A- A A+

Header PKN

Zondag 17 december 2017 met ds. Aukje Westra

 

De ontmoeting van Maria en Elisabet
Lucas 1: 39-56

 

Frans de Waal is bioloog. Hij denkt na over hoe sociaal mensen en dieren zijn. Of hoe asociaal. Een poosje geleden was hij op televisie te zien met een filmpje. De opnames zijn gemaakt door een bewakingscamera. Er ligt een hond op de snelweg, hij is aangereden. En dan komt er een andere hond die de gewonde hond naar de kant van de weg sleept. Zo zijn er meer voorbeelden te noemen van hoe sociaal dieren zijn. Een meerkoet is zwaargewond en een andere meerkoet houdt urenlang de wacht. Een kat ligt op sterven en de hond die bij de poes in huis woont, wijkt niet van haar zijde en likt af en toe haar pootje.

 

 

Het zijn allemaal voorbeelden van empathie, voorbeelden van inlevingsvermogen. En, zegt Frans de Waal, de mens is daarin niet uniek, ook dieren leven mee met elkaar. Toch, zegt de Waal in zijn boek ‘Tijd voor empathie’ is dat bij dieren een uitzondering. Hij noemt het voorbeeld van bavianen in Botswana die een rivier over moeten zwemmen. De volwassen bavianen zwemmen naar de overkant en ze laten de jonge bavianen achter. Terwijl die jonge bavianen doodsbang zijn voor water en schreeuwen in eenzaamheid en verlatenheid. De volwassen bavianen op de andere oever horen het geschreeuw, ze worden zenuwachtig, maar ze steken geen poot uit.

 

Zoogdieren hebben empathie of beter gezegd, emotionele besmettelijkheid. Wat de één voelt, voelt de ander ook. Als de ene baby gaat huilen, begint de andere ook. Maar bij zoogdieren grotere hersens komt daar nog wat bij. Ze voelen niet alleen de gevoelens van de ander aan, maar ze kunnen op grond van wat ze voelen ook nog eens actie ondernemen. Olifanten helpen een zwaargewonde olifant overeind, dolfijnen proberen een gewonde vriend boven water te houden. Maar die onderlinge hulp is een uitzondering. ‘Ieder aapje leeft in zijn eigen kaasstolp’, zegt De Waal. ‘Ze voelen wel de stress van een ander, maar begrijpen niet wat een ander nodig heeft. Eigenlijk zitten ze gevangen in een nachtmerrie van angst. Dieren moeten in hun eentje zien klaar te komen met angst en stress, er is niemand die eens een arm om je heen slaat. Uitzonderingen daargelaten dus.

 

Empathie is belangrijk, we laten ons beïnvloeden door wat er met een ander aan de hand is. We zijn gevoelige wezens. Maar wat mensen tot mens maakt is niet empathie, die is neutraal, Wat mensen tot mens maakt is de moraal, de sympathie, het daadwerkelijk met elkaar meeleven. We zijn niet op onszelf teruggeworpen, mensen bekommeren zich om elkaar. De grote sprong in de evolutie na de survival of the fittest is het medeleven met the weakest. Het bijzondere van de mens is dat hij niet alleen gelaten wordt in zijn pijn. Er zijn medemensen die zich om ons bekommeren.

 

Dat besef is doorgedrongen tot Maria. De wereld is geen oord van onverschilligheid. We zitten niet ieder op zichzelf te zweten onder ons eigen kaasstolpje, onbereikbaar voor die ander. Nee, mensen zijn verbonden met elkaar en met de wereld. Als daarbuiten iets fout gaat, voelen we het hier, binnen in ons. God bekommert zich om mensen en mensen bekommeren zich om elkaar.

 

Maria is zwanger geworden en het is geen ongelukje. Ze is niet alleen zwanger van een kind, maar ook zwanger van een visioen, van recht en vrede, van sympathie. Terwijl het kind in haar buik groter en levendiger wordt, voelt ze de hoop in zichzelf toenemen. Het kan: recht en vrede op aarde. Of eigenlijk droomt ze nog iets groters: Ik kan! Maria ontdekt: ik ben niet klein en machteloos, ík kan vrede brengen, ík kan recht doen. En daarom noemt ze zichzelf dienares van de Heer. Dat is bepaald geen deemoedige titel waarmee ze zichzelf kleinmaakt. Integendeel: Israël beschouwde zichzelf als dienstknecht van God. Maar de mannen van Israël mannen hebben gefaald. Nu stelt Maria zich op de plaats van haar volk en zegt: Laat er met mij gebeuren wat u gezegd hebt. Ze spreekt voor heel het volk en door haar inzet komt er verandering.

 

Maar een visioen werkelijkheid maken kun je niet in je eentje. Je hebt steun nodig van mensen die gaan voor hetzelfde als jij, die ook leven in de verwachting dat …… Zodoende reist Maria af naar Elisabeth, haar oudere nicht die ook zwanger is. Als Maria het huis van Elisabeth binnengaat begroeten ze elkaar en dan springt het kind in haar buik op.

 

In de moderne kunst zijn maar weinig afbeeldingen van de ontmoeting tussen Elisabet en Maria. De Amerikaanse Bill Viola vormt een uitzondering. Voor de Biënnale van Venetië in 1995 maakte hij een videokunstwerk van de ontmoeting van Elisabet en Maria. Hij werd daarbij geïnspireerd door een schilderij uit de zestiende eeuw van Jacopo da Pontormo. Twee buurvrouwen zien hoe Elisabet en Maria elkaar begroeten. De video van Bill Viola speelt zich af in een stad, er zijn flats en fabrieksgebouwen. Het is schemerig. De video laat een gebeurtenis zien die in 45 seconden plaatsvindt. Maar de video wordt in extreem slow motion afgespeeld en zo wordt het een geconcentreerde film van 10 minuten. Je ziet de glimlach op hun gezichten verschijnen en zwierig wapperende jurken.

 

In een smalle straat staan twee vrouwen met elkaar te praten, de vrouw in de blauwe jurk en de oudere vrouw rechts. Hun gesprek wordt onderbroken door de komst van een derde vrouw, dat is de vrouw in de oranje jurk met het tasje over haar schouder. Zij begroet de oudere vrouw heel hartelijk. En er is licht, veel warm licht. Celebration of life, het leven vieren, zo noemt Bill Viola deze ontmoeting. Maar in deze video is er niet louter vreugde. Er is namelijk de vrouw in het blauw. Door de hartelijke begroeting van de twee vrouwen vooraan komt zij er buiten te staan. De vrouw links fluistert dan ook nog iets in het oor fluistert van de oudere vrouw. Zo wordt de vrouw op de achtergrond helemaal buitengesloten. Haar kleding is ook anders niet geel of oranje, maar donkergrijs en metaalblauw.

 

Hoe vindt zij het dat de twee vrouwen op de voorgrond elkaar hartelijk begroeten, waardoor zij er buiten komt te staan? Denk maar eens hardop. Ze is boos, ze baalt, trekt zich terug en zegt niks. En straks als ze thuis is, moppert ze tegen haar man: ‘Die stomme meiden ook, ik mag nooit meedoen.’

 

Wij denken dat het Maria en Elisabet de vrouwen in het geel en rood zijn. Zij zijn familie van elkaar en beide zwanger en daarom begroeten ze elkaar hartelijk. Maar misschien is het anders. Maria de derde vrouw, de vrouw in het blauw, de vrouw die toekijkt. Blauw, de kleur van Maria. Op het schilderij van Jacopo da Pontormo is Maria die Elisabet begroet ook in het blauw gekleed. En, kijk maar eens goed: ook zij is zwanger. En u weet: Maria is zwanger van een kind en tegelijk zwanger van een visioen: ieder mens doet ertoe, dus ook zijzelf. Maria is niet machteloos, maar een vrouw met engelengeduld en goddelijke kracht. Maria weet dat God de geringe aanzien geeft. Ze voelt dat ze boos wordt als die twee zonder haar op te merken verder praten. Zo erg is het dus als mensen je niet zien staan.

 

Maar ze weet dat zij ertoe doet. Niemand kan haar die waardigheid afnemen. En zodoende durft ze de twee vrouwen aan te spreken. Daarom gaat het verhaal misschien zo verder: Na een paar minuten heeft Maria gezegd: ‘Hé, ik ben er ook nog. Mag ik meedoen?’ En de andere twee hebben, een beetje geschrokken, haar er weer bij betrokken.

 

Maria durft het. Ieder mens heeft waarde, dus als je buitengesloten wordt, mag je daar wat van zeggen. Daarmee kom je niet alleen op voor jezelf, maar ook voor die ander. Je gaat ervanuit dat die ander precies dat heeft, waar Frans van de Waal op wijst: het vermogen om mee te leven. Omdat je gelooft in de ander, spreek je haar aan op haar gedrag. De twee vrouwen zijn zo verdiept in hun gesprek dat ze Maria even niet zien staan. Zij bevrijdt hen uit hun kaasstolp door hen te laten weten dat zij er ook nog is. Ze spreekt de beide vrouwen aan op hun talent om mee te leven met iemand die buitengesloten wordt. Dan voelen ze de stress en bekommeren ze zich om haar. Niet omdat ze een sneu geval is, maar omdat ze waardige vrouw is, net als zij.

 

De Maria is moedig. Ze brengt zichzelf in het spel. Ze herinnert de andere vrouwen aan Gods visioen van vrede en recht. Jezus heeft het niet van een vreemde. Amen.