A- A A+

Header PKN

Zondag 12 november 2017 met ds. V. Top

 

Overdenking

In de Bijbel is een wetmatigheid zichtbaar. Een wetmatigheid die van nauwte gaat naar wijdte. Die wetmatigheid is een levensdrang die van nauw, benauwd, omsloten naar wijdte gaat, naar ruimte, ruimte om te ademhalen, ruimte om te leven.
De geboorte van de mens is hier een voorbeeld van. Op een dag moet het kind, de foetus, de baarmoeder verlaten. Door het geboortekanaal. Dat is nauw, dat is eng, maar buiten de baarmoeder en aan het einde van het geboortekanaal wacht de ruimte en het licht.
Die kwetsbare overgang van baarmoeder, door het geboortekanaal, naar de wijdte en de ruimte is een blijvend symbool van ons leven.
‘Mijn Machtige’, die mij in de moederschoot heeft gevormd, trekt mij uit de schoot, legt mij aan mijn moeders borst en omgeeft mij met zijn levenwekkende kracht. Dit is een soort oerbeweging, een wetmatigheid die fundamenteeel is voor ons hele leven.


Wat er tijdens onze geboorte plaats vindt is symbolisch voor heel ons leven. Deze grondbeweging van onze geboorte voltrekken wij ieder moment. God bevestigt deze grondbeweging van nauw naar wijdte en ruimte. God wil ons staat in psalm 56, God is het licht in ons leven (psalm 55), God diept ons ieder moment op. God haalt onze oorsprong naar boven in ons steeds ouderwordende leven. Prachtig wordt dit gezegd in psalm 71: in het smekend uitroepen van Gods naam vernieuwt zich de ouderwordende mens: ‘De Heer is mijn Machtige die mij levend houdt’.
God is bewogen met ons. God is bewogen met ons vanaf de baarmoeder, in het geboortekanaal en in de wijdse ruimte van het volle leven. God wil ons, God roept ons, God is verbonden met ons én God vernieuwt ons. Zelfs als we ouder worden. In Gods ogen is het leven een voortdurend geboorteproces. Ook als we ouder worden. God is mijn Machtige die mij levend houdt. Elke uur, elke dag, elk jaar.


Deze levenswijsheid is oud. Duizenden jaren oud. Toen Israëlieten nog nomaden waren. Toen Israëlieten nog herders waren en rondtrokken met hun vee. Elke keer als zij nieuwe weidegrond betraden om daar hun vee te laten grazen riepen zij de naam van God aan. Het was altijd weer spannend om nieuwe weidegrond te betreden en voor een korte periode in bezit te nemen. Want er was altijd de concurrentie van andere nomaden die ook op zoek waren naar weidegrond. En er waren de roversbenden die ten koste van de herders in leven bleven. God is mijn Machtige werd met eerbied en respect uitgesproken door de herders bij het betreden van nieuwe weidegrond. Niet als een soort bezweringsformule of als garantiebewijs, maar de Herders vroegen in alle eerbied en respect dat God, die zij o.a. als de Machtige aanriepen hen ook de levenskracht mocht schenken als het even tegenzat. De herders vroegen in alle eerbied en respect om levenskracht en om nabijheid van de Machtige als er gevaar dreigde, als ze met ernstige tegenslagen werden geconfronteerd. God is geen almachtige God die alle gevaren en tegenslagen buiten de deur kan houden. De God van Israël is een God die nabij is en levenskracht kan schenken als je door een dal van diepe duisternis moet gaan. Als het leven benauwd is, als het leven je omsluit en terneerdrukt. Als het leven net zo eng en benauwd is als in het geboortekanaal. God roept ons als het ware naar buiten.
God is geen feit, God is geen ding, God is geen steen, God is niet van hout, God is bewogenheid en nabijheid.
God is bewogen met ons persoonlijk leven, maar ook bewogen met ons samenleven. God schept ruimte, God treedt het onrecht nietsontziend tegemoet, God wakkert onze hartstocht en ons verlangen naar recht aann. God is bewogen met de gekleineerden, God heeft een voorkeur voor de verschraalden en de armen. God voelt hen, zegt psalm 82. Deze bewogenheid van God is de ziel van de Bijbel en de enige bron van welvaart (psalm 144).


God is bewogen met ons en zoekt voor ons en met ons de ruimte op. De ruimte om te leven, de ruimte om adem te halen. Het leven is vol met tegenslagen, het leven is vol met krachten die proberen ons klein te maken, krachten die on sleven inperken ons de adem proberen te ontnemen. God roept ons op deae krachten te weerstaan. God zegt tegen ons ‘Wees er!’
Denk in de Bijbel maar eens aan de uittocht uit Egypte. De Israëlieten waren daar slaven die het leven steeds moelijker werd gemaakt. Onder hen vielen veel doden. Maar God riep bij de Israëlieten het besef wakker dat ze die benauwdheid en engte van zich af moesten schudden. Hij riep hen tot vrijheid, Hij zette hen in de ruimte. Denk aan Jezus die voortdurend met mensen bezig was die zich gevangen en omknelt voelden door een ziekte, door een geestesaandoening en met mensen die zich gegijzeld wisten door kortzichtige begeertes naar macht en geld. Jezus riep hen wakker en liet ze weer volledig mens zijn. Wees er! Was zijn boodschap aan hen.


Oude woorden, oude beelden. Wat kopen we er nu voor? Op de zondag waarop we God danken voor gewas en arbeid? Is die levensbeweging van engte naar wijdte nog terug te zien? Is die fundamentele levensbeweging van de Bijbel nu nog herkenbaar en ervaarbaar?
Ik denk het wel. En ik denk dat die levensbeweging ook centraal moet staan in ons omgaan met gewas en arbeid. Want die levensbeweging geldt nog steeds. Bijvoorbeeld.


In het NRC Handelsblad van vorig weekend stond een uitgebreid verhaal over een fotograaf die in dienst was van defensie. Rinze Klein heet de fotograaf. Hij is in dienst van defensie en maakt foto’s in oorlogsgebieden. Hij heeft altijd twee fototoestellen bij zich en een pistool, een mitrailleur en beschermende kleding.
Hij fotografeerde bijvoorbeeld in een politiebureau in Afghanistan de uitreiking van politiediploma’s. Amerikanen hadden Afghanen een opleiding gegeven en als ze de opleiding met succes doorlopen hadden kregen die Afghanen een politie-diploma van de Amerikanen. Rinze Klein fotografeerde deze feestelijke diploma-uitreiking. Mooie reclame voor defensie.


Rinze Klein wordt naar dat politiebureau gereden door Amerikaanse militairen. Ze rijden in een Amerikaans legervoertuig. Achter hen rijdt een Afghaanse man op een motor. Ze kennen deze Afghaan niet. En die afghaan komt t edicht bij. Op zijn motor rijdt hij te dicht op het Amerikaanse legervoertuig. Plotseling trapt de chauffeur van het legervoertuig hard op de rem. De Afghaanse man ziet het te laat en knalt met volle vaart achter op het legervoertuig. De mannen in het voertuig horen een hard eklap. In de achteruitkijkspiegel zien ze de motor in puin liggen. Maar de Afghaanse man ligt ook in puin. Lachend rijden de Amerikanen door.
Rinze Klein mag dit niet fotograferen. Dit zijn geen mooie plaatjes voor het thuisfront. Maar die kapotte motor en vooral die kapotte Afghaan maken ook iets in hem kapot.
Uiteindelijk kan hij niet meer tegen de oorlog en wordt hij ziek: PTSS: Post Traumatische stresstoornis. Hij heeft jaren nodig om te revalideren. Het schijnt dat hij hier ergens in Drenthe woont. Met zijn vrouw en zijn kinderen. Gelukkig heeft zijn huwelijk stand weten te houden. Zijn hele gezin vecht nu met hem tegen zijn oorlogstrauma’s. Zijn hele familie vecht met hem tegen zijn oorlogstrauma’s. Oorlogstrauma’s omdat hij te veel leed, pijn en verminkingen en doden had gezien. Mensen kunnen daar gewoon niet tegen. Zoals een machinist van een trein ook ziek wordt als iemand voor zijn trein springt. D emachinist kan er niets aan doen. Maar als dat één of twee keer gebeurt wordt hij of zij daar wel ziek van. Ook een soort orlogstrauma’s.
Waarom dit voorbeeld?
Wat Rinze Klein als fotograaf meemaakte ging te veel tegen een heilige, fundamentele wetmatigheid in. Een wetmatigheid die van nauwte gaat naar wijdte. Die wetmatigheid is een levensdrang die van nauw, benauwd, omsloten naar wijdte gaat, naar ruimte, ruimte om te ademhalen, ruimte om te leven. Wat Rinze Klein als oorlogsfotograaf zag en meemaakte was dat de oorlog in Afghanistan dwars tegen die heilige, fundamentele levensbeweging inging. En omdat het teveel tegen die heilige levensbeweging inging ging Rinze Klein kapot.
Let wel: ik ben absoluut geen pacifit en ik ben voor een sterke en goed uitgeruste krijgsmacht. En ik ben een voorstander van extra geld naar defensie. Maar de Bijbel leert ons, God leert ons, Jezus leert ons dat ons werk gericht moet zijn ruimte, op leven, op wijdte. En als je mensen naar een oorlogsgebied stuurt, dat hoort nu eenmaal bij hun werk, dan moeten die inspanningen de beweging hebben van engte naar wijdte. Oorlog is engte, maar als het resultaat wijdte is dan valt er nog enigszins mee te leven. Vergelijk de inspanningen van de geallieerden in 1944 en 1945. Er zijn ongelooflijk veel doden gevallen. Mensen zijn getraumatiseerd, verminkt voor het leven. Maar toch was het doel bevrijding, ruimte, ruimte om te leven voor de Europeanen. Van de soldaten die levend terugkwamen uit die oorlog zijn er minder getraumatisserd dan toen hun kinderen 25 jaar later naar Vietnam gingen. Die oorlog had niet als doel wijdte en ruimte om te leven. De Vietnam veteranen die terugkwamen hadden het veel moeilijker dan hun vaders die uit Europa terugkwamen. Oorlog is een soort geboortekanaal waar het behoorlijk mis kan gaan. Maar als het resultaat ruimte om te ademen en te leven is dan valt er enigszins mee te leven.


Een ander voorbeeld van de engte in het geboortekanaal en hopelijk uitzicht op meer ruimte om te leven en te ademen is de milieuproblematiek rond landbouw en veeteelt.
De afgelopen week stond een opmerkelijk bericht in de krant: in de V.S. waren een miljoen bijen omgekomen bij een ongeluk. De vrachtwagen waarin de bijen werden vervoerd botste. Met fatale gevolgen voor de bijen.
Een paar jaar terug zou een dergelijk bericht nooit de krant halen. Maar nu insecten dreigen te verdwijnen beseffen we de waarde van o.a. bijen. En ja, als er dan een miljoen omkomen bij een auto-ongeluk in de V.S. dan lezen wij het hier in de krant. Dit bericht geeft onze toenemende bezorgdheid aan over de staat van het milieu. En aangezien wij ook onderdeel zijn van het milieu treft het ook onszelf.
De milieuproblemen zijn enorm, ik ervaar het als zeer bedreigend. En velen met mij. Als er voortdurend zorgelijke berichten over ons worden uitgestort dan benauwd dat. Dat ervaren we als engte. Als benauwdheid. Gelukkig wordt de zorg voor het milieu breed gedeeld. Vroeger was het een actiepunt van milieu-activisten, tegenwoordig wordt er zelfs op de hoofdkantoren van de grootste bedrijven over nagedacht. Bijna iedereen, op Donald Trump na, begint te beseffen dat we moeten veranderen, vernieuwen, dat er geld valt te verdienen met nieuwe, milieuvriendelijke vormen van energie-opwekking, met recycling van materialen, met schonere vervoersmiddelen. Er is verzet tegen die nieuwe ontwikkeling, maar ik heb het idee dat we allemaal door een ‘geboortekanaal’ worden geperst op weg naar een wereld waarin we beseffen dat wij een gezond milieu nodig hebben om zelf te overleven. Als het slecht gaat met de bijen, dan gaat het op den duur ook slecht met ons. Ik heb het gevoel dat we ons aan het opmaken zijn voor gang door het geboortekanaal. Het zal voor iedereen even slikken zijn, omdat de wereld voor iedereen zal veranderen. Maar het is een proces van benauwdheid naar wijdte.

 

Tenslotte, als we God bidden en danken voor gewas en arbeid dan gebeurt er iets. Dan antwoordt God als bewogenheid. We ervaren Gods bewogenheid met ons. Maar dat houdt ook in dat onze bewogenheid met het milieu ook wakker wordt geroepen. Als we God aanroepen en God bidden om zegen op onze arbeid en God danken voor de oogst dan antwoordt God met bewogenheid. Een heilige bewogenheid waar wel degelijk kracht en macht van uitgaat. Geen kracht en macht met donder en bliksem, maar een subtiele, zachte, liefdevolle kracht. Een kracht die ons weerbaar maakt tegen onrecht, tegen geweld. Een kracht die ons ook kwetsbaar maakt, die ons doet beseffen dat het leven op aarde waardevol is. Net als de nomaden van drieduizend jaar geleden gaan we nieuw weidegrond betreden. Met alle onzekerheden en gevaren en mogelijkheden die erbij horen. ‘God is mijn Machtige’, zeiden de nomaden. Die woorden werden met eerbied en respect uitgesproken door de herders bij het betreden van nieuwe weidegrond. Niet als een soort bezweringsformule of als garantiebewijs, maar de herders vroegen in alle eerbied en respect dat God hen ook op die nieuwe, onbekende plek levenskracht en wijsheid mocht schenken. Amen.