A- A A+

Header PKN

Gedachtenisdienst zondag 26 november 2017

Met ds. Aukje Westra

 

Inleiding
Evangelie betekent goede boodschap of goed nieuws. Matteüs schrijft een evangelie. Hij wil het goede nieuws van Jezus doorgeven. Zijn lezers zijn inwoners van Antiochië, een kuststad in Syrië. Ze hebben veel meegemaakt. Het is het jaar 90, Romeinen hebben stad en land verwoest. Volgelingen van Jezus hebben het zwaar. De dood is overal. Deze gelovigen meenden dat Jezus na zijn dood snel terug zou komen en hen uit de ellende zou halen. Maar Hij komt maar niet. Hoezo goed nieuws? Matteüs vertelt hen een verhaal van Jezus. Een verhaal over een bruiloft. Het duurt erg lang voordat de bruidegom eindelijk komt.

 

 

Bijbellezing Matteüs 25: 1-13

 

Overweging
Met licht, lawaai en muziek, zo begon een bruiloft in het oude Israël. De bruiloftsgasten liepen ’s avonds met lampen op stokken de bruidegom tegemoet. Daarna brachten ze hem naar het huis van de bruid. In het verhaal van Jezus haalt de stoet de bruidegom op. Tien meiden gaan voorop. Ze dragen de lampen. Vijf van hen hebben extra olie bij zich, vijf andere niet. Er ontstaat een probleem, de bruidegom komt maar niet. Alle meiden vallen in slaap. Midden in de nacht schrikken ze wakker van de herrie, de bruidegom komt eraan. De meiden brengen hun lampen in orde, maar de dwaze meiden hebben geen brandstof meer. Ze vragen het aan de wijze meiden. Die weigeren, anders doven hun eigen lampen ook. Ze hebben niet genoeg voor twee. Gelukkig zijn er verkopers in de buurt waar de dwaze meiden nog wat kunnen halen. Maar als ze bij de feestzaal komen, is de poort dicht. Als de dwaze meiden aankloppen, worden ze weggestuurd. ‘Ik weet niet wie jullie zijn.’

 

Het verhaal past bij de situatie van de gelovigen in Antiochië. Ze hoopten dat Jezus terug op aarde zou komen, om een einde te maken aan hun ellendige situatie. Maar niks daarvan, het duurt en het duurt maar. Jezus komt niet terug. Matteüs schrijft hen het levensverhaal van Jezus. Hij spreekt hen moed in: Blijf waakzaam, de Redder komt terug.

 

We zijn twintig eeuwen verder, maar Jezus is nog steeds niet teruggekomen. Het leven lijkt een feest, totdat een geliefde, je man, je moeder, je kind, ernstig ziek wordt er sterft. Niks God, niks Jezus. Na zo’n verlies vraag je je af of het ooit weer licht gaat worden in je leven.
Het gewone leven wordt nooit meer gewoon. Je bed is koud en veel te groot. Het is stil in huis en jij bent moe. Maar je moet door. Dan vraag je je af: Hoe lang gaat dit duren? Wordt die schreeuwende wond in mij ooit nog geheeld? Het is de vraag van de bruidsmeisjes: Hallo, komt die bruidegom nog? Wordt het nog wat met dat feest? De bruidsmeisjes in het verhaal van Jezus vallen in slaap, zo lang duurt het. Maar er is verschil tussen de meiden. De ene groep wordt wijs genoemd, de andere groep dwaas. De wijze meiden hebben genoeg olie bij zich om de lange tijd te doorstaan. De anderen zijn dwaas, de vlam van hun lamp dooft.

 

In dit verhaal komen dus twee soorten mensen voor, de ene soort is wijs, de andere soort is dwaas. De wijze soort mag naar het feest, de dwaze soort vindt een gesloten deur. Het verhaal is een weerspiegeling van de gespannen situatie van de lezers van het verhaal. Volgelingen van Jezus bevonden zich tot het einde van de eerste eeuw alleen in Israël. Maar als tempel en stad daar verwoest zijn, wagen ze een stap over de grens. Dat is spannend, ze nemen afstand van het Joodse erfgoed en verkondigen een nieuwe boodschap. God is er voor iedereen, iedereen kan God ervaren. Het komt tot een breuk met Joodse gelovigen en beide partijen verketteren elkaar. De wijze meiden in het verhaal zijn de Joods-christelijke gelovigen, de dwaze zijn de mensen die vasthouden aan de Joodse wet. Zij komen voor een dichte deur te staan, is de boodschap.

 

Ik begrijp dat dit gezegd wordt in de hitte van het moment, als je je bedreigd voelt. Maar ik geloof niet in die dichte deur. Bovendien geloof ik niet dat er een scherp onderscheid tussen mensen die dwaas zijn en mensen die wijs zijn. Ik geloof dat we beide kanten in ons hebben.
Na een verlies ben je ene dag wijs en houd je rekening met jezelf. Je hebt goed gesprek met een vriendin, je gunt jezelf overdag rust op de bank. De andere dag ben je dwaas, je werkt te hard, je houdt jezelf groot, je laat niet je ware gezicht zien. Het is niet anders, we zijn allebei, én wijs én dwaas. Dat geldt altijd, maar als je rouwt, sta je op scherp. Je moet extra goed kijken naar wat jij nodig hebt. Niemand kan jou voordoen hoe je moet rouwen. Elk verlies, elke rouw is uniek. Er staan mensen om je heen, maar je moet zelf je weg vinden. Wees wijs en aanvaard dat je bij tijd en wijle ook dwaas bent. Jij bent ook maar een mens. En precies dat laatste houdt je gaande. Je bent mens, je mag verdriet hebben, uitvallen tegen iemand of onverwacht lachen. Soms brandt je lampje helder, soms zit je door je energie heen.

 

Het bijzondere van zo’n intense periode in een leven is, dat je gaat geloven dat je een lamp hebt. Er brandt een vlam in je, een vuur dat niet te doven is. In het gemis, besef je wat er echt toe doet. Er komen van die grote woorden in je op: liefde, verbondenheid, warmte, vuur. Dat is de kern, daar leef je voor. Dit is de stem van God in jou. Zijn oproep: Wees er! Leef! Nee, het leven wordt niet gelijk een feest. Het wordt ook nooit meer als voorheen. Je bent voortaan een getekend mens, met extra rimpels en een gat in je ziel. Maar in de rouw kun je een kracht ontdekken waar je voorheen geen weet van had. Je beseft hoe kostbaar het leven is. Je voelt je verbonden met mensen die ook door het leven getekend zijn. De dood betreuren we. Het nieuwe leven, met wonden en al, vieren we. De deur staat altijd open.