A- A A+

Header PKN

Kerkdienst zondag 15 oktober 2017
Met ds. Aukje Westra

 

Inleiding

Op 31 oktober is het 500 jaar geleden dat Maarten Luther zijn 95 stellingen vastspijkerde aan de deur van de slotkerk te Wittenberg. Deze gebeurtenis wordt gezien als het begin van de Reformatie. Luther was een probleemgeval, een moeilijk mens. Anderen leden onder zijn woede-uitbarstingen en zijn grove taalgebruik. Hij was koppig en ondiplomatiek. Calvijn, een andere kerkvernieuwer zei: “Het is een mens die vaak van het pad afraakt en die er dan niet toe wil komen terug te gaan. Het is een mens die God vreest en van harte Zijn eer zoekt, maar die geïrriteerd raakt zodra hij vermaand wordt. Zo heeft God Hem aan ons gegeven en zo moeten we hem dan maar gebruiken.” Aldus Calvijn. Tegelijk was Luther een fenomeen, een fascinerend mens. Hij was intelligent, schreef heel veel boeken en had een prachtig taalgebruik. Hij had humor. Hij heeft de kerk en Europa veranderd.

 

Luthers leer en leven

Martin Luther werd geboren op 10 november 1483 in Eisleben. Luther vertelde zelf graag dat hij uit een boerengeslacht kwam en ze het thuis niet breed hadden. Dat kwam hem goed uit in de strijd tegen keizer en paus, maar het was niet helemaal waar. Vader Hans kwam uit een welgestelde boerenfamilie en ging aan het werk in de kopermijnbouw, een opkomende bedrijfstak, booming business. Martin had vier broers en vier zussen. Zijn ouders waren streng. Mijn moeder sloeg mij een tot bloedens toe, alleen omdat ik stiekem een noot gepakt had. Door deze harde tucht dreven ze mij het klooster in. Ze bedoelden het goed, maar ik werd er bang van. Toen hij zeven was ging hij naar de Latijnse school, de taal werd erin geslagen. De school begon en eindigde met het zingen van een gebed, dat Luther zelf later bewerkte, Kom, Schepper God, o Heil’ge Geest. We gaan het zo zingen.

 

De wereld waarin hij opgroeide was die van het Heilige Roomse Rijk van de Duitse natie, het Duitse deel van het oude Romeinse Rijk. Daar hoorden Nederland, Tsjechoslowakije, Spanje enz. ook bij. Het was een lappendeken van vorstendommen, steden en hertogdommen met aan het hoofd de keizer Karel V. Bij een rijksdag kwamen meer dan honderd vorsten enz. bij elkaar om politieke aangelegenheden te bespreken. Ze hadden al lang last van Rome. Rome eiste te veel belastinggeld op en hield zich te weinig bezig met geestelijke zaken. Er waren al honderd jaar pogingen gedaan om de boel te veranderen, maar het lukte niet. Tot Luther de boel liet ontploffen.
Het was een angstige tijd. Luther was bang voor de toorn van God. De duivel was overal en zijn moeder dacht van de buurvrouw dat ze een heks was die het op haar kinderen gemunt had.
Behalve over het geloof schreef Luther ook veel over zijn gezondheid. Luther leed aan diarree en verstoppingen. Hij had het meest last van de duivel als hij op de wc zat. De duivel doet zijn best om mensen in een kwade reuk te brengen en dat lukt op de wc het beste. Nieuw voor Luther wordt dat de wc niet alleen een smerige plek is, maar ook de plaats waar de Heilige Geest hem leert de satan te bestrijden door op Christus te vertrouwen. Typisch Luther: God kun je overal ontmoeten.

 

Luther kon goed leren en werd in 1501 naar Erfurt gestuurd om rechten te studeren, 4 jaar later begon hij aan de eigenlijke studie. Hij hield van het studentenleven, was vaak te vinden in zijn stamcafé. Na een jaar switchte Luther om naar de theologie. Hij wilde de Bijbel leren begrijpen en hij bang was voor God. Luther zat in over zijn zaligheid en trad in 1507 daarom in in het klooster van de Augustijnen. Hij biechtte er veel, soms zes uur achter elkaar. Een reis naar Rome werd een teleurstelling. Luther zag met eigen ogen de St. Pieter verrijzen, er werden nieuwe bruggen gebouwd en wegen aangelegd. Betaald met hoerenbelasting.

 

In 1508 werd Luther professor aan de universiteit in Wittenberg. Hij gaf college over de psalmen, de brief van Paulus aan de Romeinen en de brief aan de Galaten. Net als zijn collega’s aan de uni preekte hij en organiseerde hij openbare discussies. Luther zette steeds meer vraagtekens bij de gangbare theologie en kerkelijke praktijken. Zijn grote ontdekking was dat God geen kwaad wil, maar liefde is. Dat je vergeving niet hoeft te verdienen, maar krijgt, om niet. Luther wilde zijn nieuwe visie ter discussie stellen en deed dat via de gebruikelijke weg aan de universiteit. Hij organiseerde een dispuut met stellingen. Op 31 oktober 1517 publiceerde hij 95 stellingen. Dankzij de boekdrukkunst verspreidden de stellingen van Luther zich razendsnel. Als niet de kerk, maar God mensen vergeeft, dan verliest de kerk aan macht.

 

De manier waarop Luther de Bijbel in stelling bracht tegen de traditie was revolutionair. In 1519 dreigde de paus met een banbul, hij wilde Luther excommuniceren. De keizer beval iedereen de boeken van Luther te verbranden, Luther stak op zijn beurt zijn banbul en het kerkelijk wetboek in brand. De beweging die Luther in gang zette was niet meer in te dammen, de breuk met Rome definitief. Luther brak, naar eigen zeggen, met de hoer van Babylon om tot de kerk van Christus terug te keren.

 

Op een kerkelijke ban, volgde een rijksban. In 1521 moest Luther voor de keizer verschijnen op de Rijksdag te Worms. De kwestie Luther was één van de belangrijkste politieke issues geworden in Europa. Zijn reis naar Worms werd een tournee. Overal stonden mensen langs de weg, soms werd hij jubelend binnengehaald. Soms werd hij uitgescholden. Hij stond voor de keizer en sprak de woorden: ‘Hier sta ik, ik kan niet anders’. Dat klinkt mooi, maar hij heeft het daar niet gezegd. Die woorden komen pas in een latere druk van zijn boeken voor. Maar deze woorden drukken wel zijn houding uit. Buiten klonk gejuich van het volk, Luther was opgelucht. Later in de herberg gooide hij zijn armen in de lucht en riep: ‘Ik ben erdoor. Ik ben erdoor.’ Alsof hij een wedstrijd gewonnen had. In de stad bleef het lang onrustig.

 

Luther werd geëxcommuniceerd. Hij was vogelvrij, iedereen mocht hem gevangennemen en doden. Op reis naar huis werd Luther zogenaamd ontvoerd naar kasteel de Wartburg, waar hij veilig was. Hij bleef er een jaar en begon er met zijn Bijbelvertaling. Tijdens Luthers leven werden een half miljoen exemplaren verkocht. De drie drukkers in Wittenberg werden de rijkste mensen van de stad. Terug in Wittenberg werd Luther was trekpleister en internationale vraagbaak, maar een programma voor de Reformatie had hij niet. Het Woord van God zelf zou wel zorgen dat het goed kwam. En hij kon slecht tegen kritiek. In 1521 werd Luther ook in de Rijksban gedaan.

 

Katharina von Bora moest dag in dag uit met hem dealen. In 1523 was ze samen met acht andere nonnen ontsnapt uit het klooster. Luther zocht voor alle vrouwen een geschikte man, maar Katharina was niet te koppelen, vanwege haar eigenzinnige karakter. Uiteindelijk trouwde Luther zelf met haar, zij was 27, Luther 42. Luther genoot van het huwelijk. Al moest hij er wel aan wennen dat hij ’s ochtends wakker werd met twee vlechten naast zich. Financieel hadden ze het zwaar. Luther verdiende weinig en gaf veel uit. Binnen acht jaar kregen ze zes kinderen en er kwamen steeds meer mensen bij hen in het klooster van Wittenberg wonen. Käthe runde voor de boerderij, verbouwde het huis en regelde de financiën. Ze hield de teugels strak in handen en dat botste nogal eens met Luther: ‘Als ik nog eens een keer ga trouwen, houw ik me uit steen een vrouw die mij gehoorzaam is.

 

Luther ging bij kerken langs en schreef kerkordes, zo stimuleerde hij het ontstaan van landskerken. Die kwamen er toen vorsten zich aansloten bij de Reformatie. Van een theologische werd het meer en meer een politieke beweging. De vorsten werden rond 1530 bang voor oorlog met de keizer. Daarom wilden ze eenheid aan het protestantse front. Dat lukte niet, want Luther en collega theologen maakten ruzie over de betekenis van het Avondmaal. Luther kwam meer en meer aan de zijlijn te staan.

 

Bovendien was hij vaak ziek, hij zag slecht, had oorsuizingen en hoofdpijn, soms bonkte het in zijn hoofd. ‘Alsof de duivel met heel zijn gevolg bij mij op bezoek is. Hij bleef schrijven over alle wat hem mankeerde, in detail: ‘vijftien keer stoelgang in twee dagen.’ De ziektes maakten hem nog halsstarriger. Met preken ging hij overigens heel lang door, hij hield ervan. In het begin preekte hij nog in habijt, op een gegeven moment liep hij thuis rond in gewone kleren. Tenslotte droeg hij die ook in de kerk. Weer een uiting van zijn overtuiging: voor God zijn we allemaal gelijk. Sommige zaken in de kerkdienst irriteerden hem mateloos. Hij kon het niet hebben als het er oneerbiedig aan toeging. ‘Als ze willen brommen en pruttelen, moeten ze dat maar bij de koeien en varkens doen. Die zullen er wel op reageren.’

 

Vanaf 1543 werd werken bijna onmogelijk Luthers dood naderde en dat voelde hij. ‘Ik ben toch wel traag, moe, koud, dat wil zeggen een oude, nutteloze man. Ik heb mijn loopbaan volbracht.’ In de winter van 1546 was hij in Eisleben, zijn geboorteplaats, om een ruzie te beslechten. Daar stierf hij, een paar honderd meter van de plek waar hij geboren was.

 

Luther had Käthe geschreven zich geen zorgen te maken over zijn dood, want God is wel in staat ‘tien doctor Martinussen te bezorgen als die ene zou omkomen.’ Dat klonk mooi, maar na zijn dood was er geen erfenis, het door Luther zelfgeschreven testament bleek ongeldig en Katharina zat zonder geld. Haar einde was triest. Vanwege de pest en dreiging van keizerlijke troepen moest ze weg uit Wittenberg. De paarden werden tijdens de reis opgeschrikt, Käthe viel van de wagen en kwam in een beek terecht. Moe, arm en met een longontsteking kwam ze in Torgau, waar ze eerder als ontsnapte non gewoond had. Ze stierf er in 1552. De enige woorden op haar steen zijn: ‘Zalig in God ontslapen.’

 

Overweging

‘Gees ons vrede’ bad Luther vaak. Luther vroeg daarmee niet om vrede in de wereld, hij zocht naar vrede in zichzelf. Hij ontdekte dat geen enkel instituut dat voor ons kan regelen. Onze ouders kunnen nog zoveel van ons houden, onze baas kan ons nog zo prijzen, soms is het alsof hun complimenten en liefde in een groot gat vallen. We geloven er zelf niet in. Zeg maar eens tegen een vrouw: ‘Wat ben je mooi’, ze zal je verward aankijken en beginnen met het opsommen van haar minpunten. Diep in ons hart vinden we onszelf niet de moeite waard: ‘Ik ben niet goed genoeg.’ Zoals de tollenaar in de tempel, we maken onszelf klein, niet de moeite waard. Of we blazen onszelf op. In een grotere, snellere auto voel je je toch meer man. Zoals de Farizeeër in de tempel: Niet wie we zijn, maar wat we hebben, telt. Ons bezit, onze prestaties. In feite zoeken zowel de tollenaar als de Farizeeër hetzelfde: er mogen zijn. Ze zoeken vrede.

 

Jezus prijst de tollenaar, omdat hij nederig is en bestraft de Farizeeër. Ik weet niet of ik het eens ben met Jezus, ik zou zeggen, heb medelijden met allebei. Beide mensen zijn op zoek naar vrede, maar zoeken die buiten zichzelf. De ander moet hen bewonderen, de ander moet hen geruststellen. De voorsprong van de tollenaar boven de Farizeeër is dat zich ervan bewust is. De tollenaar heeft een hulpvraag, hij weet wat hij werkelijk zoekt, vrede, genade. De Farizeeër ontkent dat hij een probleem heeft.

 

Zolang je het buiten jezelf zoekt, zul je geen vrede vinden, dat is de grote ontdekking van Luther. Geen kerk, geen enkele instelling kan je vrede geven. Dat is een zaak tussen ons en God. God is er, vrede is binnen handbereik. Het is aan ons om belemmeringen uit de weg te ruimen om die vrede te gaan ervaren. Luther is daarin ons voorbeeld. Hij zocht net zo lang, totdat hij van zijn angst bevrijd werd. Hij zegt: ‘Het was alsof de hemelpoort openging’. De grote opgave voor ons is om te gaan kijken met Gods ogen en Hem na te zeggen: Ik ben goed genoeg. Opluchting, vrijheid ervaren, een dankbaar mens worden.

 

Geloven is een jaloers zijn op Doutzen Kroes én blij zijn als je je eigen gezicht in de spiegel ziet. Geloven is dromen van een Ferrari en tevreden zijn met je Opel Corsa. Wij geloven in God die hemel en aarde geschapen heeft en die ons met huid en haar aanvaardt. Nu wij nog.

 

Bron: Dr. Herman J. Selderhuis, Luther. Een mens zoekt God.