Afdrukken

Kerkdienst zondag 22 oktober 2017

met ds. V. Top

 

Overdenking n.a.v. Matteus 9: 1 - 8
Deze week zijn twee tijgers in Friesland gearriveerd. In de Friese plaats Nijeberkoop arriveerden twee Syrische tijgers in een kattenopvang. Een opvang voor echt grote katten. Er staan hoge en stevige hekken omheen.
De tijgers komen uit een dierentuin in Syrie. Ze zijn getraumatiseerd. We hebben een bombardement overleefd en ze hebben langere tijd geen eten en drinken gehad. In Nijeberkoop proberen ze de tijgers hun leven terug te geven. Met liefde, zorg en aandacht proberen ze de tijgers hun levendigheid terug te geven. Ze zijn tijdens de reis niet verdoofd geeweest. Dat zou hun situatie nog erger gemaakt hebben. Vooral het mannetje leek wel verlamd door alle gebeurtenissen.
De verzorgers in Friesland zien eigenlijk twee situaties: de getraumitiseerde, ietwat futloze, verlamde tijgers nu, maar als ze goed kijken zien ze in de tijgers ook de krachtige, lenige dieren die het ooit waren. De kracht, de lenigheid en ook de bruutheid die er eigenlijk in zit hopen ze weer naar voren te kunnen halen. Dus de verzorgers kijken als het ware door de verlamming en de trauma’s heen.


Toen ik een uitgebreid verhaal in een krant las over de komst van de ‘oorlogstijgers’ in Friesland moest ik denken aan Nina Simone. Nina Simone was in de jaren zeventig en tactig van de vorige eeuw een bekend pianiste en zangers. Zij werd vanwege haar populariteit door de Amerikaanse regering ingehuurd om Amerikaanse soldaten die terugkeerden uit Vietnam weer op de been te helpen. Ze gaf een prachtige show voor 500 Vietnam-gangers, maar wat bij haar bleef hangen was de doffe en matte ogen van de soldaten. Alsof alle leven er uit was weggelopen. Alsof ze verlamd waren.
Nina Simone zag verlamde, murw gebeukte soldaren, maar intuïtief keek ze als het ware ook achter die doffe ogen van de soldaten en ze keek als het ware door futloosheid heen en daar zag ze de levenslust van die nog jonge mannen, zag ze de bravoure, de kracht en het optimisme die bij gezonde jonge mannen hoort.


Als op een dag Jezus na een aantal omzwervingen etrug is in zijn eigen geboortestreek wordt er een verlamde man bij hem gebracht. Die verlamde man wordt gedragen door een groep mensen die verder niet bij name worden genoemd. ‘Ze’ dragen de verlamde op een draagbed.
Jezus kijkt naar hen en wat er dan precies met Jezus gebeurt beschrijft Mattheus niet, maar blijkbaar raakt het beeld van de groep mensen die een verlamde naar Hem toebrengen. Jezus ziet hun geloof en hun vertrouwen. Dat is wat hem als eerste opvalt. De achtergrond van de verlamde man blijft verder duister. Dat doet er blijkbaar ook niet toe. Jezus wordt diep geraakt door het geloof en veertrouwen van de mensen die de draagbaar dragen. Hij ziet hoe ze al hun kracht en energie gebruiken om de verlamde bij Jezus te krijgen. Ze leggen zich niet meer bij zijn verlamming. Blijkbaar keken ze door de verlamming heen. En zagen ze door die verlamming heen een krachtig, gaaf en heel mens. Ze geloven dat het anders kan en anders moet.
Als de verlamde man bij Jezus komt zegt Jezus: ‘Wees gerust, uw zonden worden u vergeven!’ Jezus ziet als het ware door de verlamming heen en ziet ergens diep in de verlamde man en krachtig, gaaf en heel mens.
En dat gave mens moet aan de oppervlakte komen, moet door de verlamming heenbreken. Daarom zegt Jezus: ‘Je zonden zijn van je weggenomen’. Alles wat de man verlamd en wat de man terneerdrukt zal weggenomen worden om die gave mens tevoorschijn te brengen. En zo geschiedt.
Alle ballast moet overboord. Zonde is ballast. Dat wat ons terneerdrukt en klein houdt.


Vorige week woensdagmorgen hebben we tijdens de koffieochtend gelezen uit een boek van Pater Loed Loosen. Een hoofdstuk over een genezing van een vrouw die een groot deel van haar leven krom liep. En niet meer rechtop kon staan.
Loed Loosen schrijft daar het volgende over.
Zo’n genezingsverhaal gaat in feite over onszelf. De vrouw waar Loed Loosen over schrijft of de verlamde man waar wij vanmorgen over lazen is geen op zichzelf staand verhaal. De vrouw en de man staan voor velen. Het kan gebeuren dat iemand om zo te zeggen scheef is gaan staan doordat zij of hij bijvoorbeeld al jaren gebukt gaat onder een te zware last die in ernstige mat eterneerdrukt. Sommige mensen zijn krom gaan staan tengevolge van een moeizame en pijnlijke jeugd, een biikkelharde opvoeding, een frustrerende relatie, een beklemmend godsbeeld. Anderen gaan gebukt onder een onverlost schuldgevoel of een miderwaardighedsbesef. We zeggen weleens: daar ben je helemaal naar gaan staan. Zo kan een mens krom gaan staan als gevolg van rancune, cynisme of verbittering over gemiste kansen. In menig leven, ook in dat van gelovige mensen, is er ooit iets dichtgeklapt. Daardoor is iets wezenlijks nooit meer opengegaan. Iets heel belnagrijks is blijven liggen. Soms is er in de loop van de jaren iets binnegeslopen van verkramping of van verharding. Scheefgroei komt voor. Niet enkel in levens van mensen afzonderlijk, maar ook maatschappelijk en in grotere sociale verbanden. Neem alleen al de scheve verhoudingen in de wereld tussen arm en rijk. Ook in godsdiensten en in onz eeigen kerkelijke traditie kom je scheefgroei tegen. Het doet ons geen kwaad om dat eerlijk, zonder kramp, toe te geven.
Dit verhaal kan bij ons het besef levend houden dat er in onszelf het nodige vraagt om genezing en bevrijding. In het leven van menigeen staan forse krassen op de ruit.
Niemand van ons gaat ongedeukt en ongehavend door het leven.
Niemand van ons is van huis uit een ‘heel’mens. Je wordt tot heelheid gebracht. Gaandeweg. Zoals we ook nooit echt tot innerlijke vrijheid kunnen komen zonder eerst bevrijd te worden. Maar genezing is mogelijk. Het geloofsbesef in de Bijbel zegt ons: het hoeft niet te blijven zoals het is, het kan ook anders, de stilstand kan worden doorbroken. Je kunt nog ergens van worden bevrijd. De God die in de Bijbel ter sprake wordt gebracht is geen God van het onveranderlijk lot.
Als Jezus vlak voor zijn dood met zijn geliefde leerlingen eet brengt Hij dit besef en dit geloof ter sprake. Jezus weet wat Hem te wachten staat. Hij weet wat een grote groep mensen Hem aan zullen doen.
Maar Hij kan dwars door hun wreedheid heen kijken. Hij kan dwars door hun gewelddadigheid en angst en woede en ontgoocheling heen kijken. Jezus ziet zelfs in de mensen die hen naar het leven staan hele, gave en gezonde mensen.


En dit besef wil hij overbrengen aan de leerlingen. De leerlingen moeten leren door de buitenkant van mensen heen te kijken. Of deze mensen nu kromgegroeid zijn, verlamd, blind, melaats, arm, rijk, IsraËliet, Romein, Griek, man of vrouw is: in ieder mens is een gaaf en heel mens aanwezig. Hoe die gave mens eruitziet? Kijk naar Jezus. Denk aan zijn woorden, denk aan zijn daden en volg de weg die Hij ons gewezen heeft.
Als Jezus brood aan de leerlingen geeft zegt Hij: dit is mijn lichaam, eet daarvan. Bij de wijn zegt Hij: drink ervan, dit is mijn bloed. Mijn leven, mijn geest, Gods Geest. Herinner je deze maaltijd, herinner je mij, herinner je vooral dat er een gaaf en heel mens in ieder van ons schuilt. En werp de ballast af die jou knevelt en klein houdt, opdat Ik in jou zichtbaar word. Opdat God in jou zichtbaar wordt.


Amen.