeder? God mag dan volgens deze mensen niet zingen, als je Hem in het water gooit, loopt Hij gewoon terug. En zingen, zingen doet Hij. Voor dovemansoren. Ubi Caritas en amor….

 

Zo eenvoudig kan het zijn om de wereld iets mooier te maken. Ubi Caritas. Waar zorgzaamheid en liefde is, daar is God. Of met andere woorden Hebt elkaar lief, zoals Yvo Niehe zichzelf liefheeft. Nog steeds danst Corry in al haar kwetsbaarheid, zachtheid en schoonheid. En toen was de conference afgelopen. Maar Finkers komt nog met één anekdote. Hij zegt: Nog iets over zorgzaamheid en liefde. Bij mijn moeder in het verzorgingshuis woont een mevrouw die niet wil poepen. Toen sprak ik haar man en die zei: ‘Dan bellen ze mij en kom ik langs. Ik houd haar hand vast, ik vertel haar over vroeger en zing voor haar wat oude liedjes. En heel gek, dan poept ze. Herman Finkers ervaart Gods aanwezigheid in de klassieke Katholieke kerkdienst, in de schoonheid van Gregoriaanse muziek en in het verzorgingshuis. Zo kan heel ons leven een ritueel worden, een plaats om ons over te geven aan het Geheim. Ik wens U voor 2018 veel zorgzaamheid, zachtheid en schoonheid toe. Amen.