A- A A+

Header PKN

Clemenskerk Havelte zondag 13 augustus 2017

Voorganger: ds. Aukje Westra

 

Schriftlezing Lucas 16: 1-13

 

In Singapore heeft de politie heeft met mens en macht gezocht naar een man van rond de 60. Hij had drie houten tandenstokers in de zitting van een stoel in de bus gestoken. Een vrouw wilde gaan zitten, maar zag nog net op tijd de drie houten stokjes. Ze plaatste een foto op Facebook. Het bericht werd gedeeld en de vermoedelijke dader is gevonden. Waarschijnlijk krijgt hij een gevangenisstraf van twee jaar. Of een boete. Of allebei.
Singapore is het kleinste én rijkste landje van Zuid Oost Azië. Criminaliteit komt er bijna niet voor. Als je een misdaad pleegt, wordt je zwaar gestraft. Als je iets vernielt, krijg je stokslagen. Kauwgom importeren mag niet. Twee jaar geleden gooide iemand sigarettenpeuken uit het raam van zijn flat. Dat doet ‘ie nooit weer: hij kreeg een boete van 12.000 euro. Zo houden de autoriteiten de bevolking van Singapore in bedwang: heel streng straffen. En het werkt blijkbaar. Maar hoe is dat voor de bevolking om zo strak gehouden te worden? Kun je een samenleving werkelijk temmen? Leerlingen lijden onder de prestatiedwang. Ze worden lamgelegd. Tijgervaders en moeders eisen de hoogste cijfers, het gaat ten koste van creativiteit en innovatie.

 

We gaan van de moderne stad Singapore naar Galilea in het Midden-Oosten aan het begin van onze jaartelling. Jezus trekt daar rond met een groepje getrouwen. Maar ze zijn niet alleen, een grote groep mensen heeft zich om hen heen verzameld. Ze zijn nieuwsgierig naar de man die mensen hun vrijheid teruggeeft. Mensen die lamgelegd waren, springen vrolijk rond. Maar er zijn ook anderen. Een aantal bestuurders staan aan de kant. Ze vertrouwen Jezus niet. Het is alsof hij webcam-girls en corrupte zakenlui de vrije hand geeft. Alsof er geen wetten en regels meer zijn. In Singapore zouden ze ervan gruwen. De bestuurders zijn bezorgd. Dan vertelt Jezus een verhaal.

 

Er was eens een grootgrondbezitter die in de stad woonde. Deze rijke man had een manager in dienst die zijn financiële belangen behartigde. In opdracht van de rijke familie inde hij de pacht. Hij ging over de in- en verkoop. Met voorbijkomende handelaars deed hij zaken. Hij leende geld uit als iemand een tekort had of als iemand wilde investeren, bijvoorbeeld in de bouw van een nieuwe schuur. Deze financiële manager, deze rentmeester ging over het geld, maar had dus ook een sociale functie.

 

Maar de rentmeester had er een chaos van gemaakt. Hij had het geld van de rijke familie erdoorheen gejaagd, verkwist. Zijn baas liet hem bij zich komen en zei hem: “Wat hoor ik nu? Open Excel, laat me de boekhouding zien en leg verantwoording af.” De rentmeester zocht zijn spullen bij elkaar en dacht na. Hij vreesde het ergste, ontslag. “Hoe moet het nu verder? Werken op het land kan ik niet, voor schooien schaam ik mij.” Toen kreeg hij een idee. Hij riep de debiteuren van zijn baas bij zich. ‘Hoeveel heb jij af te lossen?’ ‘Honderd vaten olijfolie.’ ‘Hier is een nieuw schuldbewijs: We maken er vijftig van.’ En een volgende: ‘En hoeveel ben jij schuldig?’ ‘Honderd balen graan.’ De rentmeester schoof een nieuw financieel contract naar hem toe en maakt er tachtig van. De klanten vonden deze actie geweldig, de bijna ontslagen rentmeester was voortaan hun beste vriend. En dat was precies zijn opzet: Als hij ontslagen was, kan hij ben hen terecht. Zelfs zijn baas kon er niet omheen en prees hem, de man had het slim gedaan. Ook Jezus heeft lof voor deze financieel manager.

 

Waarom prijst Jezus deze man? Hij is een rommelaar, dupeert zijn baas en koopt de gunst van anderen. Dat gaat in tegen alle principes van Jezus. Voor de bestuurders is dit verhaal helemaal een gruwel. Zij vullen hun belastingpapieren altijd helemaal correct in. Hen zul je niet op een fout betrappen. Met dit verhaal stelt Jezus hen een vraag. Maar wat doen jullie dan met je geld? Deze rentmeester heeft er in ieder geval nog iets goeds meegedaan, hij heeft er vrienden mee gemaakt. Jezus waardeert de rentmeester en zegt: “De kinderen van de wereld gaan verstandiger te werk dan de kinderen van het licht.” Met die laatsten bedoelt hij waarschijnlijk de bestuurders die met hun streven naar perfectie alleen maar vijanden maken. Het gaat, denk ik, in dit verhaal niet om het gevaar van geld, maar om het gevaar van perfect willen zijn. De rentmeester is een sjoemelaar en maakt er vrienden mee. Wie naar perfectie streeft, stoot mensen van zich af.

 

Ik heb ooit een man gekend die zijn tuin tot in de puntjes verzorgde. De randjes van het gazon stak hij af, iedere week. Door al dat afsteken werd het gazon steeds kleiner. En daarbij knipte hij ook het gras nog bij met een huishoudschaar. Hij ergerde zich aan de tuinen verderop die het aanzien van de buurt naar beneden haalden. Op verjaardagen maakten anderen hem een beetje belachelijk. Met perfectie maak je geen vrienden.

 

Een land heeft wetten nodig, anders maken we er een zootje van. De juridische insteek van de bestuurders van Galilea is voor Jezus het probleem niet. Het punt is dat ze zich afzonderen van de rest, zij zijn licht, anderen duister. Ze zijn hard voor zichzelf en daarmee ook hard voor anderen. Ze leggen de lat hoog voor zichzelf en eisen dat ook van anderen. Hun perfectionisme is een harnas. Letterlijk een beschermlaag. Ze bestaan bij de gratie van wat ze doen, zonder dat zijn ze blijkbaar niks. Ze leggen zichzelf en anderen wetten op, want die scheppen duidelijkheid. Zoals ook wij onszelf en anderen wetten opleggen. Het hele huis moet aan kant zijn, want dat geeft rust. We moeten harder werken dan de collega’s, want dat biedt zekerheid. Met als gevolg dat we ons suf werken, want er blijft altijd wel iets te doen over. De pot met goud staat aan de horizon, de beloofde rust ligt in het verschiet, maar we bereiken die nooit.

 

Wij rennen voortdurend ergens naar toe, maar in feite rennen we ergens van weg. Van iets donkers, van de onrust en onzekerheid in onszelf. Perfectionisten hebben smetvrees, zegt Jezus. Niks aan hen mag donker zijn. En daarmee gaat het net als met het grasveld van de buurman: onze levensruimte wordt steeds beperkter. De lol gaat eraf. Jezus zet mensen stil, rennen helpt niet meer. Hij laat ons voelen hoezeer dat pantser knelt. Wat we willen is niet zozeer een brandschone slaapkamer, maar het gezellig hebben in bed, desnoods onopgemaakt. Wat we willen is niet alleen meer geld verdienen, maar uitgedaagd worden in ons werk. Een oplossing vinden voor een haperende motor, de juiste zorg voor een cliënt.

 

De ziel laat zich niet temmen, zegt Jezus. Die ruikt de vrijheid en breekt los uit de wetten die we onszelf opgelegd hebben. Daar leefden de mensen rondom Jezus van op. Dat beginnen ze zelfs in Singapore te begrijpen. Nu wij nog. Als we Jezus willen volgen, dan moeten we misschien even geen randjes meer steken. Mijn voorstel is om in plaats daarvan met kinderen of kleinkinderen te rollebollen in het gras. Zo maken we vrienden. Amen.

 

Bronnen:
Trouw, donderdag 10 augustus 2017
Preekwijzer.nl